Moeuvres Frankrijk.
Moeuvres Communal Cemetery Extension.
Moeuvres Frankrijk.

Naast verschillende andere communicatiemiddelen speelden postduiven een belangrijke rol tijdens Wereldoorlog I. Alle strijdende partijen maakten op uitgebreide schaal gebruik van deze nuttige vogel, het was immers een relatief betrouwbare manier om berichten te versturen.

 

De postduif was afkomstig uit België. Als uitvloeisel van verschillende kruisingen ontstond rond 1850 de Belgische reisduif. De postduivensport had zeker een grote invloed op de ontwikkeling van de vogel. Het wonderbaarlijke vermogen van deze dieren om vanuit een willekeurige plaats pijlsnel hun eigen hok terug te vinden, zou behalve voor wedstrijden ook voor diverse andere doeleinden toegepast worden. Ook de militairen zagen in de duif een bondgenoot. Al vanaf 1870 werd deze Belgische duif ingezet voor militair gebruik. Zeker in het tijdperk voor de draadloze communicatie zette men op ruime schaal duiven in als postbode, dat gebeurde in vredestijd maar vooral in oorlogstijd.

 

Naar ruwe schatting zouden er gedurende de Eerste Wereldoorlog meer dan 100.000 duiven gebruikt zijn, ongeveer 95% van hen leverden daadwerkelijk het bericht af. Dit hoge succespercentage was het gevolg van twee eigenschappen van de postduif: enerzijds de wonderlijke capaciteit om altijd het thuishok terug te vinden, zelfs als dat verplaatst werd, en anderzijds haar hoge vliegsnelheid. Bij gemiddelde weersomstandigheden haalt een duif gemakkelijk 80 kilometer per uur. Zelfs voor scherpschutters was het niet eenvoudig om ze uit de lucht te schieten, roofvogels vormden zelfs een groter gevaar! In de loop van de oorlog bracht men daarom ook valken en haviken naar het front om zo duiven neer te halen. Het betrekkelijke bewegingloze karakter van WO I maakte de inzet van postduiven overzichtelijk. Ze werden uit hun al of niet mobiele hok genomen en in diverse soorten mandjes tot in de voorste loopgraven mee genomen. De mandjes waarin de vogels naar de voorste linies werden vervoerd, werden veelal op de rug van de postduivenverzorgers bevestigd, wat weinig comfortabel was voor mens en dier. Om de krachten van de duiven te sparen had men korven gemaakt (voor het eerst in het Zwitserse leger) waarin de dieren afzonderlijk konden meeveren. Bij de Duitse cavalerie werden de mandjes meestal vervangen door praktische zakken, zodat iemand op borst en rug een viertal duiven kon vervoeren. Soms werd een soort bakfiets of motorrijwiel met aangepaste sidecar gebruikt, zodat één man een groot aantal duiven snel kon overbrengen. Ook op patrouille nam men duiven mee, of op zee, in onderzeeboten en zelfs in tanks of vliegtuigen.

 

 

Men plaatste het te verzenden bericht in een kokertje aan de poot van de duif en liet deze dan los. Het dier vloog zo terug naar zijn hok waar men dan kennis nam van de boodschap en indien het mogelijk, was er de gepaste maatregelen trof. De duiven voerden vaak hun taak uit onder heel gevaarlijke omstandigheden die eigen waren aan de oorlog.  Het was juist onder die hectische oorlogsomstandigheden dat je ze nodig had omdat juist dan de telefoon- en telegraaflijnen vaak onderbroken waren. Net als de manschappen stonden de duiven ook tijdens gasaanvallen bloot aan het gevaar van verstikking. Daarvoor werden er speciale gaskastjes meegenomen. Als de mannen hun gasmaskers nodig hadden, dan werden ook de duiven in die kastjes gestopt voor de nodige bescherming.

 

Hieronder een aantal voorbeelden om een idee te geven van de schaal waarop men duiven inzette: Bij de slag aan de Aisne-Marne in 1914 werden er door de Fransen 72 duiven ingezet, die in totaal 78 belangrijke berichten overbrachten. Bij de belegering van het fort van Souville, tijdens de Slag bij Verdun in 1916, kregen de Fransen die in een hachelijke positie verkeerden door een duif de melding dat de Duitsers zich in een bepaald ravijn concentreerden. Door dit binnengekomen bericht konden de Fransen die stormloop in de kiem smoren. Gedurende het Meuse-Argonne offensief in 1918 werden 442 duiven gebruikt en ze leverden 403 berichten af! Een Britse piloot van een neergestort watervliegtuig werd gered doordat hij tijdig twee postduiven had losgelaten. In totaal brachten postduiven 717 berichten over vanuit neergestorte vliegtuigen.  Ook de Duitsers hechtten een groot belang aan de postduiven, elke Duitse divisie beschikte over een groot mobiel hok met 200 vogels en vier verzorgers. Deze duivenstations werden zo min mogelijk verplaatst. Anderzijds waren de Duitsers in de door hen bezette gebieden ook bevreesd voor de duiven, ze konden immers ingezet worden voor spionage! Daarom nam de Duitse bezetter ook alle Belgische postduiven in beslag, dat waren er ruim 1 miljoen. Duiven werden dus ook ingezet voor spionagedoeleinden, al voor de oorlog hadden de Duitsers kleine fototoestellen ontwikkeld die bij de duiven voor de borst werden bevestigd. Terwijl de duif vloog, was het via een vernuftig mechaniek mogelijk om op bepaalde hoogte op diverse plaatsen opnames te maken van het landschap. Dat kon bijvoorbeeld afbeeldingen opleveren van vijandelijke linies en loopgraven.   

