Montbrehain Frankrijk
Montbrehain 1914-1918 Monument.
Montbrehain Frankrijk

In de analen van het Franse leger staat 1917 gebrandmerkt als het jaar van de muiterijen! Het Franse leger werd in dat jaar geconfronteerd met een ernstige crisissituatie. Na de slag aan de Chemin des Dames, in de lente van ’17, waren heel wat Franse Poilus de oorlog terecht meer dan beu! De koppigheid van Generaal Nivelle, die het offensief had geleid, had aan Franse kant voor 200.000 slachtoffers (doden en gewonden) gezorgd. De accumulatie van oorlogsmoeheid en een golf van toenemende woede bij sommige van de mannen aan het front zorgde ervoor dat er aan het front besloten werd om te rebelleren tegen de autoriteit van de generale staf. Dit verschijnsel kwam er niet onverwacht, want uit rapporten van de afgelopen maanden bleek dat men bij een groot aantal eenheden een zekere vermoeidheid en een zekere vermindering van het moreel kon waarnemen. Een ander verslag signaleerde een algemeen heersende kritiek op de voeding, de kleding en er waren ook klachten over vermoeidheid en vooral over de incompetentie of het indifferentisme van de legerleiding!

 

Al dat aanslepend ongenoegen uitte zich op twee manieren, in 1917 werd plotseling op grote schaal gedeserteerd en daarnaast waren er ook herhaaldelijk betogingen in de treinen van de verlofgangers en op de stations. Op 15 mei werd generaal Philippe Pétain tot opperbevelhebber aangesteld, van hem verwachtte men dat hij zou optreden als de reddende engel.

 

 

Nu hij was wel de juiste man op de juiste plaats want hij had werkelijk een oprechte belangstelling voor het leven van de gewone soldaat, mede hieraan dankte hij zijn grote populariteit. Pétain moest  de discipline proberen te herstellen en dat op een wijze dat ook het vertrouwen in de legerleiding weer werd opgekrikt. Gelukkig was Pétain van mening dat de oorzaken voor het ontstaan van de muiterijen uitsluitend van militaire aard waren. Hij maakte een einde aan de zinloze offensieven.  Zodra de Poilus de genomen beslissingen van Pétain gewaar werden stopten de muiterijen. Pétain nam o.a. ook een aantal maatregelen die de leefomstandigheden van de Franse militairen aanzienlijk verbeterden. Aan het front probeerde hij het leven van de Poilus te verbeteren door meer en betere rustkampen ver achter de linies in te richten, door de kwaliteit van het voedsel te verbeteren en het alcoholisme te bestrijden. Hij maakte een rondgang langs de troepen en sprak met officieren en soldaten. Hij nam een toegeeflijke houding aan tegenover de soldaten en bereikte daarmee uitstekende resultaten. De onderdrukking en berechting van de muiterijen werd zowel politiek als militair bedachtzaam aangepakt. Om deze reden nam de afstraffing van de muiters nooit de omvang en het karakter aan die men daarbij zou verwachten. 

 

Terwijl men in Frankrijk bezig was met de gevolgen van de muiterijen, zou het Franse 1ste leger van de 57 jarige generaal François Anthoine meestrijden in de Derde Slag bij Ieper. Op 13 juni werd het 1e Franse leger naar Vlaanderen getransporteerd, en op 16 juni werd het dan ter beschikking van de opperbevelhebber van het Britse leger geplaatst. Vanaf 7 juli bezetten de Fransen het front tussen Boezinge en Steenstrate. Vanaf 11 juli werd dit verlengd tot in Noordschote.

 

