Monte Ortigara Italië.
Colonna Mozza
Monte Ortigara Italië.

De Agnelizza-vallei, boordevol met doden, de skeletten van de strijd van vorig jaar en de gezwollen lijken van dit jaar, afkomstig uit een strijd die twee weken duurde. Een stralende schedel grijnst er naast het furieus masker van een man die gisteren gedood werd. Zo beschreef Paolo Monelli het slagveld van de Monte Ortigara eind juni 1917.

 

 

De slag van de Monte (berg) Ortigara werd uitgevochten van 10 tot 25 juni 1917. De slag vond plaats in een cluster van dorre winderige bergen, stijgende kliffen, rotsvelden en schaarse rotsachtige weiden van de hoogste en meest noordelijke bergrug van het Plateau van Trentino, de Altipiano. De strijd om het bezit van de Monte Ortigara beijverde er zich tussen het Italiaanse en het Oostenrijks-Hongaarse leger. In 1917 beschouwde het Italiaanse opperbevel de strategische positie van deze pieken er als een gevaarlijke uitstulping aan het front. Een gebied waar Oostenrijk kon doorbreken en de Italiaanse bastions van Monte Pasubio, ten westen, of de Monte Grappa, ten oosten, kon flankeren. De controle van de Brenta riviervallei of de verovering van het gehele plateau waren zeker aanvullende overwegingen in het Italiaanse denken.

 

Sinds de Oostenrijks-Hongaarse Strafexpeditie van het vorige jaar, 15 mei 1916, had het Oostenrijkse - Hongaarse leger haar verdedigingsposities hier markant en op Germaanse wijze verbetert. De Strafexpeditie was de bijnaam van de Slag van Asagio of het Trentino offensief, de Italianen spraken van de Battaglia degli Altipiani. Al deze gedachten voerden de Italianen tot het besluit om hier een offensief te lanceren, ze vreesden immers dat hun troepen in Cadore, Carnia en aan de Isonzo bedreigd waren.

 

 

 De Italianen bedachten een eenvoudig en goed succesplan, dat was toch hoe ze er zelf over dachten! De hier geplande Italiaanse aanval beschikte over considerabele middelen, zo waren er onder meer 300.000 manschappen en heel wat artilleriestukken voorzien. De nadruk zou liggen langsheen de noordelijkste drie kilometer van de Altipiano frontlijn, aan de Monte Ortigara. De Italiaanse aanvallende kracht van het Twintigste Corps was samengesteld uit de 52e Divisione Alpina (52e Alpijnse divisie), het 9e Reggimento Bersaglieri (regiment lichte infanterie) en de 29e Divisione Fanteria (infanteriedivisie), de gecombineerde regimenten Piedmonte en Regina vormden er de reservetroepen. Deze in totaal 52 bataljons waren allemaal ervaren troepen. Ze hadden allemaal al gevochten aan het bergfront en ook in het Isonzo gebied waarvan de Carso en de Bainsizza Plateaus net zo hard en rotsachtig waren als deze grote noordelijke rug van de Altipiano. Er waren nog andere Italiaanse en Oostenrijks-Hongaarse eenheden op het Plateau van Trentino aanwezig. Deze troepen en de artillerie werden nadien vaak toegevoegd aan de statistieken en de balans van deze kamp, doch geen van hen heeft deelgenomen aan deze strijd. De genoemde eenheden zijn diegenen die er daadwerkelijk vochten.

 

Tegenover de Italianen lag de 6e Oostenrijks-Hongaarse Infanteriedivisie. De 24 bataljons van deze divisie waren de numerieke grootte van 32 Italiaanse bataljons. Deze mannen waren ook doorwinterde veteranen van het bergfront. De divisie bevatte ook twee eliteregimenten van het Derde- of Eiserne Korps (IJzeren korps) die de hoogten van de Monte Ortigara bezet hielden.

