Illies Frankrijk.
Illies Deutscher Soldatenfriedhof 'Vader en zoon Balthasar'.
Illies Frankrijk.

Het Illies Deutscher Soldatenfriedhof ligt een paar kilometer ten zuidwesten van Lille (Rijsel) in de buurt van het dorpje van Illies. Op deze dodenakker werden er heel wat oorlogsslachtoffers van het Infanterie-Regiment Graf Bülow von Dennewitz (6. Westfälisches) Nr. 55 begraven. Dit regiment bracht tijdens de loopgravenoorlog heel wat maanden in de Pas-de-Calais door en beschouwde in de latere stadia van de oorlog dit oord als hun ‘Regiments begraafplaats’. Alleen al in de dagen na 9 mei 1915, toen het Regiment in Neuve-Chapelle de frontale aanval van twee Britse divisies te verwerken kreeg, werden er 230 leden van deze legereenheid begraven op de begraafplaats. Ook toen het regiment na deze verliezen en nog verdere zware verliezen in de loop van mei 1915 dit gebied verliet, bleef het Soldatenfriedhof van Illies toch een van de vele militaire begraafplaatsen in Frankrijk die het pad van het regiment bleef kruisen. Nadat het regiment begin augustus 1915 naar haar oude positie in de nabijheid van Illies terugkwam (Richebourg / Neuve Chapelle / l ' Avoué) begon men met de extensie van het oord, i.p.v. een Soldatenfriedhof werd het nu officieel ook een ‘Regimentsfriedhof’ en men richtte er een monument op ter eer van het 55e infanterieregiment. Op de voorkant van het gedenkteken stond de inscriptie: Voor zijn gevallen kameraden van het Infanterie-Regiment Graf von Bülow von Dennewitz (6 Westf.) Nr. 55. Op de achterzijde stond er op voorstel van de regimentsadjudant, luitenant Mummenthey, een passage uit de tragedie ‘Zriny’.

 

Paul Diekmann uit Nienhagen (D) die luitenant was in het IR 55 (hij stierf op de 30.11.1917 bij Cambrai) beschreef in een brief van 26 mei 1915 de begraafplaats van Illies als volgt: “De gevallen officieren van het Regiment rusten in een rotonde. Niet ver van Theodor* ligt ook Richard Schäfer** .  En daarnaast in de lange, lange rijen, kruis aan kruis de dappere helden van het trotse Regiment. Zo liggen er, geen 20 meter van elkaar, drie lieve strijders uit Heiden (D).Pas wanneer bij iedereen een steen gezet zal zijn en de schaduw van de prachtige bomen koeling zal bieden, dan zullen al die dapperen hoewel ze in vreemde aarde liggen, toch in het vaderland rusten. Zo dicht naast elkaar, al die trouwe vriendschap, gesloten in nood en gevaar! En zoals het kerkhof aangelegd werd! Dat kon alleen door Duitse kameraden, met al hun liefde, hun trouw! En sommigen, die later het graf van een geliefde gevallene zullen bezoeken, zullen met een diepe dankbaarheid degenen die hun kameraden een dergelijke rustplaats bezorgden moeten gedenken.”

 

*Theodor Büterowe, reserveluitenant in IR 55 II. bataljon 7de compagnie geboren op 30.9.1887 in Lück (Duitsland), overleden op 17.5.1915 te Richebourg na verwondingen te hebben opgelopen op 17.5.1915 bij La Bassée (blok 3 graf 231) **Richard Schäfer, geboren op 13.3.1888 te Steege, Denemarken, adjunct officier IR 55, MG compagnie, gestorven op 9.5.1915 te Neuve -Chapelle ( blok 3 graf 235).

 

 

Een poging om de grond van de dodenakker van de Franse eigenaren af te kopen mislukte. Na de oorlog werd de begraafplaats door de Franse militaire autoriteiten uitgebreid met Duitse stoffelijke resten afkomstig uit 17 nabijgelegen gemeenten. Maar ook nu bekommerde de ‘ Bund der 55er’ (oud-strijdersvereniging van het Duitse 55e IR) zich toch nog in zover dat mogelijk was over de zorg van de begraafplaats. Nu rusten er 2890 Duitsers, een deel van hen liggen in de vijf massagraven.

 

 

Tussen de vele kruisen die hier staan, staat er toch eentje dat wat onalledaagser en nog emotioneler geladen is dan de andere. Onder dat grafkruis liggen vader en zoon Balthasar! Beiden waren Hauptmann ( kapitein ), maar ze streden niet in de zelfde wereldbrand. Vader Hauptmann August Balthasar sneuvelde al vroeg in de Eerste Wereldoorlog, hij stierf aan het Franse front op 14 oktober 1914, zijn zoon Wilhelm, die geboren werd te Fulda (D) op 2 februari 1914, was toen pas acht maanden oud! In het echte leven hebben vader en zoon elkaar niet echt gekend, maar na de dood van Wilhelm werden ze wel voor eeuwig verenigd. Van vader August zijn niet zoveel gegevens bewaard maar van zijn zoon Wilhelm, die zou uitgroeien tot een ware Duitse luchtheld van het Derde Rijk en haarLuftwaffe (Duitse luchtmacht) is wel veel geweten.

