Passendale  (Zonnebeke) België.
Tyne Cot Cemetery 'Your name unknown'.
Passendale (Zonnebeke) België.

10 augustus 1917, tien dagen eerder werd de Derde Slag bij Ieper ontketend,ook gekend onder de Slag bij Passendale. Het weer was zeer slecht en zorgde ervoor dat de Britse vliegtuigen hun broodnodige verkenningsvluchten niet konden uitvoeren, daardoor slaagde men er niet in om de Duitse artilleriebatterijen nauwkeurig te lokaliseren. Die pientere Duitse artillerie wisselde dan ook geregeld van positie en kon zo bijna ongestoord het Britse achterland bestoken. Daardoor kreeg ook de Britse artillerie het zwaar te verduren, bepaalde batterijen werden gereduceerd tot de helft van hun sterkte! Dat zorgde dat de Britse artilleriebombardementen aan kracht verloren.

 

De Britten wilden nu zo vlug mogelijk het heel belangrijke Gheluvelt Plateau (Geluveld deelgemeente van Zonnebeke) veroveren. Die was voor de Duitsers van groot strategisch belang, want van daaruit konden ze immers de hele Britse rechterflank onder vuur nemen. De aanval tot de verovering van de heuvelrij van Geluveld was aanvankelijk voorzien voor 2 augustus, maar door het slechte weer werd die alsmaar opgeschoven. Men stelde de actie uit tot 9 augustus, maar een hevig onweer in de loop van de avond van de 8e zorgde er voor dat de aanval opnieuw met 24 uur verschoof. De aanval op het plateau van Geluveld werd nu vastgelegd op 10 augustus, om 04u35.

 

Nadat het Britse geschut, op 8 en 9 augustus, Inverness Copse (bos langs de Menenstraat dat door de Britten 'Inverness Copse' werd genoemd, door de Duitsers 'Herenthage') en Glencorse Wood ( het zuidelijke deel van de Nonnebossen werd door de Britten aangeduid als 'Glencorse Wood') hevig had bestookt rekende men erop dat men deze sleutelposities op 10 augustus zou in nemen. De last  van de inname van die twee bossen kwam op de schouders van de Britse 18th (Eastern) Division (18e divisie) te liggen, dit was zeker de belangrijkste opdracht. Ten zuiden van de 18e divisie had de 24e divisie al eerder haar front verlengd tot aan Sterling Castle ( kasteel Beukenhorst), in het noorden moest de 25e divisie het gehucht Westhoek veroveren. De actie moest snel verlopen, de artilleriebarrage van 18e divisie zou 46 minuten duren, de Britse legerleiding rekende erop dat de aanvallers binnen dit tijdsbestek de beide posities in handen zouden hebben!

 

 

10 augustus 04u35, de bataljons van de 18e divisie ( de divisie bestond uit de 53e, 54e en 55e Brigade) trokken ten aanval. In het zuiden was de 55e brigade aan zet, daar had de brigade het 7e bataljon Queen’s (7th (Service) Battalion, Queen's ( Royal West Surrey Regiment) in de frontlijn. Dit bataljon had een 400 meter lange frontlijn met Inverness Copse voor zich. Niet ver van de startposities van de Queen’s hadden de Duitsers een voorpostenlijn uitgezet. Nog voor de aanval begon veroorzaakten enkele Britten die te ver vooruit waren getrokken een Duitse artilleriebeschieting. De op de rechterkant gelegen compagnie leed hierdoor zware verliezen. Vlak voor de aanval volgde nog een tweede artilleriebarrage op de linies van het 7e bataljon Queen’s. De rechtse compagnie trok ten aanval in de zuidwesthoek van Inverness Copse, ze bestormden een bunker en verloren daarbij heel wat manschappen. Verder ten noorden volgde 2nd Lieutenant (onderluitenant) Raymond Wilson met twee pelotons de barrage langsheen de noordelijke rand van het bos tot aan de te veroveren lijn. Tegen die tijd was hij nog de enige officier die niet gewond was, maar zonder de nodige reserves dreigde zijn positie van uit het zuiden opgerold te worden. Wilson besloot om zich terug te trekken naar de noordwesthoek van Inverness Copse. Het 7th Queen’s verloor hier 10 officieren en 272 onderofficieren en manschappen. De lijn tegenover de Queen’s werd verdedigd door het Duitse R.I.R 239 ( reserve infanterieregiment 239).

 

Verder ten noorden verliep de aanval van de 54e brigade aanvankelijk wel succesvoller. De brigade  wierp hier  het 11e bataljon Royal Fusiliers (11th (Service) Battalion, Royal Fusiliers) en het 7e bataljon Bedfordshire (7th (Service) Battalion, Bedfordshire Regiment in de strijd. Het 11e Royal Fusiliers bereikte de Duitse hoofdweerstandslijn bij FitzClarence Farm, maar hierdoor bevond het bataljon zich te ver naar voor en had het geen verbinding meer met de Britse troepen links en rechts van hen. Tegen 06 uur waren alle officieren uitgeschakeld, toch bleven de fuseliers dapper de Duitse tegenaanvallen afweren. Vijf onderofficieren hadden het bevel overgenomen, hiervoor kregen zij later  een DCM (de DCM of Distinguished Conduct Medal : een ereteken uitgereikt  aan Britse militairen die tijdens de gevechten moedig gedrag vertoonden).  Maar het felle Duitse kanonvuur sloot de toevoerlijnen voor munitie, voedsel en water volledig af. De hier strijdende mannen moesten dringend afgelost worden, maar ook de twee andere brigadebataljons het 6th (Service) Battalion,  Northamptonshire Regiment en het 12th (Service) Battalion, Duke of Cambridge's Own ( Middlesex Regiment) waren totaal uitgeput. 

