Mametz Frankrijk.
Mametz Wood 'The Red Dragon'.
Mametz Frankrijk.

Wales vormt, samen met Engeland, Schotland en Noord- Ierland het Verenigd Koninkrijk. Wales  wordt beschouwd als een van de Keltische “restgebieden” binnen Europa. “Restgebieden”, omdat het een overblijfsel is van een cultuur die op een bepaald moment bijna gans Centraal- 
Europa domineerde. Bij de take-off van een grootschalige actie voor een vrijwilligersleger in de periode 1914-1915 (Kitcheners' Army) zette het toenmalige Britse Rijk sterk in op regionale rekrutering. Zo gebeurde dat ook in Wales. De succesvolle werving leidde aanvankelijk tot het plan om een geheel Welsh legerkorps op te richten. Een zeer ambitieuze doelstelling voor één van de kleinere deelgebieden van Groot-Brittannië. Uiteindelijk verwaterde dit plan en bleef het bij twee aparte divisies: de 38e, een “New Army” divisie ( van 1915 tot 1918 op het Westelijk Front ingezet ) en de 53e, een “Territorial” divisie ( in Gallipoli en het Midden-Oosten ingezet).In 1918 verloor de Territorial divisie haar Welshe identiteit. Deze twee divisies waren vrij grote eenheden  van telkens circa 15.000 militairen, afhankelijk van het moment in de oorlog. Daarnaast maakten veel Welshe bataljons, met een sterkte van 600 tot 1000 man deel uit van de gemengde Britse grotere legereenheden, in een enkel geval zelfs van een Indische eenheid. 

 

 

Eén van de historische plaatsen waar de 38e Welshe divisie tijdens WOI strijd leverde was Mametz Wood (bos van Mametz), tijdens de Slag bij de Somme in 1916. Nu prijkt dicht bij het bos, op een sokkel, de 'Red Dragon'. Het herkenningsteken van Wales. Met geklauwde poten vernietigt de draak het prikkeldraad. De vleugels staan hemelwaarts en een lange tong wappert tussen de scherpe tanden van de draak. Het is precies alsof het nationale embleem van Wales uit de vlag is ontsnapt. De kleine draak doet  hard haar best om er vreesaanjagend uit te zien!

 

 

Het koste de 38e Welshe divisie acht dagen van heftig vechten (7 tot 12 juli) ,  om het bos Duits-vrij te maken. Ruim 4000 doden en gewonden later was dit een feit. In en om dit bos vochten toen ook de dichter Siegfried Sassoon en de schrijver Robert Graves, ze dienden bij de Royal Welch (met 'ch') Fuseliers. Vandaag schrijft men blijkbaar WelSH...Enkele dagen na de inname van Mametz Wood passeerde schrijver Robert Graves door het gekraakte bos en beschreef één van zijn waarnemingen als volgt: “ Ik passeerde het opgezwollen en stinkende lijk van een Duitser, met zijn rug tegen de boom geleund. Hij had een groen gezicht, een bril, kort geschoren haar. Zwart bloed druppelde uit zijn neus en langs zijn baard.” Even later bemerkte Graves een Welshe en een Duitse soldaat die elkaar gelijktijdig hadden neergestoken met hun bajonet, hun afgestorven corpussen hingen tegen elkaar!

 

Op 1 september 1987 overleed de Britse veteraan Harry Fellows, ook hij had de godgeklaagde strijd om het bos van Mametz, intensief beleefd. Harry Fellows geboren op 5 mei 1896 was de zoon van een koolmijnarbeider uit Nottingham. Hij had twee broers en een zus. Harry ging slechts tot zijn 13e naar school.  Na de schooluren en in de vakanties kluste hij bij als slagersknecht en hielp  zijn moeder. Zij deed de was en Harry leverde ze thuis af bij de klanten. Toen zijn schooltijd erop zat startte hij zijn professionele loopbaan bij de Raleigh Cycle Co (fietsenfabrikant), hij zou daar werken tot aan zijn pensioen.

Zijn ouders overleden nog voor het uitbreken van de oorlog. De 18 jarige Harry werd nu op korte tijd de kostwinner van het gezin. Toen de oorlog losbarstte trad zijn zuster in dienst, hijzelf zocht een degelijke opvang voor zijn broers en melde zich dan vrijwillig aan bij het leger. Jaren later zou Harry opbiechten dat hij in feite geen dienst nam uit patriottisme, maar wel om te ontsnappen aan de armoede. Harry vervoegde de C compagnie van het 12e bataljon van de Northumberland Fusiliers. Na een opleiding tot Lewis gunner (mitrailleurschutter van een Lewismitrailleur) vertrok hij naar Frankrijk op 5 september 1915. Zijn bataljon werd  zo goed als onmiddellijk ingezet in de strijd tijdens de Slag bij Loos, met zware verliezen als gevolg bij Hill 70. Doch Harry kwam heelhuids uit het strijdgewoel. Op 1juli 1916 trok zijn eenheid in de aanval op Fricourt. Die bewuste morgen ondersteunden de Northumberland’s er de  Green Howards, ze vochten aan de zijde van de bevelvoerende officier majoor Loudan-Shand die postuum  een VC (Victoria Cross) zou winnen. Dit gebeuren zou Harry nooit vergeten! Toen hij al op gezegende leeftijd de slagvelden kwam bezoeken legde hij telkens een bloemenkrans neer op het graf van majoor Stewart Walter Loudoun-Shand VC (8 oktober 1879 – 1 juli 1916). Nu zet zijn familie die traditie voort. Later in de loop van juli 1916, in het gegeselde Mametz Wood, hielp Harry met het begraven van de doden. Hij zou de gruwel van Mametz Wood nooit vergeten. Harry ontsnapte meermaals ternauwernood aan het noodlot, doch in juni 1917 was zijn mazzel blijkbaar opgebruikt! Hij werd getroffen in het hoofd! Ondanks alles bleef Harry toch gezegend, want zijn wonde was "a Blighty one" ( is een verwonding die er voor zorgde dat je naar huis mocht). Hij zou nooit meer naar de frontlijn terugkeren. Na zijn herstel kreeg hij vanwege zijn ervaring bij Raleigh een nieuwe baan bij het Royal Flying Corps (Britse luchtstrijdkrachten), als mekanieker om motorfietsen herstellen.