 

Alle betrokken legers  maatken gebruik van verplaatsbare hokken. Deze faciliteit, die voor het eerst gebruikt werd door een Franse officier, maakte het mogelijk om de duiven beter in te zetten bij een bewegend front. Daardoor nam de bruikbaarheid van de duif een stuk toe. Aanvankelijk gebruikte men voor dit doel een gewone militaire paardenkar die als duivenhok ingericht werd. Later zag je dan aanhangwagens en vrachtauto’s met daarop een professionele hokinrichting verschijnen. De verplaatsing van het hok stelde hoge eisen aan de duiven. Ze moesten immers de gelegenheid krijgen om aan de nieuwe standplaats te wennen. De eerste dagen moesten ze in volières en dergelijke vertoeven zodat ze goed konden rondkijken. Vervolgens liet men ze dan een paar dagen ’s avonds vlak voor de schemering los, en vanaf de vijfde dag kon men dan met een systematische training beginnen. Veel training, dat wou zeggen over kleine afstanden wegbrengen en dan steeds verder, dat was in ieder geval een voorwaarde voor een succesvolle inzet van postduiven. Op die manier konden de duiven ook wennen aan oorlogsomstandigheden.

 

Door hun daden werden duiven in die tijd vaak beschouwd als helden, en zoals dat meestal gaat met helden, werden de verhalen die eromheen geweven werden steeds mooier. Een van de bekendste Franse duiven was Vaillant. Deze duif werd in het fort Vaux bij Verdun in 1916 losgelaten onder zware Duitse gasaanvallen en bereikte stervend zijn hok. De vogel kreeg postuum medailles, werd opgezet en kreeg een plekje in een Frans legermuseum. Een bekende Duitse duif was de “Kaiser”, de vogel was geboren in 1917 en werd getraind voor speciale missies. In 1918 werd de Kaiser echter gevangen door de Amerikanen en naar Amerika overgebracht. Het was een bijzonder slimme en mooie vogel en kreeg veel nakomelingen die geweldig presteerden in de postduivensport. De Kaiser overleed op 32-jarige leeftijd (!).

 


Vooral de Amerikanen hielden van hun van heldenduiven. Toen zij in 1917 deel kwamen nemen aan de oorlog in Europa kregen ze van Britse duivenhouders 600 jonge duiven om ze te gaan gebruiken in de strijd. Een aantal daarvan zouden beroemd worden. Zo had je bijvoorbeeld “The Mocker” die in 1917 uitgebroed was. De vogel raakte gewond op zijn 52e missie, hij verloor zijn linkeroog en een deel van zijn schedel. Toch zou hij pas op 15 juni 1937 sterven. Een andere duif kreeg de naam President Wilson. Die duif werd op 5 november 1918 aangeschoten en verloor hierbij een pootje. Toch bereikte het dier zijn bestemming en redde het de levens van veel ingesloten Amerikaanse infanteristen. Verder had je nog Spike, Big Tom, Lord Adelaine, Steady, Colonels Lady, John Silver en de beroemdste van allemaal: Cher Ami. 

 

“Cher Ami” was van ras een blauwkras doffer en was een van die 600 duiven die door de Amerikanen in Frankrijk werden ingezet. Op zijn laatste tocht, in oktober 1918, werd Cher Ami zwaar gewond door vijandelijk vuur. Niettemin bereikte hij toch zijn hok. Het kokertje met daarin het bericht bengelde nog net aan zijn kapot geschoten pootje. Het bericht in het kokertje was afkomstig van Major Whittlesey van de 77th Infantry Division (The Liberty Division). Zijn bataljon was tijdens de strijd met de Duitsers afgesplitst geraakt van de andere Amerikaanse troepen en lag hopeloos onder vuur. Tot overmaat van ramp werd dit “lost battalion” ook ferm beschoten door de eigen artillerie die er absoluut geen idee van had waar dat verloren bataljon gebleven was. Majoor Charles C. Whittlesey, had nog zeven postduiven ter beschikking. Hij hoopte hiermee het hoofdkwartier te bereiken zodat ze van daaruit extra manschappen konden sturen om het verloren gewaande bataljon ter hulp te snellen. Zes van de duiven werden onmiddellijk nadat ze losgelaten waren neergehaald door de Duitsers. Er was nog maar een duif over: Cher Ami. Ook zij kreeg een papiertje in een kokertje om haar pootje, daarop stond de boodschap: WE ARE ALONG THE ROAD PARALELL 276.4. OUR ARTILLERY IS DROPPING A BARRAGE DIRECTLY ON US. FOR HEAVENS SAKE STOP IT ( Wij bevinden ons langs de weg parallel met 276.4. Onze artillerie dropt een barrage pal op ons. In ’s hemelsnaam stopt er mee).