 

428 Italiaanse artilleriestukken en 220 mortieren confronteerden er 150 Oostenrijkse kanonnen en 75 mortieren. De Italianen hadden er zeker het overwicht, maar hun aanvoerroutes waren een verschrikkelijk aanbod van kronkelende bergwegen en veel van hun kanonnen waren lichte op ezels verpakte bergkanonnen. De Oosterijkers beschikten er echter over zware 305mm Skodamortieren. Daarbij kwam nog dat al hun artillerie ook over snelle toevoerlijnen beschikte, in de vallei gebeurde de munitieaanvoer via het spoor en op de bergen via kabelbanen. De Italianen beschikten wel op alle gebied over een numerieke superioriteit maar dit betekende niet dat hun aanval van een leiendakje zou verlopen! Ze zouden er immers nog allerhande problemen gepresenteerd krijgen want de Oostenrijkse posities waren er zeer sterk. De door de tegengestelde linies gevormde boog was er gunstig voor de Oostenrijkse artillerie en de Italiaanse posities waren overvol met manschappen, waardoor het moeilijk was om te manoeuvreren. Tot overmaat van ramp hadden twee Italiaanse deserteurs de Oostenrijkse inlichtingendienst van de geplande aanval op de hoogte gesteld, dus de Oostenrijkers verwachtten het offensief! Op de avond van de 9e juni 1917 waren beide zijden alert.

 

 

Op 10 juni, om 05u15 uur begon de Italiaanse artilleriebarrage en die eindigde pas om 15uur. De Bersaglieri en Alpini trokken voorwaarts, vervaarlijk dicht achter de explosies rukten ze op  en overrompelden er snel heel wat Oostenrijkse posities. Op de hoogste toppen zetten de Alpini de aanval voort. Hun bataljons veroverden er de toppen van de Monte Chiesa, de Corno de Segala, de piek 2003 en de piek 2101 van de Monte Ortigara. De Passo del'Agnella werd gedeeltelijk ingenomen, de frontlijn liep nu door het centrum van de pas. Op de tweede dag (11 juni) overspoelden bergwolken en een zware regen die veranderde in sneeuw het gebied. De Italiaanse bevelhebbers werden gedwongen om het offensief te vertragen. Pelotons en patrouilles bleven er letterlijk in de wolken vechten. In die weersomstandigheden kon de artillerie hier niet veel uitrichten. Op 15 juni verdween de mist. Eerder die morgen, om 02u30, en ondanks de verse sneeuw konden drie bataljons van de  Oostenrijkse Kaiserjäger de piek 2101 heroveren.

 

Vier dagen later en in een gelijkaardige raid veroverden de Alpini opnieuw de hoogte. De vijandelijke artillerie die verborgen zat in een grot of achter een heuvelkam veranderde er samen met het gestel van deze kale stenen bergen het bestaan tot een hel! Als men zich daar in die bergen niet in een ingeplante verdedigingspositie bevond of er één veroveren kon, dan was het niet mogelijke om er zonder industriële middelen nieuwe loopgraven te graven. Met een infanterieschopje kon men hier niets aanvangen. Op de rotsen ricocherende granaatscherven eisten er extra slachtoffers!

 

De Italianen probeerden er met luchtbombardementen de vijandelijke artillerie te treffen. Op de ochtend van 18 juni ‘17 vielen 145 Italiaanse vliegtuigen, waaronder 26 Caproni bommenwerpers, de Oostenrijkse batterijen, kabellijnen, munitiedepots en opslagruimtes ten westen van de Monte Ortigara en in Val Sugana aan.

 

Ondertussen waren de Oostenrijkers al een tijdje bezig met het opleiden en perfectioneren van stormtroepen. Die speciale eenheden waren een recent Duitse concept van zwaarbewapende infanteristen die in de zwakkere plekken van de vijandelijke linies moesten infiltreren. Doch op de Monte Ortigara waren die plaatsen om  door te dringen schaars. De Italiaanse Alpini daarentegen waren tactisch nog niet zo  ver gevorderd, maar ze vertrouwden op hun traditionele moed en trots en bij iedere nieuwe aanval rolden ze steeds opnieuw  hun bergkanonnen in positie  om ze als directe vuurwapens op de Oostenrijkse versterkte punten in te zetten.

