Zillebeke België.
Birr Cross Roads Cemetery.
Zillebeke België.

Birr Cross Roads Cemetery ligt langs de ooit zo beruchte Menin Road (Meense Steenweg), waar van 20 tot 25 september 1917 de Battle of the Menin Road (slag om de Meense steenweg ) werd gestreden. Dit gevecht was een actie die deel uitmaakte van de Derde Slag om Ieper. Een van de Britse legerkorpsen die hier werd ingezet was het Ie ANZAC Corps van generaal Birdwood. Op dat moment bestond dit legerkorps uit de 1e,2e, 4e en 5e Australische divisies.

 

 

De eerste Australiërs die hier in dit gebied in 1917 werden ingezet waren artilleristen. Halverwege juli 1917 werden de kanonnen van de AIF (Australian Imperial Force) hier geleidelijk ten noorden en ten zuiden van de Menin Road ingezet, zij ondersteunden het openingsbombardement van het 'Vlaanderen offensief'. Maar de eerste grote Australische aanval hier was gepland voor 20 september 1917, de actie zou plaatsvinden juist voorbij Hooge. Doch eerst moesten nog heel wat voorbereidingen getroffen worden, oa. moesten wegen hersteld of aangelegd worden zodat men er artilleriestukken, munitie en andere voorraden naar de voorste linies kon brengen om er de nieuwe ingenomen posities en de verder geplande aanvallen te ondersteunen. Toen de duizenden infanteristen van de 1e en 2e Australische divisie medio september hun trage beweging naar de frontlinie begonnen waren honderden Australische pioniers en geniemannen bezig met de aanleg van wegen en paden doorheen het verwoeste gebied tussen Ieper en Hooge. Een van de belangrijke werken die ze uitvoerden was de aanleg van de 'plank road’. Deze weg gemaakt met houten planken liep over de Menin Road, vanaf ongeveer 1 kilometer voor Hooge tot rond Bellewaarde vijver en de overblijfselen van het kasteel. Elke dag werden er vanuit Ieper tonnen planken met vrachtwagens tot bij Hellfire Corner gebracht en daar dan in de buurt gedumpt.

 

Hellfire Corner was het kruispunt "Kruiskasseide" op de Meenseweg, gelegen tussen de huidige stadsrand van Ieper en het Hooge. Bij dit heel onveilige kruispunt werd de vracht dan op door paarden getrokken Australische karren geladen en naar de bouwplaats vervoerd, vanaf daar droegen de wegenbouwers dan zelf de planken verder. Voor dit plankentransport vanaf Hellfire Corner maakte men gebruik van 120 paardenkarren en het vervoer gebeurde enkel ’s nachts, zo hoopte men te voorkomen dat de Duitsers iets opmerkten. Het was een gevaarlijke karwei want het gebied werd door de Duitsers vaak bestookt met zowel gewone artillerieprojectielen als met projectielen gevuld met mosterdgas. Als explosies de weg openscheurden dan moesten de voermannen op de kar blijven zitten en samen met hun trekdieren onbeweeglijk wachten. Dit moesten ze volhouden totdat de toegebrachte schade op de weg hersteld was. De ongecompliceerde efficiëntie en zelfdiscipline van deze standvastige Australische voermannen was bewonderenswaardig.

 

Het offerbewijs van diegenen die achter de linies dienden kan men vandaag nog o.a. zien op het Menin Road South Cemetery, dat zich op ongeveer 500 meter (richting Ieper) van het beruchte kruispunt Hellfire Corner bevindt. Hier ligt in Plot I, rij U, graf 2 Driver ( voerman) Joseph Flanagan begraven. Flanagan, beter bekend als ‘Moe’, maakte deel uit van het 19e Australische Bataljon en was een Gallipoli veteraan. Op 18 september 1917 vervoerde Moe munitie. Toen hij met zijn kar via de Menin Road in de buurt van Hellfire Corner kwam ontplofte vlak onder het gespan een artilleriegranaat! Moe en de paarden waren op slag dood. Volgens getuigen was Joseph Flanagan 'badly knocked about' (lelijk geraakt).

 

Een andere hier aan de Menin Road actieve Australische eenheid was de  No 1 Australian Tunnelling  Company,  zij moesten ondergrondse loopgraven aanleggen om er de infanterie en andere elementen van het 12e Australische  bataljon te beschermen en te verbergen. Ze waren gehuisvest in één van die dug-outs nabij Hooge. Deze schuilplaatsen waren veilig en diep maar verre van comfortabel, een zekere Hobart van het 12e bataljon getuigde hierover: “Het was er zeer vochtige en somber. Het inzijpelen van het water was er zo erg dat het noodzakelijk was om er continu de pompen te bemannen, de mannen van de pompploegen moesten elkaar aflossen, indien niet dan zou het water te vlug stijgen tot op enkel hoogte, in sommige gevallen zou dit de elektrische verlichting uitschakelen en de hele schuilplaats in het donker plaatsen.”