 

Soldaat Omer Richards de duivenverzorger lanceerde Cher Ami in de lucht. Maar in plaats van naar het hoofdkwartier te vliegen nestelde de duif zich op de tak van een nabijgelegen boom en begon er haar veren glad te strijken. Richards sprong samen met een paar anderen recht, en ondanks het vijandelijk vuur, begonnen ze  te roepen, met hun helmen te zwaaien en met stokken en stenen te gooien, zo hoopten ze de duif aan te porren om weg te vliegen. Doch hun gevaarlijke inspanningen zorgden er enkel voor dat Cher Ami naar een ander tak vloog. Richards mompelde, “What the hell,” en klom op de boom. Bij het bereiken van Cher Ami's tak pakte hij de vogel vast en schudde hem. Het lukte en de duif vloog weg. Ze cirkelde rond boven de Amerikanen en werd uiteraard door de Duitsers bekogeld. De duif werd geraakt en crashte op de grond! Maar de gewonde Cher Ami richtte zich op en vloog dan langzaam weer weg.

 

Na 25 mijl (40.2 km) vliegen doorheen de voorbij suizende kogels en andere projectielen, bereikte Cher Ami dan toch het divisiehoofdkwartier. Hierbij bleef hij echter niet ongehavend, haar borstbeen was door een granaatsplinter verbrijzeld, ze was blind aan één oog en haar rechterpootje was half weggeschoten. De gehavende duif, die onder het bloed zat, had ondanks alle verwondingen slechts 25 minuten voor nodig gehad om het hoofdkwartier van de divisie te bereiken. Het rechter pootje hing  nog amper met een pees aan de duif vast. De boodschap die in een metalen kokertje zat hing gelukkig nog aan het pootje. Door de geweldige inspanning van de duif kon de artillerie het vuur op de eigen troepen stoppen. Op die manier slaagden 197 overlevenden erin om veilig te ontsnappen uit het vijandig gebied. Voordat Cher Ami het Lost Battalion redde, had ze rond Verdun ook al elf andere belangrijke berichten afgeleverd. Voor haar harde en gevaarlijke werk werd ze zelfs beloond met het Croix de Guerre, een Franse onderscheiding die aan het begin van de Eerste Wereldoorlog werd ingesteld om moedige daden te belonen.

 

Uit dankbaarheid besloot het bataljon om Cher Ami als een oorlogsheld te eren. De duif werd naar het zuiden van Frankrijk gezonden en zo goed als mogelijk verzorgd, één van zijn verzorgers maakte zelfs een houten pootje voor hem. Cher Ami groeide uit tot een populaire held en werd persoonlijk door generaal Pershing per boot weer naar de Verenigde Staten begeleid. Daar maakte zij een tournee door de voornaamste steden, en overal vielen haar de lekkerste hapjes ten deel. Maar de opgelopen verwondingen hadden te veel gevergd van de heldenduif, uiteindelijk bezweek ze zes maanden later toch aan haar opgelopen letsels. Na haar dood werd de blauwkras doffer opgezet en opgenomen in de collectie van het beroemde Smithsonian Instituut. Momenteel is Cher Ami te zien in het National Museum of American History in Washington, samen met Sergeant Stubby, de meest gedecoreerde hond uit de Eerste Wereldoorlog. In de decennia na de Eerste Wereldoorlog genoot Cher Ami een enorme bekendheid.

 

 

 

 

 

 

Meer artikels
Herdenkingspaaltje Voie Sacrée. 28-03-2016
Oudenaarde België.

Wat doet dat hier, een grenssteen van de Voie Sacré in Oudenaarde??

lees meer ...
Nabij Prowse Point 'Voetbalwedstrijd Frelinghein-Houplines'. 29-12-2014
Ploegsteert (Comines- Warneton) België.

De Duitse officier, luitenant Niemann, beschreef een wedstrijd die plaats vond in het niemandsland in de sector Frelinghein-Houplines.

lees meer ...
Animals In War Memorial. 19-12-2016
Londen Verenigd Koninkrijk.

Het Britse oorlogsmonument in Hyde Park ( Londen) is een eerbetoon aan het leed en de dood van de talloze dieren die door de Britse legerleiding ingezet werden voor militaire acties tijdens de vele oorlogen.

lees meer ...