Ieper België.
Ypres Town Cemetery Extension
Ieper België.

Tegen 1917 had de stad Ieper en haar directe omgeving al twee beruchte veldslagen  achter de rug. Eén in 1914 en één in 1915, het was in die periode dat de gemeentelijke begraafplaats van Ieper in gebruik werd genomen om er militairen te begraven. De begraafplaats die ongeveer 800 meter ten noordoosten van de Grote Markt lag kreeg van de Britten de benaming Ypres Town Cemetery.  De Britse perken lagen verspreid tussen de burgerlijke graven, de begraafplaats werd door de Britten gebruikt van oktober 1914 tot mei 1915. Eén van de Britten die hier begraven werd was Prins Maurice Victor Donald of Battenberg. Hij was luitenant bij het 1st King's Royal Rifle Corps, maar hij was ook een kleinzoon van Queen Victoria. Hij was het jongste kind en de derde zoon van  Hendrik Maurits of Battenberg en prinses Beatrice,  de jongste dochter van koningin Victoria. Zijn enige zuster, Victor Eugenie zou later als echtgenote van Alfons XIII, koningin van Spanje worden. Prins Maurits leed evenals zijn broer Leopold- en evenals vele andere nazaten van koningin Victoria - aan de erfelijke ziekte  hemofolie ( een  erfelijke stoornis in de bloedstolling). De 23 jarige prins sneuvelde op 27 oktober 1914 tijdens de gevechten nabij  Broodseinde (Zonnebeke). Zijn neven, de zonen van de Duitse keizer Wilhelm II, streden aan Duitse zijde. Na de oorlog moest de Britse adel met een Duitse familienaam deze verengelsen. De nakomelingen van de Battenbergs veranderden hun naam in “Mountbatten”.

 

 

Al vlug werd de Ieperse begraafplaats te klein en werd ze noodgedwongen vergroot, de Britten noemden die uitbreiding de Ypres Town Cemetery Extension. De 'Extension' werd gebruikt vanaf oktober 1914 tot april 1915, behalve de twee bijzettingen die nog in 1918 volgden. Na de wapenstilstand werden er nog 367 graven in perk I en perk II toegevoegd, die waren afkomstig van kleinere begraafplaatsen en geïsoleerde graven uit de slagvelden ten O en NO van Ieper. Ook in 2016, op 20 april werden er hier nog zes Britse slachtoffers uit de Eerste Wereldoorlog met militaire eer herbegraven. De stoffelijke resten werden teruggevonden tijdens werkzaamheden in de Ieperse wijk De Vloei. Twee van hen konden door middel van een  DNA-onderzoek geïdentificeerd worden als Joseph William Rowbottom en Albert William Venus, beiden dienden ze bij de Royal Field Artillery.

 

Maar toen in 1917 het derde inferno bij Ieper  losbarstte zou  het Ypres town Cemetery en  haar Extension niet meer gebruikt worden,  maar in de regio van Ieperse front zouden er wel heel wat nieuwe begraafplaatsen aangelegd worden. 

 

 

Ja, honderd jaar geleden, in deze zelfde periode, stond het groot “Flanders Offensive” van Douglas Haig op het punt om lost te barsten. Tegen halverwege juni 1917 was de ouverture van het plan al uitgevoerd. De Britse opperbevelhebber Haig was tevreden, de Mijnenslag ( 07 - 14 juni) had er voor gezorgd dat de Wijtschate-boog ten zuiden van het Ieperfront rechtgetrokken was. De Duitsers hadden zich teruggetrokken op hun derde linie. De Mijnenslag bij Mesen en Wijtschate was immers één van de grootste successen die de Britten tijdens de Eerste Wereldoorlog behaalden! Maar ook dat had weer een nadeel! De gevechten waren er zo snel afgelopen dat de Britse troepen in het noorden rond Ieper nog niet klaar waren met hun voorbereidingen. Dat was zekere een cruciale fout want in de zes weken die volgden, de aanval zou pas losbarsten op 31 juli 1917, hadden de Duitsers voldoende tijd om zich te reorganiseren en voor te bereiden op dat wat zij “Die Dritte Flandernschlacht” zouden noemen. Maar in feite waren de Duitsers aan het Vlaamse front al sinds september 1916 bezig met de aanleg van hun defensieve stellingen. Een officiële telling van het aantal bunkers uitgevoerd eind 1916 kwam uit op 4.465 betonconstructies, dat van aan de Noordzee tot aan de Leie, maar op dat moment moest de grote bouwactiviteit nog beginnen. Naar schatting werden er in totaal meer dan 10.000 gebouwd. In de diepte hadden ze zes Stellungen: de frontlijn, de Albrecht-Stellung, de Wilhelm-Stellung, de Flanderen-I-Stellung, de Flanderen-II-Stellung en de nog in aanbouw zijnde Flandern-III-Stellung.