 

 

In maart 1919 werd Lance Corporal (eerste soldaat) Harry Fellows gedemobiliseerd. Thuis nam hij zijn oude betrekking bij Raleigh terug op, trouwde, kreeg kinderen, werd ploegbaas en bleef bij Raleigh werken tot aan zijn pensionering in 1962 (53 jaar dienst). Na zijn actieve professionele leven vond Harry de tijd om zijn memoires op papier te zetten. Als lid van de Western Front Association (WFA) en the Friends of Locnnagar, bezocht Harry de oude slagvelden en schreef artikelen die verschenen in “Stand-To! (Tijdschrift WFA Engeland). Harry pende ook enige levendige gedichten neer. Op een van zijn frontbezoeken ontmoette hij de Markies de Thezy. Deze edelman was de eigenaar van Mametz Wood, het bos dat 68jaar geleden een diepe indruk maakte op Harry. Beide heren werden hechte vrienden.  Na de dood van Harry werd de urne met zijn as van Nottingham naar Mametz  overgebracht en begraven onder een grafsteen in Mametz Wood. Zijn laatste verzoek was om te rusten tussenvrienden van weleer. Velen van hen verdwenen hier voorgoed, hun aan flarden geschoten stoffelijke resten verzwolgen voor eeuwig in de door bloed doordrenkte slagveldgrond. Op de zerk kapte men de woorden: "WHERE ONCE THERE WAS WAR NOW PEACE REIGNS SUPREME AND THE BIRDS SING AGAIN IN MAMETZ"( Waar eens een oorlog was heerst nu een opperste vrede en de vogels zingen weer in Mametz).

 

Ter gelegenheid van de 70e verjaardag van de Slag bij de Somme schreef Harry het gedicht ‘THEY GROW NOT OLD” ( vrij vertaald beteken dit “ Ze werden niet oud”):

THEY GROW NOT OLD
As I sit in my chair content with my pipe,
In smoke clouds some faces come clear
Of those who are gone, cut off in their youth
But whose memory I hold so dear.
Like the flow of a stream, time passes by,
It's seventy years on I am told
But the faces I see still seem to be young
But I, who was left, have grown old.

My pal, 'Pip' Henson, a North country lad,
Our dialects so far apart,
He called me 'Marra', I called him 'Mate',
But our friendship came from the heart.
"I'll be gannin' Marra!"
He walked from my side
The great reaper took him to his fold,
But the face that I see is still just nineteen
But I, who was left, have grown old.

Grey hairs, baldness, arthritis,
Glasses and similar aids,
These things never entered their minds,
Their thoughts centred more on the maids.
The mud and the rats of the trenches
And other discomforts untold
Seem never to alter the visage of youth,
But I, who was left, have grown old.

The walls of the Thiepval Memorial
Carry thousands of names which tell
Of those who were lost, with no known grave
Just dumped in the ground where they fell.
In my smoke clouds I see them all marching,
Singing with manner so bold,
Full of the vim and vigour of youth
But I, who was left, have grown old.

They fought and died for their country
To make a land in which heroes could live,
Just like pipe dreams of those at Westminster
Had they lived, would they ever forgive?
We returned to find nothing had altered,
Some men had a base greed for gold,
And we still had to fight - for a living,
It's a wonder we lived to grow old.

 

 

 

Meer artikels
Site John McCrae 27-04-2015
Boezinge (Ieper) België.

De inscripties verraden de (oorspronkelijke) functie van het bouwwerk, namelijk een "Orderly Room" van de "Royal Engineers Field Companies", als het ware dus een soort commandopost van de genietroepen.

lees meer ...
The Brooding Soldier. 20-04-2015
Sint-Juliaan (Langemark-Poelkapelle) België

Op 22 april 1915 ontketenden de Duitsers in de regio van Poelkapelle - Langemark een aanval op het diepste punt van de Ieperboog.

lees meer ...
Jägerdenkmal 'Seinen Helden'. 15-05-2017
Hartmannswillerkopf ( Vieil Armand) Frankrijk.

De Fransen waren in 1914 van plan om zelf aan een snelle opmars te beginnen naar Elzas-Lotharingen, terwijl o.a. de Britse troepen de Duitsers op Belgisch grondgebied moesten tegenhouden.

lees meer ...