De aanval was gepland voor het einde van juli, dus was er weinig tijd om zich voor te bereiden. Maar de organiserende geest van de Franse bevelhebber en de wilskracht van de troepen zouden dit tijdsgebrek goed opvangen. Van zodra ze in de sector arriveerden draaiden de Franse divisies op volle toeren. Stelselmatig gingen ze de Belgische troepen aflossen. Deze troepenwissel eindigde op 11 juli, de vijand had er niks van gemerkt. Het uitgekozen front voor de eerste Franse aanval ( de volgende acties zouden gebeuren in overeenstemming met de Britse algemene planning) spande zich uit over 8 kilometer, hun front liep van ten noorden Bikschote tot aan Boezinge. In het noorden van dit gebied lag er een enorm ondoordringbaar moeras. In dit verdronken gebied bedekt met hoog gras passeerde de verhoogde steenweg van Reninge naar Noordschote. Tussen Noordschote en de versterkte voorpost Maison du Passeur scheidde een deels overstroomde strook land de vijandelijke linies. Aan het Maison du Passeur, op de oostelijke oever van de Ieperlee, bemanden de Fransen een post die slechts met een eenvoudige passerelle met de wal verbonden was. Vanaf daar tot Steenstrate lagen de vijandelijke linies slechts 200 tot 300 meter van de Franse verwijderd. De Duitse linies bevonden zich wel op het droge, maar de ondergrond was vochtig. Van Steenstrate tot Boezinge scheidde het kanaal Ieper-IJzer (Ieperleekanaal) de Fransen van de Duitsers. Borstweringen bestaande uit met aarde gevulde zakken en beschermd door allerlei verdedigingsaccessoires, boorden de twee oevers af. Ten noorden van de sluis Het Sas, vormde het kanaal een 25 tot 30 meter brede water barrière met een diepgang van 2.50 meter. Ten zuiden had het weggetrokken water een moeras achtergelaten, het was bedekt met onkruid, bussels riet en vormde een te vrezen obstakel. Het overschrijden van dit moeilijke gebied vereiste speciale passagemiddelen. Voor de oversteek van de infanterie, fabrikeerde men een groot aantal passerelles op kurk, boogvormig passerelles vervaardigt uit houten lamellen, en ingenieuze tapijten samengesteld uit een grof canvas waarop er transversaal een lattenbodem genageld werd. Met het vervaardigen van die diverse types van loopbruggen kon men snel een begaanbaar pad in het midden van de modder gooien. Tot slot leverde de genie voor de passage van het zwaar rollend materiaal elementen van bruggen op palen en bruggen op struisgras-zoden.

 

Een van de problemen in de voorbereiding van de hier geplande actie was de totale afwezigheid van natuurlijke observatieposten om het voorbereidende en vernietigend artillerievuur te regelen. Dit werd enerzijds opgelost door een sterke luchtmacht en anderzijds door het creëren van kunstmatige artilleriewaarnemingsposten. Slechts 2 kilometer achter de lijnen werden twee ingenieuze, als bomen gecamoufleerde, observatieposten opgericht. De één was 27 meter hoog de andere 24 meter.

 

Ten slotte organiseerde met er de S. R. O. T. ( Service de repérage par observatoires terrestres = dienst plaatsbepaling via grondobservaties) dat gebeurde door het zorgvuldig onderzoek van het schijnsel van de vijandelijke kanonnen, en het S. R. S. (Service de renseignements par le son = informatiedienst voor gegevens doormiddel van geluid), hiervoor had me gevoelige instrumenten en technisch personeel nodig. Het S.R.A. (Service de renseignements de l'artillerie = informatiedienst van de artillerie) centraliseerde, vergeleek en accordeerde de gegevens van de twee. Als voorbereiding op de aanval had men een zeer vernietigde artilleriebarrage voorzien, dus was een zo goed mogelijke waarneming hier zeker een must. De borstweringen gaven de vijand slechts een fragiele bescherming en waren gemakkelijk te vernietigen, maar hun vele betonnen schuilplaatsen en weerstandsnesten in hun stellingen vormden een heel ander probleem! De vernietiging van deze weerstandnesten kon slechts gebeuren door directe voltreffers en met projectielen van een groot kaliber. Op 15 juli openden de 27e, 33e,215e, en het 265e artillerieregimenten het vuur. De vijandelijke kanonnen reageerden fel, vooral ’s nachts. Helaas, vanaf 17 juli zorgde het mistige weer ervoor dat de zichtbaarheid nihil was, de regen verblindde de waarnemers en verstoorde ook de activiteiten van de luchtmacht. Op 21 juli klaarde het weer op en alle activiteiten draaiden weer op volle toeren. De Duitsers riposteerden, ’s nachts bestookten ze de Franse posities met toxische artilleriegranaten. 23 juli, de loopgraafartillerie en de zware artillerie begon met haar destructieve vuur, vooral de voorste Duitse linies werden geviseerd. De eerste compleet vernietigde Duitse posities zorgden ervoor een aantal geterroriseerde Duitse mannen, doodsbang renden ze naar de Franse linies en gaven zich over. Twee dagen later, de 25e, toonden de op de oostelijke oever uitgevoerde verkenningstochten aan dat de vijand zijn eerste lijn had verlaten. Door deze vaststelling en als voorbereiding van de oversteek besloot de leiding om op de andere oever een bruggenhoofd op te slaan. In de nacht van de 27e op 28e, bestookte de zware artillerie de Duitse tweede lijn. Ondertussen staken, dit onder de bescherming van een hevige kanonnade, elementen van de Franse 1e infanterie divisie ten zuiden van Het Sas het kanaal en het modderig terrein over. Hiervoor gebruikten ze allerlei passagemiddelen. Ze positioneerden zich aan de overkant en installeerden er een linie die uit verschillende posten bestond. Gezien men hier geen parallelle aanvalslijn kon graven zou men vanuit deze enige lijn moeten aanvallen. De volgende nacht deed de Franse 51e divisie hetzelfde en nam eveneens stevig positie in op de aan de overkant gelegen oever. Deze bruggenhoofden werden nauwelijks door de vijand bekampt. In de nacht van 30 juli drongen de verkenningspatrouilles door tot in de tweede Duitse linie, deze waren onbezet!