 

Wilhelm startte zijn militaire loopbaan in 1933 bij de artillerie (3. Preußisches Artillerie-Regiment der Reichswehr), maar na twee jaar artillerie stapte de jonge luitenant in 1935 over naar de pas opnieuw opgerichte Luftwaffe. In 1936 voerde hij het bevel over de verkenningseenheid van Kampfgruppe K88 (een gevechtsescadrille) in het Legion Condor. Het Legioen Condor ( Duits: Legion Condor, ) of het Duits Vrijwilligerslegioen was een militaire eenheid van Duitse vrijwilligers die de Spaanse nationalisten van generaal Franco militaire hulp bood tijdens de Spaanse burgeroorlog.Op 20-01-1937 behaalde Wilhelm zijn eerste luchtoverwinning. Het jaar daarop, na 17 maanden dienst in Spanje, keerde hij op 23 maart’38 terug naar de heimat, hij was de Duitse militair die het langst in Spanje actief was geweest. Hij had er 465 Feindflüge (operationele vluchten) uitgevoerd en behaalde 7 overwinningen, hij werd onderscheiden met het Spanienkreuz im Gold mit Schwertern und Brillanten ( gouden Spanjekruis met zwaarden en briljanten).

 

In 1939 nam hij als Staffelkapitän van 1/JG1 (1e staffel van Jachteskader 1) deel aan de Polenfeldzug ( de inval in Polen) en in mei 1940 vloog hij boven het Franse front. Zijn inzet tijdens de Franse veldtocht was letterlijk een schot in de roos, hij was er de meest succesrijke piloot en behaalde 23 luchtoverwinningen, waarvan 4 op 11 mei, 5 op 5 juni en 6 op 6 juni. Hij kreeg als tweede jachtpiloot (Werner Mölders was de eerste) het Ritterkreuz (Ridderkruis van het Ijzeren Kruis). Deze zeer begeerde onderscheiding voor moed en bekwaamheid op het slagveld werd in het dagelijks leven al snel als "daß Ritterkreuz" aangeduid. De 8.168 op deze wijze gedecoreerde militairen, daaronder ook eenvoudige soldaten, matrozen en onderofficieren, werden: "Ritterkreuzträger" genoemd. Dit aan een lint om de hals gedragen kruis nam de plaats in van de Pour le Mérite, de felbegeerde Duitse onderscheiding uit de Eerste Wereldoorlog. In augustus 1940 werd hij bevorderd tot Kommandeur van III./JG3 (Gruppe III Jagdschwader 3 ‘Udet’) die zich aan het kanaal bevond. Hij behaalde er op 3 september zijn 24e luchtoverwinning maar werd de volgende dag 4 september1940 zwaar gewond bij een luchtgevecht. Hoewel hij nog niet volledig hersteld was vloog hij twee weken later al opnieuw en behaalde nog 5 overwinningen. Doch In november belandde hij opnieuw in het ziekenhuis en verbleef er tot februari 1941. Bij zijn ontslag uit het Lazarett kreeg hij op 16 februari 1941 het bevel over Jagdgeschwader 2 ‘Richthofen’. Op 17 mei 1941 volgde zijn 30e overwinning en tussen 22 en 26 juni maart schoot hij er nog eens 9 neer, waaronder 5 Blenheims (Britse lichte bommenwerpers). Hiervoor werd hij op 2 juli onderscheiden met het Eichenlaub (Eikenloof) op zijn Ridderkruis.

 

Balthasar combineerde zijn technisch kunnen (lees vliegen) met ridderlijkheid. Hij stond er op dat neergehaalde tegenstanders die in zijn regio een noodlanding moesten uitvoeren of met hun valscherm neerkwamen, eerst naar het Fliegerkasino (mess piloten) moesten gebracht worden. Bij een uitgebreide maaltijd voerde hij dan met hen een informatief gesprek en pas daarna stuurde hij hen in krijgsgevangenschap. Doch zijn ridderlijk gedrag bracht hem geen geluk! Op 3 juli 1941 vloog hij met één van de nieuwe Messerschmitt Bf109F -4 toestellen die aan het eskader geleverd waren om ze ook te testen in gevechtssituaties. Toen hij boven Aire vloog dook hij met zijn Messerschmitt neer op een Britse Spitfire, maar tijdens die duikvlucht brak een van de vleugels af en stortte hij met zijn machine te pletter in Wittes, nabij de hoeve Goset op het gehucht Saint Martin. Hij kreeg wel de overwinning op de Spitfire bijgeteld op zijn palmares en werd postuum tot majoor bevorderd (hoewel op zijn grafkruis staat Hauptmann). Wilhelm had gevraagd, indien hij zou sneuvelen, om naast zijn vader begraven te worden. Omwille van zijn meer dan voorbeeldige staat van dienst werd dat uitzonderlijk toegestaan en werd hij met militaire eer naast zijn vader bijgezet op de begraafplaats van Illies. Major Wilhelm Balthasar die 765 Feindflügge (operationele vluchten)) vloog behaalde in totaal 47 overwinningen, waarvan 7 in Spanje en 40 aan het westelijk front.

 

PATER ET FILIUS REQUIESCAT IN PACE (vader en zoon rust in vrede)

 

 

Meer artikels
Y Farm Cemetery 'Pte W. Barwell'. 17-08-2015
Bois Grenier Frankrijk.

De Noord Franse gemeente Bois Grenier bleef het grootste deel van de oorlog in geallieerde handen.

lees meer ...
Monument 'Wolven van Toscane'. 22-05-2017
San Giovanni di Timavo Italië.

Langs de weg SS14, in het dorpje van San Giovanni di Timavo een gemeente van Duino Aurisina, kan men een monument bewonderen dat gewijd is aan deLupi di Toscana’.

lees meer ...
Owl Trench Cemetery. 27-02-2017
Hébuterne Frankrijk.

Het dorpje Hébuterne was vanaf 1915 deels in geallieerde handen, het oostelijke deel van de gemeente bleef in Duitse handen tot februari 1917.

lees meer ...