Lavaredo Italië.
Monument 15-18 Tre Cime “L'Angelo dei Caduti”.
Lavaredo Italië.

De bekendste driedubbele bergtop van de Dolomieten is tevens het symbool van de "bleke bergen" en een speelweide voor geoefende bergbeklimmers. De Tre Cime di Lavaredo (in het Duits de Drei Zinnen) zijn een imposante drievoudige bergtop gelegen op de grens tussen de Italiaanse landstreken Trentino, Zuid-Tirol en Veneto, tussen de provincies Bozen,Zuid-Tirol en Belluno en tussen de gemeenten Toblach en  Auronzo di Cadore. De bergtoppen zijn de Cima Grande (Große Zinne) 2999 meter, Cima Piccola (kleine Zinne) 2857 meter, Cima Ovest (westliche Zinne) 2973 meter.

 

 

Gedurende de Eerste Wereldoorlog liep hier het Dolomietenfront, dit front was ook een deel van het gebied waar tussen1915 en eind 1917 de onmenselijke bergoorlog tussen Italië en Oostenrijk-Hongarije geschiedde. Honderd jaar geleden waren de Dolomieten het toneel van worstelingen die alle limieten van de menselijke mogelijkheden overschreden. De betrokken legers die hier toen streden  waren het Italiaanse IVe leger (of leger van Cadore), de  Oostenrijks-Hongaarse gecombineerde Divisie Pustertal  en het Duitse Beierse Alpenkorps.

 

Toen Italië in 1915 de oorlog binnen trad werd het zuidelijke Oostenrijks-Hongaarse slagveld gebied bestempeld als de “Ve  regio van de Tiroolse verdediging”. Het gebied was toen militair gezien nog niet goed ingericht, doch de Italianen kozen het in feite vooral uit omdat ze een goede terreinkennis hadden van dit bergachtige terrein. De Italianen wilden er verder langs de valleien, als Val Pusteria of Villach in de richting van Wenen vorderen en snel de bergcols, zoals Passo di Monte Croce Comelico, oversteken. Maar hun actie verliep er niet als gepland! Alle opportuniteiten voor een haastige opmars verdwenen er samen met de droom om snel de Keizerlijke hoofdstad Wenen te bereiken. Om strategische redenen trokken de Oostenrijks - Hongaarse troepen zich op 27 mei ’15 terug uit Cortina d'Ampezzo, maar behielden er toch verschillende hoog gelegen versterkte posities, zo wilden ze voorkomen dat de vijand zich noordwaarts door de belangrijkste valleien, zoals Val Travenanzes, Val Badia en Val di Landro kon verspreiden. Langs de frontlinie waren er een groot aantal kastelen en forten die konden gebruikt worden voor het blokkeren van alle Italiaanse aanvallen. Het Italiaanse leger aarzelde en verloor daardoor de verrassings-factor om er haar toen nog niet goed georganiseerde tegenstander te kunnen overweldigen. Dit zorgde er voor dat de Tiroler Standschützen ( eenheden van Tiroolse grenswachters enigszins te vergelijken met de Britse Home Guard ) zich rap konden gaan hergroeperen, dat ze schuilplaatsen konden bouwen en er ook de nodige wegen konden opblazen. In plaats van een bewegingsoorlog werd het een uitputtende positieoorlog.

 

Marmolatta, Tofane, Monte Piano, Col di Lana en de Tre Cime zijn namen van natuurlijke burchten die belangrijke plaatsen zouden worden in de geschiedenis van de Alpijnse oorlogsvoering. Elke grote berg was er de spil van hun sector en diende een doel vergelijkbaar met de hedendaagse verkenningssatellieten. Van op die hoge voorposten kon men de vijandelijke bewegingen waarnemen, maar ook de aanvalsrichtingen werden van daaruit bepaald. De toevoer van wapens, munitie, levensmiddelen enzovoorts waren in deze bergen een ultieme uitdaging. De logistieke leveringen werden gedragen op de ruggen van manschappen en muildieren, de belasting bedroeg gemiddeld 25 a 100 kilo. Geleidelijk aan bouwde men aan beide zijden kabelbanen en ontstonden er in de bergen labyrinten van tunnels. Ja, de oorlog was naast vechten ook een hard labeur!

 

De Tre Cime in Lavaredo werd een Italiaanse vesting met kanonnen, zoeklichten en mitrailleursnesten. De middelste top, de Cima Grande, werd door de Italianen vooral gebruikt om de vijand te controlerenen en ze monteerden daar zelfs een echte schijnwerperinstallatie. De nabijgelegen Oostenrijkse troepen plaatsten hun verdedigingsmiddelen op de Schwabenalpenkopf (2685 m.) en de Raut Kofel (2607 m.) ook bekent als de Monte Rudo. Ook zij plaatsten er soortgelijke batterijen van kanonnen en mortieren, installeerden mitrailleursnesten, bouwden loopgraven verbonden door diepe tunnels en legden er velden van prikkeldraad aan. De vooruitgeschoven observatiepost van de Oostenrijkers lag bovenop de Torre di Toblin (2613m). Aan de voorzijde van de Tre Cime, bovenop de Monte Paterno (2746 m) bevond zich de meest geavanceerde Italiaanse voorpost. De posities van al de Oostenrijkse troepen lagen echter lager dan de vooruitgeschoven posten van de Alpini waarnemers ( Italiaans bergtroepen) en uiteraard zorgde dat vaak voor dodelijke toestanden.