 

 

De aanval was voorzien voor 31 juli, de vorige nacht was relatief rustig verlopen, de voorziene voorbereidingen konden zonder incidenten uitgevoerd worden. Een dikke mist zorgde er mee voor dat het plaatsen van de passerelles, de oversteek van het kanaal en het plaatsen van de troepen vlot verliep. Om 04u26 trokken de 1e en 51 e divisie ten aanval, een rollend artillerievuur gaf hen dekking. Het terrein lag er verlaten bij! De vijand reageerde zwak, enkel met een gewone artilleriebeschieting. De oprukkende toepen werden in het vlakke terrein vooral  geconfronteerd met de talloze obuskrates gevuld met water, het grondwater begon te stijgen en transformeerde het terrein in een zompig moeras zonder einde. Om 05u25 werd gemeld dat men het eerste doel met lichte verliezen had bereikt. Op rechts had men contact met de Britse troepen. Om 07u20, en vervolgens om 09u, rapporteerden de twee divisies dat de objectieven van het tweede en derde doel bereikt waren. Maar bij la ferme du Colone,l een weerstandscentrum bestaande uit betonnen schuilplaatsen en gelegen op het scharnierpunt van de Britse en Franse troepen, hielden de Duitsers nog verbeten stand. Maar toch werd verder opgerukt, de Fransen veroverden la tranchée du Coquelicot (loopgraaf van de klaproos) en de fortificaties bij Bikschote, daarna vorderen ze in de richting van le moulin Bleu (Blauwe molen). Om 11u10 stuurde de bevelhebber van het Franse legerkorps een eenheid Senegalezen en het bataljon Fusiliers Marins (marine fuseliers) naar de 51e divisie om het schiereiland van Poësele (Poesele, gebied tussen Ieperleekanaal en Martjevaart) te zuiveren. Iets later melde het 33 RI (infanterieregiment) dat ze de noordelijke grenzen van Bikschote bezet. De aanval stabiliseerde zich, en de Franse troepen begonnen zich in de veroverde stellingen te organiseren. Ook de Britten bereikten hun objectieven, zelfs la ferme du Colonel viel rond 15 uur in Franse handen. Tegen het einde van de namiddag reageerde de Duitse artillerie met vol geweld. Het was een succesvolle dag, de Fransen waren verder geraakt dan gepland. Hun verliezen bleven rond de duizend man.  De Duitsers dachten nog steeds dat ze in die sector aangevallen werden door Belgische troepen, ze waren erg verwonderd toen ze hier mannen in een horizonblauw uniform zagen opduiken.

 

De nacht net als de dag van 1 augustus verliep redelijk rustig, maar de weeromstandigheden waren verschrikkelijk; de regen viel met bakken uit lucht en veranderde het terrein in een modderpoel. Toch konden de Fransen er la ferme des Lanciers (hoeve van de lansiers) bezetten. De volgende dag, op 2 augustus, begon de Duitse artillerie hevig te reageren. Ondanks de al veel gedane werken, o.a. het leggen van de vele passerelles, werd het verplaatsen van troepen er niet gemakkelijker op, de Duitse inslaande obussen kraakten de bodem open en de aanhoudende neerslag vormde het terrein om tot een grote waterplas. 4 augustus, ondanks het stevige Duitse artillerievuur viel de loopgraaf van de Kortekeer in Franse handen. Vanaf 10 augustus slaagden de Franse observatoren erin om de nieuwe vijandelijke artillerieposities waar te nemen, de eigen kanonnen kwamen daarop direct in actie. De 11e begonnen de voorbereidingen voor een nieuwe aanval. De actie werd gelanceerd op 16 augustus en werd uitgevoerd door de 2e en de 162e divisie. De 162e divisie bereikte in één enkele ruk haar eerste doel en dan ook zijn tweede, van aan Duitse kant was hier maar weinig weerwerk. Enkel het 127e RI ondervond weerstand, op twee punten was er verzet en moest de artillerie hen ter hulp schieten. Een van weerstandspunten begaf het al in de loop van de morgen, het andere hield stand tot de volgende morgen. Ondertussen veroverden de Fusiliers Marins hun objectieven op het schiereiland Poesele en rukten verder op tot Drie Grachten, hierbij namen ze heel wat krijgsgevangenen.

