Hooglede België
Deutscher Soldatenfriedhof Hooglede 'Jacob & Ludwig Nass'.
Hooglede België

In het Vlaamse heuvellandschap ten noorden van Roeselare ligt één van de vier overgebleven Duitse begraafplaatsen waar slachtoffers uit de Grootte Oorlog worden geëerd. De oorspronkelijk 128 dodenakkers die over deze regio verspreid lagen, werden uiteindelijk samengevoegd op deze begraafplaats. 

 

Na enkele verwarrende dagen werd de West-Vlaamse gemeente Hooglede op 19 oktober 1914 definitief ingenomen door Duitse troepen. Hooglede kwam zo in het ‘etappegebied’ van het Duitse 4de  Leger, o.l.v. Hertog Albrecht von Württemberg, te liggen. Ook hier werden er bijzondere diensten en infrastructurele voorzieningen ingericht, zoals munitiedepots, een bakkerij, medische posten, een pionierspark, bad- en wasplaatsen, oefenterreinen,… Hooglede fungeerde als etappegebied voor de frontstreek van Poelkapelle-Langemark-Houthulstbos.

 

Gedurende de oorlog werden in Hooglede verschillende Duitse begraafplaatsen aangelegd. Tot begin juni 1917 werden doden begraven: ‘An der Kirche’ (aan de kerk). Vanaf eind juli 1917, toen de Derde Slag bij Ieper was losgebarsten, werder in Hooglede extra medische faciliteiten ingericht, dit leidde uiteraard ook tot de aanleg van meer begraafplaatsen. Zo werd het ‘Ouderlingengesticht’ van het gehucht Hooghe (langs de Hogestraat) ingericht als lazaret. Achter dit hospitaal werd dan ook een begraafplaats aangelegd namelijk het: ‘Ehrenfriedhof Hooglede West nr. 153’. Op het gehucht Sint-Jozef, langs de Delaeyestraat, werd in dezelfde periode gestart met de aanleg van ‘Ehrenfriedhof Sint-Jozef nr. 154’. Begin september 1917 begonnen de Duitsers dan tenslotte met de aanleg van ‘Hooglede Ost’, die de basis zou vormen voor de huidige Duitse militaire begraafplaats. De eerste slachtoffers werden daar begraven op 10 september. Tegen het einde van de oorlog lagen er op Hooglede Ost 1720 Duitsers en zes Britten begraven. De Britse graven werd in 1924 overgebracht naar Harlebeke New British Cemetery.

 

Na de oorlog werd het aantal Duitse begraafplaatsen in België drastisch verminderd. De Duitse begraafplaatsen vielen toen onder het toezicht van de Belgische dienst der Militaire Grafsteden, maar in 1926 kwamen al de Duitse begraafplaatsen onder de verantwoordelijkheid van de Amtlicher Deutscher Gräberdienst te liggen. Hier op Hooglede-Ost, dat als nummer 28 geregistreerd werd, kwamen de graven terecht uit vele Duitse begraafplaatsen en ereperken die in de regio gelegen waren en ontruimd werden. Zo werden er stoffelijke overschotten overgebracht uit Hooglede, Gits, Handzame, Ichtegem, Kortemark, Lichtervelde, Torhout, Wingene, Ruddervoorde, Zwevezele... Daarnaast kwamen ook enkele geïsoleerde veldgraven in Hooglede terecht. Zodoende werd het oord Hooglede-Ost, 1ha 80are groot, en telde het 8241 Duitse doden (waarvan er 384 onbekend gebleven zijn) en 16 Russische doden, toen was dit oord de tweede grootste Duitse militaire begraafplaats in België. Andere bronnen spreken echter van 8247 doden, waarvan er 7960 geïdentificeerd konden worden. De meeste hier begraven doden kwamen om tijdens de Derde Slag bij Ieper of ze sneuvelden hier in de regio in oktober 1918, tijdens het geallieerde Bevrijdingsoffensief. De meeste onbekende doden vielen in oktober 1918. De hier begraven Russen waren krijgsgevangenen die bij de arbeidsbataljons tewerkgesteld waren achter de frontlinies. Slechts één grafsteen vermeld: ‘Russe’.

