Ieper  België.
Hooge Crater Cemetery 'Pte F.A. Bussey'.
Ieper België.

Twee soldaten ,drie soldaten tot zelf zes  onbekende soldaten begraven onder een grafsteen op Hooge Crater Cemetery te Zillebeke. Meer dan de helft van de soldaten  op deze begraafplaats zijn niet geïdentificeerd. Het enige herkenbare graf op de foto is  dit  van Pte. F.A. Bussey .

 

 

Frederick Arthur Bussey was de jongste van zes kinderen. Hij werd in 1897 te Norfolk geboren en was de zoon van George en Rosa Bussey. Voor hij naar het leger trok kwam hij aan de kost als winkel assistent. Toen hij soldaat werd vervoegde Frederick het 8e bataljon van het Suffolk Regiment, maar nadien muteerde hij dan naar het 1e bataljon van het Bedfordshire Regiment. Frederick trok pas na januari 1916 naar het front.

 

 

Op 25 oktober werd het 1e bataljon van het Bedfordshire Regiment bij Stirling Castle (Zillebeke) gebruikt als bevoorradingseenheid voor het 1e bataljon van het Cheshire Regiment. De hoek van de Meenseweg met de baan naar Zillebeke en verder de Oude Kortrijkstraat werd al vroeg in de oorlog aangeduid als "Clapham Junction". In het bos stond toen, met Sanctuary Wood in de achtergrond, het kasteel Beukenhorst of zoals de Britten het noemden: "Stirling Castle". Tot april 1915 lag het punt in het Britse hinterland en naderhand tot 1917 in het Duitse. Het werd steeds zwaarder onder vuur genomen als een belangrijk aanvoerpunt. Die plaats werd toen met interval periodes zwaar beschoten.

 

De mannen van het Bedfordshire Regiment droegen die dag allerlei voorraden en munitie naar voor. Een aantal onder hen droegen telefoonkabels naar verschillende plaatsen nabij Fitzclarence Farm. Gedurende deze bevoorradingstochten die ze bijna constant onder vijandelijk vuur moesten uitvoeren vielen  uiteraard een aantal slachtoffers. Voor elf van hen zouden deze bevoorradingsacties van 25 oktober een dodelijke afloop kennen.

 

Pte Bussey bevond zich ook nabij Stirling Castle en was één van die ongelukkigen. Frederick heeft een gekend graf, doch negen andere mannen van het bataljon die op de zelfde dag sneuvelden worden nu herdacht op het Tyne Cot Memorial te Passendale. Die negen zijn:

Lance Corporal John Astles 
Private Herbert Brightman 
Company Serjeant Major Sidney Chamberlain 
Private Hugh Clarke 
Private Jesse James Gurney 
Private Herbert James Jeffery 
Private Samuel Thomas Spicer 
Private Sidney John Whitehead 
Private William Horace Wicks

 

 

Misschien liggen enkele van Bussey kameraden van zijn bataljon dicht bij hem begraven tussen de vele onbekende soldaten?

 

De elfde man was de 31 jarige Second Lieutenant Alexander Edward Croockewit. Hij raakte zwaar gewond op 25 oktober tijdens de beschietingen en werd voor verzorging overgebracht naar Poperinge. De volgende dag echter  overleed hij aan zijn opgelopen verwondingen.

 

Alexander werd geboren op 8 december 1885, in Dover. Na zijn schoolopleiding aan de Bedford school trok Alexander in 1905 naar Canada. Hij had daar een baan bij de spoorwegen. In 1910 keerde hij huiswaarts. Om te voldoen aan de vereiste medische voorwaarden om actief dienst te kunnen nemen in het leger onderging Alexander een aantal pijnlijke operaties. Zo werd hij dan uiteindelijk toch medisch geschikt bevonden om in het leger te dienen. In februari 1915 kwam hij bij het Army Service Corps (logistieke eenheid) terecht. Van 3 augustus 1915 tot januari 1917 diende hij aan het Westelijke Front, hij deed er krijgsdienst als chauffeur bij het Army Service Corps. Dan werd Alexander naar Fleet in Hampshire gestuurd, daar werd hij opgeleid tot officier. Na zijn omscholing werd Alexander op dinsdag 29 mei 1917 benoemd tot Second Lieutenant (onderluitenant) in het 3e (reserve) bataljon van het Bedfordshire Regiment. Toen de kersverse 2nd/Lt Alexander Edward Croockewit naar het Westelijk Front terugkeerde werd hij gelieerd aan het 1e bataljon van het Bedfordshire Regiment.

 

Na Alexanders dood, op 26 oktober, schreef zijn commandant een condoleantiebrief naar de ouders die toen in Shepherdswell woonden. In een typisch standaard klinkende brief schreef hij: “He was greatly liked by all his officers as well as N.C.O.s ( onderofficieren) and men. We are all more than sad that we will never more see his cheery face again, and shall never be able to replace him. He died a soldiers death in a manner reflecting the highest credit both on himself and the regiment to which he had the honour to belong.”

 

 

Alexander rust nu in Poperinge op het Lijssenthoek Military cemetery.

 Fotoshoot WO1oo bedankt Paul Johnson en Julie Cauvin voor de bekomen informatie. )

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Meer artikels
Stop. 26-10-2015
Kobarid Slovenië.

Op 5 juni 1914 steken de Italiaanse Bersaglieri ( letterlijk scherpschutters ) goed herkenbaar aan de lange zwarte veren op hun baret de rivier de Isonzo over.

lees meer ...
Chunuk Bair Ataturk Memorial. 10-08-2015
Chunuk Bair Turkije.

Tegen alle kansberekening in bleven de Turkse militairen tegenover een materieel superieure tegenstander onwankelbaar.

lees meer ...
Oorlogsmonument Begraafplaats Steytelinck. 05-09-2016
Wilrijk (Antwerpen) België.

Dit monumentale beeldhouwwerk vervaardigd door Lode Eckermans staat vrij centraal op de begraafplaats Steytelinck.

lees meer ...