 

Om een dergelijke waarnemingspost te veroveren of te neutraliseren moest men wel over buitengewone klimvaardigheden beschikken.  In het Oostenrijkse leger beschikte men over goede klimmers. Eén  van die mannen met een uitzonderlijk klimtalent was de gerenommeerde berggids Sepp Innerkofler, men noemde hem de meester van de kliffen rond de Tre Cime.  De toen 49 jarige Sepp was sergeant in de bergmilitie van de Tiroler Standschützen en diende er met twee van zijn zonen. Doch hij kwam op 4 juli 1915 tijdens een actie op de Paternkofel, een berg dicht bij de Tre Cime gelegen, om het leven.

 

In de zomer van 1916 waren er verscheidene gevechten rond de pieken, de bergruggen en de valleien van de Tre Cime groep, maar die brachten geen resultaat, men zat er in een dodelijke impasse. Bovendien zorgden uitputtingsslagen aan andere fronten er aan beide zijden voor een gestage troepenleegloop. Italiaanse en Oostenrijkse eenheden werden naar de Isonzo of naar de Altipiano gezonden en de Duitse troepen trokken weg richting Verdun en de Somme.  Doch raids, patrouilles, gevechten om voorposten en de ondergrondse mijnenoorlog bleven er, evenals alle natuurlijke gevaren van de hoge bergtoppen, wel hun tol eisen. De winter van 1916/17 en zijn lawines was de dodelijkste in de geschiedenis. In december van 1916, tijdens een periode van 48 uur, zouden 10.000 militairen, dit zowel Italianen als Oostenrijkers, sterven als gevolg van lawines in de Dolomieten. Aanvankelijk werden de reguliere troepen er vervangen door reservisten, maar de slachtingen van Ortigara of Bainsizza eisten toch ook hun aanwezigheid. De afmattende-stellingenoorlog bestond hier continu uit plotselinge aanvallen die uitgevoerd werden door de beide legers, maar de Italianen konden er nooit de vijandelijk linies doorbreken. Strijdend op de bergtoppen ondergingen de mannen er twee harde winters. De oorlog op de Dolomieten bleef duren tot november 1917, toen werd het Italiaanse IVe leger, na de Italiaanse nederlaag bij Caporetto, teruggetrokken van aan de Dolomieten, het trok zich terug naar Monte Grappa. De oorlog in de Dolomieten kende geen winnaars of verliezers! Op 5 november 1917 werd Cortina d'Ampezzo opnieuw bezet door Oostenrijks-Hongaarse troepen. De nederlaag bij Caporetto behoede de strijders van de dolomieten voor een derde vreselijke oorlogswinter.

 

 

Op de flanken van dit toenmalige oorlogsgebied van de Tre Cime vindt men nu nog de resten van versterkingswerken en van heel wat netjes in de rotsen uitgehouwen gangen. Naast allerlei verdedigingswerken vind men er ook een aantal persoonlijke herdenkingsmonumentjes. Eén van die monumentjes staat hier ter nagedachtenis van de Italiaanse sergeant wielrijder Gaio Alfredo. Alfredo was onderoficier bij het 12e bataljon cyclisten, 8e regiment  Bersaglieri en kwam op 16 juni 1917 om het leven. Maar er staan niet alleen kleine monumentjes, op de Tre Cime kunnen we ook het mooie imposante beeld van de gevallen engel bewonderen, of zoals het in het Italiaans zo mooi klinkt: “L'Angelo dei Caduti”. Dit monument dat hier geplaatst werd als herinnering aan het 8e regiment Bersaglieri is het werk van beeldhouwer Ancona Vittorio Monelli. In 1916 werd Monelli zelf ook ingelijfd bij dit regiment. De sculptuur toont een gevleugelde man met in zijn rechterhand een zwaard en in zijn linker een lauwerkrans. Aan de voet van de engel zien we een wirwar van heggen die zo symbolisch de valkuilen van de oorlog weergeven. Onderaan het gedenkteken werd er ook een gedenkplaat voor het 8o Reggimento Bersaglieri en de diverse regimenten die hier langs de frontlijn patrouilleerden aangebracht.

 

 

 

 

 

Meer artikels
Vuurfakkels. 25-01-2016
Passendale België.

Ieder jaar op 10 november vindt in Passendale de 'Passchendaele Ceremony' plaats.

lees meer ...
Soldatenfriedhof Rabenbühl. 01-12-2014
Tête des Faux Frankrijk.

De Tête des Faux (Buchenkopf in het Duits) is een van de hoogste bergtoppen in de Vogezen (1208 meter).

lees meer ...
Guynemer Memorial. 11-09-2017
Poelkapelle (Langemark-Poelkapelle) België.

In de West-Vlaamse gemeente Poelkapelle staat een gedenkbeeld ter ere van de Franse piloot en luchtaas Georges Guynemer.

lees meer ...