 

 

De Duitse verdediging werd vooral geconcentreerd op de Wilhelm-Stellung en de Flanderen-I-Stellung. Die Duitse verdedigingslinies liepen allemaal over de verschillende hoogterijen van de midden-West-Vlaamse heuvelkam. Daartussen lagen er nog een aantal Riegels   (grendelstellingen ) van waaruit ze in geval van een Britse doorbraak hun belagers in de flanken konden aanvallen en daartussen lag het landschap ook nog bezaaid met honderden weerstandnesten! O wee de sukkelaars die daar ten aanval moesten! Op 13 juni 1917 stelden de Duitsers hun beste defensiespecialist kolonel (later generaal) Friedrich Karl "Fritz" von Loßberg (30 april 1868 – 4 mei 1942) aan om de verdediging van het hier liggende 4.Armee (4e Duitse Leger) te organiseren. Elke linie moest op zich kunnen instaan voor haar eigen verdediging. In geval er een doorbraak was dan kon er teruggeplooid worden op de volgende linie van waaruit ze dan direct een georganiseerde tegenaanval konden op punt zetten om het verloren terrein te heroveren. Naast het rotatiesysteem tussen de eerstelijnstroepen en de reserves werden er ook nog speciale Eingreifdivisionen voorzien. In hoofdregel lagen die speciale divisies buiten het bereik van de Britse veldartillerie, maar ze moesten toch in enkele uren tijd ter plaatse kunnen zijn voor het uitvoeren van een tegenaanval.  Al op 6 juli 1917 verklaarde Rupprecht von Bayern, de Duitse opperbevelhebber, dat ze klaar waren voor hun Abwerhschlacht (afweerslag). Tijdens de 3e Slag bij Ieper zou het 4e Duitse Leger in België uitgroeien tot 800.000 manschappen en 200.000 paarden.

 

Een ander vitaal onderdeel van het plan-Haig was de geplande aanval die uitgevoerd moest worden door het Britse XVe Corps, die zou gesteund worden door een landoperatie in Oostende, deze actie kreeg de naam Operation Hush. Deze bestorming moest samen met de doorbraak bij Ieper worden ingezet, maar de Duitsers staken daar een stokje voor! Op 10 juli 1917 lanceerde de 3e Duitse Marine Divisie haar marine infanteristen in de operatie Strandfest, dat was een zware Duitse tegenaanval in de duinen, de Duitse mariniers veroverden het Britse bruggenhoofd over de IJzer in Nieuwpoort. 200 vliegtuigen ondersteunden de opmars. Het verlies van hun Bruggenhoofd bemoeilijkte de Britse slaagkansen van een landoffensief langsheen de kust sterk, want het vereiste nu van de troepen dat ze IJzer overstaken. Het was ook tijdens die Operatie Strandfest dat de Duitsers voor de eerste keer experimenteerden met projectielen die gevuld waren met het beruchte mosterdgas (Gelbkruez). Dit gas zou bij ons beter bekend worden onder de Franse benaming “Ypérite”, dit omdat het voor het eerst massaal werd ingezet vlak voor de Derde Slag bij Ieper (in het Frans Ypres), de Britten spraken van “mustardgas”.