 

 

Tussen 1932 en 1937 zorgde de ‘Amtlichter Deutscher Gräberdienst’ voor de uitbouw van de Duitse militaire begraafplaats in de Beverenstraat. De oorspronkelijke ingang van ‘Hooglede Ost’ in de Molenstraat werd verlegd naar de Beverenstraat. Ieder graf kreeg er nu een houten kruisje met een spitsvormig dak, daaronder stond de naam, eenheid en sterfdatum van de dode vermeld. Zodoende stond de licht stijgend dodenakker nu vol met duizenden dicht opeen geplaatste grafkruisen. Eind 1937 werd dan gestart met de bouw van een ‘Ehrenhalle’. De stenen hiervoor waren afkomstig van het Duitse paviljoen dat in 1928 op de wereldtentoonstelling van Parijs had gestaan. Deze gedenkgalerij werd gebouwd op het hoogste punt van de begraafplaats (noordkant) en werd er oorspronkelijk geflankeerd door populieren. Eveneens in december 1937 werd er met het gemeentebestuur van Hooglede een overeenkomst bereikt om de velden tegenover de Duitse militaire begraafplaats te vrijwaren van bouwrechten. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden hier tijdelijk 29 Duitse militairen begraven, hun graven werden nadien overgebracht naar de Duitse militaire begraafplaats van Lommel.

 

Op het Soldatenfriedhof Hooglede werden in de jaren ’50 geen graven meer toegevoegd. In de periode 1957-1958 werden wel verbouwingswerken uitgevoerd: o.m. het aantal toegangsbogen van de ‘Ehrenhalle’ werd ingekrompen van 15 tot 9, zodat er links en rechts van het gebouw twee ruimtes geschapen werden. De oostelijke ruimte is voor de bezoeker niet toegankelijk (dienstruimte / opslagplaats). De westelijke ruimte wordt afgesloten met een smeedijzeren hek en bevat een praalgraf uit diabaas gesteente met een schrijn waarin de namenregisters opgeborgen staan. Tegen de achterwand van de centrale hal werd er een veelkleurig mozaïek met christelijke symboliek aangebracht. Aan de straatkant werd een muur uit natuursteen opgetrokken met daarin een smalle bronzen toegangspoort. Ondertussen bleek dat de houten kruisjes niet zo duurzaam waren en  werden ze vervangen door koperen naamplaatjes, die op houten blokken waren bevestigd. Her en der werden groepen kruisjes uit basaltlava geplaatst. Aan het begin van de jaren ’70 werden de koperen plaatjes vervangen door granieten tegels, waarop telkens de naam, de militaire rang, de sterfdatum en het grafnummer van twee militairen vermeld stonden. In de nacht van 14 op 15 november 1984 werd de bronzen ingangspoort gestolen. In mei 1989 werden alle grafstenen voorzien van een weersbestendige laag en werden de cijfers en letters wit geschilderd.

 

 

In het kader van de nakende herdenkingsperiode rond WOI werd de Duitse dodenakker in 2011-2012 heraangelegd. Op 5 mei 2012 werd de Duitse militaire begraafplaats Hooglede opnieuw ingehuldigd. In een gezamenlijke inspanning Volksbund-Vlaamse en provinciale overheden-gemeentebestuur werd er een restauratie uitgevoerd t.w.v. 259 000 euro. De typische heidevegetatie werd hersteld, de grafstenen werden gereinigd, de paden heraangelegd. Een goede zaak want de begraafplaats was inderdaad dringend aan een ingrijpend onderhoud toe.