 

Op 18 september 1917 bracht Sapper (constructiewerker)  Arthur Hodder, van de  1st   Australian Tunnelling Company, met zijn camion een aantal manschappen en hout naar Hooge. In de omgeving van Hellfire Corner werd de vrachtwagen opgehouden en getroffen door een obus. De voltreffer zorgde voor 23 doden en gewonden.  Arthur  Hodder overleefde de explosie niet en rust ook op Menin Road South Cemetery, (Plot I, rij V, Graf 7), de anderen van de 1st  Australian Tunnelling Company  die op de zelfde dag stierven liggen naast hem begraven.  Op de zelfde begraafplaats ligt ook artillerist Bombardier Charles Podger van de 5e Brigade, Australische veldartillerie. Op 16 september ’17 stond de artilleriebatterij waartoe Charles behoorde opgesteld bij Helfire Corner. Charles was een bijzonder lid van de batterij, hij was de klerk van de eenheid. Toen Charles in zijn schuilplaats de lijsten van de munitie aan het checken was ontplofte heel dicht bij een hoog explosieve artilleriegranaat, Charlie werd gedood door de luchtverplaatsing. De 28 jarige werd nog overgebracht naar een veldambulance, doch helaas, men kon er alleen maar de dood van Charles Podger vaststellen. Hij rust in Plot I, rij Q, graf 37.

 

Ook op die andere Britse begraafplaats 'Birr Cross Roads', die ook langs de Menin Road ligt, werden  eveneens heel wat Aussies begraven, hier rusten 143 Australische mannen. Een aantal van de hier rustende Aussies konden echter niet geïdentificeerd worden en werden hier begraven als 'Known unto God', wat betekent: enkel gekend door God!

 

 

Doch Australië is een van de landen die haar doden uit de Groote Oorlog enorm respecteert en eert! Zo vond op Birr Cross Roads Cemetery, op zondag 20 september 2015 om 11.00u, een ‘rededication’ (her-inwijdingsplechtigheid) plaats voor drie Australische soldaten van de Eerste Wereldoorlog. Nadat ze tientallen jaren als onbekenden begraven waren geweest kregen Pte (Private) Eacott, Pte Huntsman en Pte Neilson nu een nieuwe grafsteen waar Unknown Australian Soldier vervangen werd door hun naam. Na een grondig onderzoek slaagde men erin om de onbekende graven van deze drie Privates (soldaten) een naam te geven. Door dossiers van het Rode Kruis, dienstverslagen, burial Files( begravingsdossiers) van de Commonwealth en allerhande militaire verslagen te gaan samenvoegen kan men in bepaalde gevallen de identiteit van een onbekende vaststellen. Dankzij de massa aan informatie die men tegenwoordig via het internet kan raadplegen zijn nu veel meer opsporingsmogelijkheden dan 100 jaar geleden. Niettemin blijft het een huzarenstuk om dit alles te realiseren. Dit eerbaar werk wordt uitgevoerd door de 'Fallen Diggers', een Australische non-profit organisatie die grondige onderzoek verricht betreffende de beide wereldoorlogen.

 

 

 

 

Huntsman en Eacott werden samen met soldaat Grace, onderluitenant Attwood en 1e sergeantmajoor Schwarer (later gestorven aan zijn verwondingen) in de buurt van Blackwatch Corner (bij het Polygoon bos) gedood. Dat gebeurde nadat ze op 20 september 1917, tijdens de slag aan de Menin Road succesvol hun einddoel hadden bereikt. Ze werden waarschijnlijk gedood door  "friendly shell-fire", d.w.z. dat ze denkelijk door hun eigen kanonnen gedood werden!  Zij behoorden allen tot het 7th Australian Infantry Battalion.  Volgens bep. bronnen zijn ze alle 3 geraakt door de explosie van dezelfde granaat, deze 3 soldaten liggen samen naast mekaar begraven op Birr Cross Roads Cemetery.

 

De derde soldaat die hier op Birr Cross een nieuwe grafsteen kreeg was John ‘Jock’ Neilson van het 8th Australian Infantry Battalion. John sneuvelde niet tijdens de gevechten aan de Meense Weg, maar iets later. De 27 jarige Aussie raakte in oktober 1917 gewond tijdens de vreselijke gevechten bij Passendale en overleed te gevolge van zijn verwondingen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Meer artikels
Guynemer Memorial. 11-09-2017
Poelkapelle (Langemark-Poelkapelle) België.

In de West-Vlaamse gemeente Poelkapelle staat een gedenkbeeld ter ere van de Franse piloot en luchtaas Georges Guynemer.

lees meer ...
Houten Tank 12-09-2016
Gillingham Verenigd Koninkrijk.

In januari 1916 stelde men het prototype van de nieuwe tank voor aan de Britse legerleiding, ook koning Georges de Vijfde was op die voorstelling aanwezig.  

lees meer ...
St-Eloi Crater. 06-07-2015
Voormezele (Ieper) België.

10 juli 1915.  Eén van de tunnels strekte zich uit onder een soort heuvel, dit was de plaats die we wilden bereiken.

lees meer ...