 

Een vijandelijke tegenaanval die Merkem wou bereiken werd terug de slijklanden ingejaagd. Nadat ze de passerelles, die zich uitrekten over de Martjevaart hadden gecoupeerd, begonnen ze zich te organiseren en te instaleren op de veroverde posities. De 2e infanteriedivisie ondervond meer moeilijkheden. Op rechts stak het 8e infanterieregiment de Steenbeek over, maar werd er afgestopt door de vijandelijke mitrailleurs die opgesteld stonden op de boerderijen Brienne, Champaubert en Mondovi. De Franse artillerie ging nu specifiek haar vuur richtten op die knelpunten, twee van de drie posities vielen al vlug in Franse handen, enkel Mondovì bleef in Duits bezit. Het 208e RI en het 110e RI bereikten op hun beurt hun eerste doel, maar werden vervolgens geconfronteerd met intacte weerstandsnesten. De legerleiding besliste om pas op de volgende dag opnieuw aan te vallen, zo konden de eigen artilleriebatterijen hun destructief werk hervatten. 17 augustus, om 12u15 trok de infanterie terug in de aanval. Om 13uur waren alle doelwitten bereikt! Alleen Mondovi hield nog stand. De Duitse mitrailleurs zaten er goed verscholen in betonnen mitrailleurs posten, dit probleem kon enkel opgelost worden door de korte afstandsartillerie. In de loop van de avond klapte dit laatste bolwerk ineen.

 

In de loop van de twee afgelopen dagen bleven de verliezen aan Franse kant onder de 350 man. De Fransen namen er 6 Duitse officieren en 417 manschappen krijgsgevangen. Verder veroverden ze  ook nog 15 kanonnen, 5 granaatwerpers, 13 zware- en 6 lichte mitrailleurs, meerdere munitiedepots en een grote kwantiteit materiaal. De operaties van 16 en 17 augustus brachten de troepen op een generale lijn: Grand-Eclusette (groot verlaat), Drie Grachten, de westelijke grens van de overstromingen van de Martjevaart, hoeve Carnot, hoeves Mondovi en Champaubert. De Franse troepen lagen er in verbinding met het 14e Britse Korps. Deze vooruitgang van het Franse leger, op het scharnierpunt van de algemene beweging, werd vervolledigd met de voortgang van de Britse troepen die op 20 en 26 september en op 4 oktober de lijn van hoogtes tussen Beselare en Poelkapelle kwam bezetten. Door dit resultaat kon er een hervatting van de collectieve actie hernomen worden.

 

Voor de operaties gepland op 9 oktober ’17 gaf het commando van het 1e Franse leger het Franse 36e korps de volgende opdracht: Ze moesten de lijn van Martjevaart en de Sint-Jansbeek behouden en op rechts opereren in verbinding met 14e Britse korps. Het 36e corps moest het Mangelaere (Mangelaar - Langemark) plateau innemen en zich dan defensief gaan organiseren op de veroverde positie en er  ten noorden van de Corvebeek de verdere opening voor de 133e divisie voorbereiden, ze moeste deze beweging beschermen tegen alle mogelijke aanvallen van uit het bos van Houthulst. De aanval zou  ingeleid worden door de 2de divisie die versterkt zou worden met een regiment van het 51e divisie. De infanterie zou er op het uur H ( op het afgesproken tijdstip) vertrekken. De oprukkende infanteristen zouden voorafgegaan worden door een rollende barrage die zich om de zes minuten van 100 meter zou verleggen, en dit tot over het eerste doel. Voor het tweede doelwit zou het artillerievuur opnieuw losbarsten op het uur H 01u45

 