De climax van deze strijd vond plaats op 19 juni, toen veroverden de Italianen het belangrijkste en hoogste punt van de Monte Ortigara: piek 2105. In 45 minuten  namen zeven bataljons van de Alpini, dit onder de leiding van de lokale mannen van het Battalione Sette Comuni, meer dan duizend Oostenrijkers gevangen en maakten er vijf kanonnen en veertien mitrailleurs buit. Onder een stralende zon was dit feit het hoogtepunt van het Italiaanse offensief.

 

Op 22 juni begon de Oostenrijkse artillerie, inclusief met nieuwe batterijen aangevoerd uit andere gebieden van het front, met een non-stop beschieting van de Italiaanse posities. In dit gebied van twee vierkante kilometer kwamen er maar liefst 250 ton hoog explosieve artillerieprojectielen neer. In het laatste uur van de beschieting vuurde men 90 ton obussen en mortieren naar het Italiaanse bolwerk op piek 2105. De beschieting was moorddadig! Op 25 juni, om 02u30, werd de duisternis er aangrijpend verlicht door Oostenrijkse vlammenwerpers die er zeven bataljons Oostenrijkse aanvallers voorafgingen. De 11 aanwezige Italiaanse bataljons hadden het zwaar te verduren! De resterende reserves van de 52e Alpijnse divisie en het Regina regiment werden in de strijd geworpen. Het treffen ontaarde in vreselijke lijf aan lijf gevechten, er werd geknokt met knuppels, messen en stenen! Tegen de ochtend was het gevecht voorbij. 1.000 Italianen werden gewond of gevangen genomen en een gelijkaardig aantal van hen waren dood. De Monte Ortigara was in Oostenrijkse handen. In de nu relatieve ochtendrust werden er gasgranaten afgevuurd op de pieken 2101, 2003, en de Passo del'Agnella. Deze gasprojectielen werden vergezeld van een sluipend spervuur van hoog explosieve obussen en door golven van Oostenrijks-Hongaarse infanteristen, de laatste reserves van het Eiserne Korps. De rook van de talrijke bosbranden verergerde er de dodelijke situatie. De Italianen beseften pas te laat dat er dodelijk gas werd gebruikt! Dit was pas de tweede keer dat er gifgas gebruikt werd aan het Alpijnse Front. De Oostenrijkers veroverden de pass en de vier pieken. 

 

 

De volgende dag (26 juni) heroverden de Italianen met een dappere tegenaanval, uitgevoerd door de resten van twee Alpini bataljons en versterkt met enkele overlevenden van de reguliere infanterie ( iets meer dan 200 man) piek 2003 en de oude loopgraven op de Passo dell'Agnella. Deze troepen die beschouwd werden als een achterhoede werden op 29 juni ’17 teruggetrokken naar de oude aanvalslinie. De slag van Monte Ortigara was voorbij, er was er niets veranderd!

 

Op 6 september 1920 kwamen meer dan 2000 Alpini veteranen terug naar de top van de berg Ortigara om de inwijding van de 'Colonna Mozza ' bij te wonen. Deze herdenkingszuil is een symbool voor de duizenden soldaten die hier sneuvelden tijdens de gevechten van Juni 1917.

 

 

Meer artikels
'A ses enfants morts pour la France 1914-1918'. 05-01-2015
Maricourt Frankrijk.

Maricourt ligt  op de departementale weg D 938, halverwege tussen  Albert en Péronne in de Somme.

lees meer ...
Herdenking deelname in WO1 van Amerika. ( First Division). 28-05-2018
Cantigny Frankrijk.

In mei 1918 beschouwde de Amerikaanse bevelhebber generaal Pershing dat slechts enkele van zijn divisies klaar waren voor de strijd.

lees meer ...
Belgische Militaire Begraafplaats Westvleteren. 26-12-2016
Westvleteren ( Vleteren ) België.

De militaire begraafplaats van Westvleteren werd aangelegd in de herfst van 1914 toen de Franse militaire overheid haar graven van in de sector Boezinge hier groepeerde.

lees meer ...