 

 

Onder één van de hier gelegen naamstenen met daarop de nummers 1809 en 1810, liggen twee jongemannen met dezelfde familienaam, namelijk de Musketiers Ludwig en Jakob (of Jacob ) Nass. Beiden werden gedood op 19 augustus 1917. De twee dienden bij de 2e compagnie van het RIR 119 (Reserve-Infanterie-Regiment nr. 119). Het RIR 119 verbleef van 11 tot 17 augustus 1917, als strijdreserve van de Gruppe Wytschaete van het 4e Duitse leger, in de regio Harelbeke, Deerlijk en Kortrijk. Daarna vertrok de eenheid naar het front en verbleef van 18 augustus tot 15 september in de Broenbach- en Steenbach-stellung, die waren gelegen langsheen de weg Langemark – Koekuit. Jakob was een timmerman in Magstadt. Hij bezweek aan zijn zware verwondingen aan zijn rechtschouder, veroorzaakt door de explosie van een artilleriegranaat om 10 uur s'avonds in het bos van Houthulst. Ludwig was een schrijnwerker in Stuttgart. Ook hij  sneuvelde door de inslag van artilleriegranaat die zijn schedel verbrijzelde rond het zelfde tijdstip als Jacob in het bos van Houthulst. De twee musketiers werden eerst samen begraven op 22 augustus in het Friedhof Kortemarck I (Kortemark) in graf 367 en 368. Deze begraafplaats lag iets ten noordwesten van Kortemark. Van daar werden de twee dan eerst overgebracht naar Kortemarck II en vervolgens dan naar hun definitieve rustplaats op de Duitse begraafplaats van Hooglede. De beide jonge kerels stierven niet alleen op dezelfde dag maar ze werden blijkbaar ook geboren op de zelfde dag, op 12.01.1895. Ook hun laatste woonplaats was identiek, ze woonden in Magstadt/ Landkreis Böblingen. Broers, tweelingen?

 

 

De informatie over de in Hooglede begraven Ludwig en Jakob Nass kwamen we te weten door  2 historici met enorm veel kennis over de Duitsers in WO1. Historicus Johan R. Ryheul raadpleegde de Duitse Totenkartei-kaarten en daaruit bleek zwart op wit dat het wel degelijk zou gaan over twee broers, ja tweelingen! Doch historicus Jan Vancoillie, die o.a. ook een hoogstaand boek schreef over de Duitse begraafplaats Menen Wald, weerlegde deze uitspraak. Jan vermoed dat destijds ergens een fout gebeurde bij het invullen van die Totenkartei-kaarten. Hij raadpleegde de officiële Verlustlisten (verlieslijsten) en de uittreksels uit de Kriegsstammrollen! Daaruit bleek overduidelijk dat geboorte data maar ook de ouders verschilden. De Verlustliste en vooral de Kriegsstammrollen zijn eerstegraads bronnen en dus correcter. Met daarbij dan ook nog eens de uitgegeven dodenlijst van het regiment die ook de verschillende geboortedata van de twee bevestigde, lijkt het zeker dat de twee geen broers zijn! Maar aangezien ze beide uit de gemeente Magstadt afkomstig waren zijn ze waarschijnlijk wel familie van elkaar, twee neven? Nog maar eens blijkt dat geschiedenis zeker niet eenvoudig is en dat zelfs officiële documenten ons toch op een dwaalspoor kunnen brengen!

   

 

Meer artikels
Fort Vaux. 30-05-2016
Vaux-devant-Damloup Frankrijk.

02 juni 1916 het fort Vaux werd bedreigd langs drie kanten: ten Westen via het bois Fumin, ten Noorden via de loopgrachten voor het fort, ten Oosten via Damloup.

lees meer ...
Nécropole Nationale Française Auvelais 'Le Phare Breton'. 01-09-2014
Auvelais België.

Het Franse cimetière militaire van Auvelais, met haar prachtige Bretoense vuurtoren, herinnert ons er aan dat het Franse leger bij quasi alle grote veldslagen in België aanwezig was, en dat van augustus 1914 tot november 1918. Ook tijdens de 'kalmere' periodes bleef altijd een detachement Fransen aanwezig aan het Belgische front. Minstens 50.000 Franse militairen stierven of werden dodelijk verwond aan dit front.

lees meer ...
Kemmel Chateau Military Cemetery. 13-06-2016
Kemmel (Heuvelland) België.

Vanaf de zomer van 1915 werden in de omgeving van Petit Bois verschillende mijnladingen tot ontploffing gebracht.

lees meer ...