Ondanks de zeer ongunstige weersomstandigheden werden in de nacht van 9 op 10 oktober toch al de nodige arrangementen genomen. Om 05u 20 werden de aanvalsgolven gelanceerd. Het 110e RI passeerde zonder problemen de Steenbeek, haar eerstelijns bataljons vorderden er zonder incidenten. Tegen 08u55 waren alle beoogede objectieven bereikt, ze begonnen dadelijk aan de organisatie van de verdedigingspunten. De Duitsers voerden twee tegenaanvallen uit, één om 10u30 en één om 13u30, hierbij konden ze twee steunpunten heroveren.  In de loop van de avond was het dan opnieuw de beurt aan de Fransen, ze konden nu wel definitief de betwiste bolwerken veroveren. Bij het 208e RI verliep de oversteek op de rechterkant van de Broenbeek vlot, maar op links kenden ze door de omvang van het doorweekte en modderige gebied wat problemen, en liepen daarom wat vertraging op. Doch de linies konden tijdig, voor het opschuiven van de artilleriebarrage, gesloten worden. Het beoogde doelwit werd op tijd bereikt.  Bij de tweede sprong ondervond de aanval enige weerstand ten zuidwesten van Mangelaar, dit voor een niet vernietigd netwerk en voor de Hoeve Houchard, maar tegen de avond waren alle doelstellingen bereikt.

 

Het 8e RI ondervond wel moeilijkheden om de Broenbeek over te steken. Door de inundatie en de regenval had de beek haast de breedte van een riviertje, ook de moerassige omgeving van de beek bemoeilijkte de oversteek. Doch het regiment bereikte tegen 10u15 zijn derde objectief, en sloeg er gedurende de dag enkele lokale tegenaanvallen terug. Kortom de 2e divisie had  in één elan een mooi succes geboekt. In het communiqué van 10 oktober vatte het Franse leger, dat zich het Armée Française des Flandres noemde, deze actie het als volgt samen:

 

« Après avoir franchi le ruisseau marécageux du Broenbeck, nos troupes ont enlevé avec un entrain admirable, sur un front de 2,5km ; les défenses accumulées par l'ennemi, en dépit des difficultés du terrain et des mauvaises conditions atmosphériques. Les villages de Saint-Jean, Mangelaere et Veldhoek, ainsi que de nombreuses fermes organisées en blockhaus, sont tombés en notre pouvoir.

Notre avance, qui a atteint une profondeur moyenne de 2 kilomètres, nous a amené jusqu'aux lisières sud de la forêt d'Houthulst. En même temps que la valeur de notre Commandement, la troisième offensive de l'Armée française, des Flandres avait prouvé l'élan, l'énergie et la bravoure de nos troupes. »

 

 

Bij de inzet van het armée des Flandres werd er in tegenstelling tot de vorige andere Franse offensieven nu wel zuinig omgesprongen met de manschappen! Generaal François Paul Anthoine (28 februari 1860 – 25 december 1944) deelde gelukkig dezelfde visie als generaal Pétain. 31 juli, de eerste dag van het offensief was de bloedigste, men verloor 1050 man (doden, gewonde, en vermisten). Ook de volgende dagen vielen er nog redelijk veel manschappen, rond de 200 per dag. Daarop gaf generaal Anthoine het bevel om het aantal aanwezige militairen in het veroverde gebied tot het strikte minimum te beperken. Na de aanval van 9 oktober noteerde men 423 doden en gewonden. Op 22 oktober vielen er aan Franse kant 150 slachtoffers (doden en gewonden). Tijdens de actie van 26 oktober werden er ongeveer 300 Poilus gedood of gewond, de dag daarop telde men aan Franse kant 83 doden en 683 gewonden. Militair gezien hadden de Fransen er een terreinwinst van ongeveer 10 km (diepste penetratie) geboekt. Maar de Fransen hadden echter ook hun bekendste luchtheld verloren, op 11 september 1917 werd piloot Georges Guynemer boven Poelkapelle neergehaald!

 

 

 

Meer artikels
Österreichisch-Ungarische Heldenfriedhof Soca 'ein einsames Grab'. 23-10-2017
Soca Slovenië.

Een kruisje met een sombere zwart-wit foto maar zonder naam.

lees meer ...
The Bluff 'Pte Sidney Herbert Steele'. 15-02-2016
Zillebeke (Ieper) België.

Langs beide kanten van het kanaal Ieper-Komen, op nauwelijks 40 m. van elkaar verwijdert, hadden de Britse Engineers en Duitse Pioniere stellingen uitgebouwd in de hoger gelegen oevers.

lees meer ...
Belgian Battery Corner Cemetery. 09-10-2017
Ieper België.

Op deze plaats waren er in 1915 Belgische artillerie batterijen opgesteld, vandaar komt de naam 'Belgian Battery Corner'.

lees meer ...