 

 

Ondertussen bevond de 53e brigade, die in reserve werd gehouden, zich bij Dikkebus deze troepen arriveerden hier pas tegen de avond. Kleine groepjes manschappen van de bataljonshoofdkwartieren versterkten intussen de linie. Onder hevig vuur, poogden de brancardiers de gewonden te evacueren. In de late namiddag bemerkte men dat de Duitsers zich in het Polygoonbos, de Nonnebossen en ook in Inverness Copse aan het verzamelen waren. De vijand maakte zich klaar voor een tegenaanval. De overlevenden van de Royal Fusiliers moesten zich noodgedwongen terugtrekken naar hun startposities ten zuidwesten van Glencorse Wood. Het bataljon verloor die dag 17 officieren en 328 onderofficieren en manschappen.

 

Iets meer noordelijk had het 7e bataljon Bedfordshire tijdelijk Glencorse Wood veroverd, doch tegen de middag moest ook deze eenheid zich terugtrekken in Jargon Trench, die loopgraaf lag langs de westrand van Glencorse Wood. Laat in de avond van de 10e augustus’17 kwam het 8e bataljon Norfolk (8th (Service) Battalion, Norfolk Regiment ) van de 53e brigade de lijn van de 11e Royal Fusiliers en de 7e Bedfordshire overnemen, het 7e Queen’s werd afgelost door het 10e bataljon Essex (10th (Service) Battalion, Essex Regiment )  van de 53e brigade.

 

De aanval op de hoogten rond Geluveld was mislukt, alleen het gehucht Westhoek werd ingenomen. De verliezen van de 18e divisie waren ondertussen verder opgelopen! Van 31 juli 1917 tot 10 augustus 1917, in amper tien dagen tijd, telden ze 244 doden, 1.106 gewonden en 176 vermisten. In die zelfde periode had de divisie 59 Duitsers krijgsgevangen genomen.

 

  Eén van de mannen van de 18e divisie die toen als vermist werd opgegeven, is de hier al eerder vernoemde 2nd Lieutenant Raymond Ernest Wilson. Hij was de oudste zoon van Ernest en Mary Wilson, geboren op 15 december 1897 te Wimbledon. Na zijn studies werd hij, vermoedelijk ergens begin 1917, officier bij het The Queen’s. Hij kwam eerst bij het 3e bataljon terecht maar werd dan naar het 7e bataljon gemuteerd. De jonge officier raakte gewond tijdens de gevechten bij Geluveld en werd eerst als vermist opgegeven, maar later kreeg men bevestiging dat hij om het leven kwam tijdens de actie van 10 augustus 1917. Op 1 maart 1918 schreef soldaat Woolgar een brief naar de vader van Raymond. Doch dit schrijven bracht geen nieuws, Woolgar bevestigde enkel dat hij Raymond zag op 10 augustus, maar dat hij niet gezien had wat precies gebeurd was. Later, in een op 1 maart 1920 gedateerde brief kreeg vader Ernest meer concrete informatie. Deze brief  kwam van sergeant GH Bournes van het 1 (BR) Corps HQ BAOR ( hoofdkwartier van het 1e Britse korps van de Britse bezettingstroepen in Duitsland, of the British Army of the Rhine), de sergeant schreef dat hij een Duitser ontmoet had die inlichtingen had over zijn zoon! Inderdaad, in een schrijven van 14 maart 1920 bezorgde de Duitse ex-soldaat Emil Loos vader Ernest een gedetailleerde bevestiging over de dood van zijn zoon, het was nu duidelijk dat Raymond om het leven kwam tijdens de aanval op Inverness Wood, hij leidde toen het 3e steunpeloton van de C compagnie. Raymond was nog geen 20 jaar oud!

 

 

Raymond Ernest Wilson's lichaam raakte verloren in het verdere oorlogsgeweld. Hij werd nooit geïdentificeerd. Zijn naam staat gebeiteld  bij de vermisten op de Menenpoort. Of zou ergens  op één van de Britse begraafplaatsen in de Westhoek één grafsteen met de vermelding 'A Soldier of the Great War' zijn graf zijn?

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Meer artikels
Guynemer Memorial. 11-09-2017
Poelkapelle (Langemark-Poelkapelle) België.

In de West-Vlaamse gemeente Poelkapelle staat een gedenkbeeld ter ere van de Franse piloot en luchtaas Georges Guynemer.

lees meer ...
Monument Belgische Regimenten. 31-08-2015
Oud - Stuivekenskerke België.

Op de herinnering site te Oud - Stuivekenskerke worden er ook een aantal Belgische artillerie eenheden herdacht.

lees meer ...
Chunuk Bair Ataturk Memorial. 10-08-2015
Chunuk Bair Turkije.

Tegen alle kansberekening in bleven de Turkse militairen tegenover een materieel superieure tegenstander onwankelbaar.

lees meer ...