Passendale  (Zonnebeke) België.
Tyne Cot Cemetery.
Passendale (Zonnebeke) België.

De heuvelrug van Passendale, bij de Britten bekent als 'Passchendaele Ridge' (scheiding tussen Leie- en IJzerbekken), vormde tijdens de eerste oorlogswinter 1914-1915 de verst vooruitgeschoven frontlinie van de Ieper salient. Ze werd verdedigd door Franse troepen, die begin april 1915 afgelost werden door Britse en Canadese eenheden. Na de Duitse gasaanvallen die uitgevoerd werden eind april 1915 - tijdens de Tweede Slag om Ieper- , moesten de Britten zich genoodzaakt terug trekken tot de lijn Wieltje – Frezenberg – Hooghe. De Duitsers hadden de strategisch belangrijke hoogte ('Flandern Riegel') in handen en bouwden er in de loop van de volgende jaren verdedigingsstellingen met betonnen schuilplaatsen en weerstandsnesten uit. Deze stelling werd: 'Flandern – Stellung' genoemd.

 

De Duitsers bouwden hun bunkers vaak in een dambord openstelling. Vier bunkers met middenin een centrale bunker voor de bevelhebber van de compagnie. Dat was ook zo met de bunkers die nabij de boerderij, die door de Britten 'Tyne Cottage' genoemd werd, gelegen waren. Deze betonnen schuilplaatsen bij ‘Tyne Cottage’ – nu op Tyne Cot  Cemetery gelegen - werden op 4 oktober 1917 veroverd (tijdens de Derde Slag om Ieper).

 

Op 4 oktober kwam er en nieuwe aanval richting Passendale. De Britten wilden de flanken van de heuvelkam met haar vooruitgeschoven hoogten rond ’s Graventafel, Tyne Cot en Broodseinde veroveren. Daar passeerde ook de Duitse Flanderen I stelling, een gevreesde versterkte linie die ter hoogte van Tyne Cot zelfs ontdubbeld was. De hoofdaanval zou uitgevoerd worden door het II. en I. Anzac-korps, met van noord naar zuid de Nieuw-Zeelanders voor ’s Graventafel, de 3e en 2e Australische divisie langs weerzijden van de spoorweg Ieper – Roeselare en de 1e Australische divisie tot tegen het Polygoonbos.

 

 

 

 

 

 

 

Doch om 5u30 bleek dat ook de Duitsers van plan waren om aan te vallen. Ze bestookten de Australische posities want ze wilden Zonnebeke heroveren. Een halfuur later werd de geallieerde aanval ingezet. In de richting van Tyne Cot rukte de 10e brigade van de 3e Australische divisie op. Dat gebeurde volgens de nieuwe ‘step-by-step’, ‘bite-and-hold’ grondregel. Deze nieuwe techniek bestond uit beperkte, gerichte aanvallen in de diepte en het onmiddellijk consolideren ervan. Het 40e bataljon van de 3e Australische divisie arriveerde om 9u20 bij Tyne Cot en de stelling Flanders I werd doorbroken. Lance-Corporal Walter Peeler en Sergeant Lewis McGee kregen voor het veroveren van de bunkers bij Levi Cottages en bij de Hamburg Farm het Victoria Cross.

 

 

 