 

Ondertussen voerden Britse genietroepen in de streek van Ieper grootse werken uit om zo al het nodige materiaal ter plaatse te kunnen krijgen. Overal werden hoofdkwartieren in gereedheid gebracht en werden er wegen en smalsporen aangelegd, bruggen gebouwd en opslagplaatsen klaargemaakt. Uiteraard lieten de Duitsers dit zo maar niet gebeuren! Twee dagen nadat ze mosterdgas hadden gebruikt aan de kust werd het nu op 12 juli voor het eerst ook gebruikt in de regio Ieper, tussen Wieltje en Het Hoge. Een dag later dag later vertelde A.F.P. Christison: “Kapitein Rowan van de c-compagnie, rechts van me, hoorde het gasalarm en zijn mannen zetten hun maskers op. Na deze in de ochtendhitte een tijdje te hebben gedragen en omdat er geen aanval volgde en ook omdat er geen gas geroken werd, dachten ze dat het vals alarm was.”  Maar de mannen van kapitein Rowan wisten niet dat het mosterdgas bijna reukloos was en dat het een vertraagde werking had. De loopgraaf van c-compagnie was vergeven met het bruinachtige spul en de hele compagnie viel eraan ten prooi. Tegen de avond was iedere officier en iedere onderofficier en soldaat óf dood óf in het ziekenhuis. Meer dan 50.000 granaten, voorzien van een geel kruis, waren afgevuurd. Het aantal dodelijke slachtoffers per granaat was in feite te verwaarlozen, maar een dergelijke hoeveelheid zorgde toch voor heel wat intoxicaties en medisch overwerk. Er vielen 2.014 slachtoffers, onder hen zeer veel jongens van de Britse 15e divisie. Enkele duizenden geallieerde militairen waren eraan ten offer gevallen, van wie er 87 stierven. In de drie volgende weken werden er nog eens één miljoen granaten, afgevuurd, die zorgden voor 500 dode militairen en wederom duizenden vergiftigden. Na een anderhalve maand waren er een kleine 20.000 Britse militairen vergiftigd. Velen van hen waren al dan niet tijdelijk blind en ongeveer 650 stierven er binnen een week tot tien dagen na de aanval. Al vijf dagen nadat de Duitsers hun nieuw chemische wapen hadden ingezet, namen de Britten wraak. Honderdduizend artilleriegranaten gevuld met de Britse variant van het mosterdgas werden afgevuurd, 75 Duitsers stierven.

 

Door verschillende historici en bronnen werd 12 juli 1917 dan ook terecht naar voren geschoven als de onofficiële begindatum van de Derde Slag bij Ieper ( ook gekend als slag van Passendale) Tussen 12 en 27 juli telde het Britse Ve Leger al 13.284 doden, gewonden en vermisten, dat vooral door gas-, lucht- en artilleriebombardementen. Vanaf 16 juli bereidden de Britten het terrein voor met een extraordinaire en intensieve artilleriebeschieting, in de twee weken die de aanval van 31 juli voorafgingen vuurden ze meer dan 4.200.000 projectielen af in de richting van de Duitse stellingen, dat was twee en een halve keer zoveel als het jaar daarvoor aan de Somme. Maar door die immense beschieting werd het volledige afwateringssysteem er in de vernieling geschoten, sommige beken en grachten traden hierdoor vaak over meer dan honderd meter uit hun oevers! Alles lag plat, de hele streek tussen Ieper en Zonnebeke veranderde in een meelijwekkend trechterveld waarin weldra manschapen en dieren maar ook tanks en ander oorlogstuig zouden verzuipen. De Britse beschietingen waren er zo destructief dat ze zelfs de eigen opmars in dit totaal omgewroet terrein onmogelijk zouden maken, maar anderzijds was het artillerievuur er niet nauwkeurig genoeg geweest om er de Duitse betonnen schuilplaatsen uit te schakelen. Toen het op de kop toe nog begon te regenen, dan was de grote tragedie die zich hier tot in november 1917 zou afspelen haast niet meer te vermijden!

 

 

Meer artikels
Franse begraafplaats Saint-Charles-de-Potyze. 14-02-2016
Ieper België

 

Tijdens de oorlog gingen de Fransen anders te werk om met hun doden dan bv de Britten. Het was pas vanaf 29 december 1915 dat er een wet kwam op het individuele en eeuwige graf.

lees meer ...
Debout les morts. 06-04-2015
Bois Brûlé (Apremont-la-Forêt) Frankrijk.

Terwijl er in het begin van april 1915 belangrijke aanvallen plaatsvonden in het bos van Ailly, moest het 95e Franse infanterie regiment een afleidingsmaneuver uitvoeren in het Bois Brulé.

lees meer ...
Bunker Scott's Post. 25-09-2017
Polygoonbos (Zonnebeke) België.

Een belangrijk overblijfsel van de Groote Oorlog in het Polygoon bos is een Duitse bunker.

lees meer ...