Langemark (Langemark-Poelkapelle) België.
Deutscher Studentenfriedhof Langemarck.
Langemark (Langemark-Poelkapelle) België.

Meer dan 3.000 studenten-vrijwilligers van het 22e t.e.m. 27e Reservekorps vonden hier hun laatste rustplaats.  Ze sneuvelden in oktober en november 1914 tijdens herhaalde aanvallen in de Eerste Slag bij Ieper.  Door het grote aantal studenten onder deze vrijwilligers, kreeg de begraafplaats de naam 'Studentenfriedhof'. Als uitbundige vrijwilligers waren vele Duitse scholieren en studenten in 1914 naar het front getrokken. Zij werden aangespoord door hun professoren en leraren, die de vaderlandslievende gedachten van hun leerlingen hartstochtelijk aanwakkerden. Niet verwonderlijk dat toen op 1 augustus 1914 de oorlog uitbrak, duizenden jonge mannen zich vrijwillig aanmeldden voor de dienst. Er was wel een leeftijdsgrens van 16 jaar ingesteld, maar velen logen over hun leeftijd en in die eerste verwarde mobilisatieweken was de controle niet al te stipt. Voorlopig werden de vele duizenden vrijwilligers die zich aan de kazernepoorten aanmeldden weggestuurd. Het was immers onmogelijk om alle nieuwkomers op korte termijn te kleden, te oefenen en van wapens en uitrusting te voorzien.

 

Op 16 augustus 1914 beval het Pruisische Ministerie van Oorlog de vorming van vijf nieuwe reservekorpsen die de nummers XXII tot en met XXVI zouden dragen. Gelijktijdig leverden Sachsen en Württemberg samen het XXVIIe Reservekorps, in Beieren werd de 6e Bayerische Reservedivison opgericht. Voor een groot deel bestonden de nieuwe reservekorpsen uit de  vaak zeer jonge vrijwilligers, die zich net massaal hadden gemeld. Ze werden aangevuld met al wat oudere landweermannen. De nieuwe korpsen kregen nauwelijks een militaire opleiding want er was een tekort aan capabele instructeurs, en ook hun uitrusting was niet optimaal! Door de ondertussen al ervaren soldaten van de divisies voor Ieper werden de nieuwe eenheden ‘kinderkorpsen’ genoemd.

 

Op 17 oktober 1914 begon de eerste slag om Ieper, al van in het begin werden de nieuwe reservekorpsen in de strijd geworpen. Een van de laatste aanvallen begon op 10 november. Even ten noordwesten van Langemarck begonnen het XXIIIe, XXVIe en XXVIIe Reservekorps aan hun opmars. Voor hen lagen geharde en ervaren beroepssoldaten van het Britse leger. Zonder enige voorbereidende artilleriebeschieting werden de Duitsers op de vijandelijke linies afgestuurd. De Britse kanonnen en machinegeweren deden hun werk, aan Duitse zijde sneuvelden op deze dag ongeveer 3.000 mannen.

 

De volgende dag, op woensdag 11 november 1914 werd de mythe van Langemarck geboren. Op die dag stuurde de Oberste Heeresleitung (OHL) een Heeresbericht de wereld in dat de volgende passage bevatte: “Ten westen van Langemarck namen jonge regimenten onder het zingen van “Deutschland, Deutschland über alles” stormenderhand de eerste linie van de vijandelijke stellingen in. Ongeveer 2.000 man Franse linie-infanterie werden gevangen genomen en zes machinegeweren buitgemaakt.” De plaatsaanduiding in het communiqué was ongebruikelijk vaag en de aanval vond in feite veel dichter bij Bikschote plaats. Vrijwel alle Duitse kranten namen het bericht klakkeloos over en veel dagbladen deden er nog een schepje bovenop. Zo ontstond langzamerhand de gedachte dat de jonge Duitse oorlogsvrijwilligers arm in arm het moordende mitrailleurvuur inliepen en er heldhaftig stierven terwijl zij het Deutschlandlied zongen. Of er echt gezongen werd tijdens de aanval is niet meer na te gaan. En als er al gezongen werd dan is het niet zeker of dat uit vaderlandsliefde was. Zo kan het gegaan zijn, maar geloofwaardiger is wat Ludwig Renn te zeggen had. Hij vocht ook aan het Westelijk Front. Renn vertelde dat de mannen in doodsangst het Duitsland-lied aanvingen in een poging de eigen artillerie te laten weten dat die bezig was Duitse troepen te beschieten.

 

Het beeld dat er hele regimenten van studenten en scholieren aan het Vlaamse front vochten, raakte algemeen geaccepteerd. Dit aspect van de mythe zou een lang en hardnekkig leven gaan leiden, dat nog tot in onze tijd voortduurt. Zeker, duizenden scholieren en studenten gingen vrijwillig naar het front. Maar hun aandeel in de zogenaamde vrijwilligerskorpsen bij Ieper bleef ver in de minderheid.

 

Echte “studentenbataljons” hebben niet bestaan!


 

Meer artikels
Oorlogsmonument. 16-02-2015
Poperinge België.

Poperinge ligt slechts 13 kilometer van Ieper verwijderd, maar toch namen beide steden tijdens de Groote Oorlog een compleet verschillende positie in.

lees meer ...
Fort Troyon 'Ammunition depot: Nécropôle Nationale'. 22-09-2014
Troyon Frankrijk.

In 1914 maakte het Franse fort de Troyon deel uit van de defensieve linie 'le rideau défensif des Hauts de Meuse'. Door haar ligging langs de weg te midden van de 'Place forte de Verdun' en de "Saillant de Saint-Mihiel” zou het fort gedurende de gans de oorlog in de eerste linie van het front liggen. Oorspronkelijk voorzag het fort de huisvesting van een garnizoen van 800 man en 40 vuurmonden, maar in september 1914 bestond de fortbezetting slechts uit 150 artilleristen van het 5e artillerie te voet en uit 300 infanteristen van het 166e R.I.

lees meer ...
Royal Artillery Memorial. 15-01-2018
Londen Verenigd Koninkrijk.

De Britse militaire geschiedenis is lang, complex en heeft zeker een zeer grote invloed gehad op de wereldgeschiedenis.

lees meer ...