Links van de Aussies naderden de Nieuw-Zeelanders ’s Graventafel. De Duitsers waren verrast en verward! Honderden van hen gaven zich over. Toch werd er bij enkele betonconstructies hevig weerwerk geboden. Tegen 9u20 waren de twee lijnen van de Flanderen I stelling rond de huidige militaire begraafplaats doorbroken.  Dat de Aussies atypische vechtjassen waren blijkt uit het volgende testimonium: “Hoewel ons eigenlijke aandeel in de strijd niet begon voordat de andere drie bataljons hun doelstellingen hadden bereikt, toch duwde onze meer avontuurlijke ingesteldheid ons voorwaarts met de leidende aanvalsgolven en namen we deel aan al de gevechten die onze weg kruisten. Alle verzet werd volledig overwonnen. Tegen de tijd dat de memorabele Hill-40 achter ons lag, rookten de meeste mannen Duitse sigaren die ze in de veroverde "pill-boxes" (bunkers) hadden meegepakt. Bij de tweede barragestop, die het 42e bataljon de tijd liet om het veroverde gebied te consolideren, zaten vier van onze mannen – achteloos voor het drama dat zich daar voor hun ogen afspeelde - in een granaattrechter "show-poker" te spelen, hun inzet waren buitgemaakte Duitse munten.” Het informele karakter van de Australiër werd mede door dergelijke voorvallen gevormd.

 

In de namiddag en ook op de volgende dag voerden de Duitsers verschillende tegenaanvallen uit, maar die verliepen allemaal vruchteloos. Op 4 oktober leden ze zware verliezen, de zwaarste van de hele Passendaleslag. Een van de ongelukkigen was Otto Bieber, die nu ook op Tyne Cot Cemetery begraven ligt samen met drie andere onbekende Duitsers. De vier Anzac-divisies verloren samen 8075 man. Bij Tyne Cottage richtte de 3e Australische divisie de middelste betonconstructie in als een 'Advanced Dressing Station' (medische post). De mannen die hier in deze medische hulppost overleden werden dicht bij de verbandpost begraven. Nadien tussen 6 oktober 1917 en eind maart 1918 werden hier nog 343 bijzettingen verricht,  die werden uitgevoerd door de '50th Northumbrian Division' en de '33rd Division', evenals door een aantal Canadese eenheden.

 

 

Tijdens het Duitse Lente-Offensief, op 13 april, zou de omgeving van Tyne Cot opnieuw in Duitse handen vallen. Pas enkele maanden later, eind september 1918, zou Passendale eindelijk definitief veroverd worden. Dat gebeurde door Belgische eenheden, door het 4e Regiment Karabiniers en het 1e en 2e Regiment Grenadiers van de 12e divisie. Deze eenheden slaagden er toen in om het dorp (of wat er van overbleef) in te nemen.

 

Op Tyne Cot Cemetery zijn de twee voorste bunkers van de dambordopstelling nog steeds zichtbaar. De centraal gelegen bunker - het vroegere Advanced Dressing Station- zit nu verdoken onder het 'Cross of Sacrifice'(offerkruis). Toen King George V hier in 1922 de Britse militaire begraafplaats kwam bezoeken, zou hij voorgesteld hebben om het offerkruis op de grootste betonnen constructie te plaatsen. De twee achterste betonnen bouwwerken dienden als basis voor de twee paviljoenen van het 'Tyne Cot Memorial', dat in 1927 werd onthuld.

 

 

Meer artikels
Lankhof Farm Bunkers. 17-11-2014
Voormezele- Zillebeke. België.

 Langhof farm, gelegen op het grondgebied van Voormezele,  dankt zijn benaming aan het 'Château de Langhof', een herenhuis dat vanaf de 17e eeuw werd gebruikt door de Ieperse bankier Adrien Destamaudt.

lees meer ...
Steenbeek Pte Harry Patch 'Always remember both sides of the line'. 14-08-2017
Langemark (Langemark-Poelkapelle) België.

In 1916  werd Harry Patch, hij was toen 18, opgeroepen. Harry werd ingedeeld bij het Machine Gun Corps van het 7e bat. "The Duke of Cornwall's Light Infantry".

lees meer ...
Y Farm Military Cemetery 'De herbegrafenis van 15 soldaten'. 24-11-2014
Bois Grenier Frankrijk.

Tijdens graafwerken in november 2009 werden er tussen de Franse dorpen Radinghem en Beaucamps Ligny (Noord- Frankrijk) stoffelijke resten gevonden van Britse militairen uit de Groote Oorlog.

lees meer ...