Passendale ( Zonnebeke ) België.
Tyne Cot Cemetery 'Silent City Meets Living City'.
Passendale ( Zonnebeke ) België.

Op 14 oktober 2017 vond het unieke reflectiemoment 'Silent City Meets Living City' plaats. Een bijzonder serene en krachtige herdenking  met muziek, licht, figuratie en persoonlijke verhalen voor de meer dan 450000 slachtoffers die tussen 31 juli en 10 november 1917 tijdens de Derde Slag bij Ieper ( Slag bij Passendale ) vielen. Tijdens de voorstelling belichten ook meer dan 7000 aanwezigen de grafstenen met een herinneringslichtje een mooi passend eerbetoon voor de vele soldaten. Tyne Cot Cemetery is met bijna 12000 graven en 35000 namen van vermisten op de Tyne Cot Memorial de grootste begraafplaats van de CWGC ter wereld.

 

 

100 jaar geleden rond die zelfde periode verbleef oa. ook de de 63e (Royal Naval) Division Royal Naval Division in de 'Vlaamse velden'. We volgden hun relaas tijdens de Tweede Slag om Passendale.

 

De geallieerde troepen poogden al bijna drie maanden om het dorp Passendale in te nemen. Het totaal omwoelde kraterveld en het door de regen geteisterde terrein waar ze in vochten was bijna ondoordringbaar. De Duitse verdediging was erg effectief en de kost aan mensenlevens was erg hoog.  Britse, Nieuw-Zeelandse en Australische divisies vochten hier; maar ondanks de zware verliezen die ze leden  in 'Passion-dale' hadden  ze de heuvelkam bij Passendale en het dorp zelf nog niet ingenomen. Vanaf eind oktober werden er ook  Canadese troepen ingezet, onder het bevel van generaal Currie.  Zij waren de laatste hoop om het totaal vernielde Passendale nog voor de winter te veroveren. De inname moest stap voor stap gebeuren, want de Duitsers waren niet van plan om Passendale op te geven. Het Canadese corps begon op 26 oktober 1917 aan de moeilijke operatie, rechts opereerde het nog steeds aanwezige 1e Anzac Corps. De Anzacs hadden orders gekregen om stand te houden op de heuvelkam van Broodseinde. Aan de linkerflank moesten vier divisies van het Britse 5e  Leger van Gough  met o.a. de 63e (Royal Naval) Division een doorbraak forceren naar het laatste stukje hoger gelegen grond 'Goudberg', door de Britten 'Goudberg Spur' genaamd. Deze Noordelijke heuvelkam van Passendale en het dorp zelf was het te behalen objectief, dat zou in drie fases gebeuren.

 

Richard Tobin van het Hood bataljon formuleerde zijn eerste indruk van het Passendale front op die manier: 'Toen je aan het front kwam, was er niet echt sprake van een front. Het was niets meer dan een reeks posten die in de modder waren neergezet. Hier en daar een mitrailleursnest, daar een paar schutters, verderop een team met een Lewismitrailleur,..'.

 

De 63e (Royal Naval) Division, onder bevel van Majoor generaal C. E. Lawrie, stond in het noorden van Passendale klaar om aan te vallen. Op vrijdag 26 oktober 1917 om 5u40  trok het Anson en het Howe Battaljon samen met de 1e  en 2e  Royal Marine Light Infantry in de aanval. Het was een mistige morgen die na het verdwijnen van de mist veranderde in een volledige regendag. Het Hood bataljon stond klaar om tegenaanvallen op te vangen en het Hawke bataljon stond paraat als reserve. De opmars naar de vallei van de Lekkerboterbeek verliep enorm moeizaam. Al vlug zaten de manschappen tot op bijna knie diepte in de modder, ze ploeterden traag vooruit. Om7h20 veroverden het Anson Bataljon Varlet Farm  en om 8 uur Banff Housse,  ze consolideerden deze posities. Tegen de middag bereikten het Anson Bataljon Source Trench. De 1e en de 2e Royal Marines bereikten hun eerste doel. Na Duitse tegenaanvallen moesten de troepen zich terugtrekken uit Banff House en hielden stand bij Berk Houses. De 63e (Royal Naval) Division had bijna alle objectieven bereikt uitgezonderd Source Trench en Banff House. De verliezen op die dag voor de 188e  Brigade werden op 2000 man geschat.

 

Aan Duitse zijde nabij Goudberg beschreef Leutnant Ernst Jünger van het Füsilier-Regiment 73 na een verkenning aan de frontlijn zijn ervaringen in zijn memoires. 'De vijand was in de voorste linie binnengedrongen en had de heuvelrug ingenomen waar de commandopost lag, en van waarop hij de belangrijke Paddebeek onder vuur kon nemen. Nadat ik de veranderingen van de plaats met rode stiftstrepen op mijn kaart had aangeduid, zette ik mijn mannen op de moeilijke terugweg door de modder(...) Overal stootten we op sporen van de dood, het was alsof er geen levende ziel in deze woestenij te vinden was(...) Het minst aangename van deze zaak was het vooruitzicht om bij elke eventuele wonde je zelf te zien liggen in een waterachtig graf. We haastten ons langs kraterringen als langs de smalle wanden van een honingraat. Hier en daar tonen druppen bloed aan dat  ongelukkige mannen ons zijn voorgegaan,... Wanneer Ernst Jünger hier de oorlogsvernielingen zag, bad hij tot God om 'dit prachtige land' dat in de geschiedenis al eerder het slagveld was geweest voor oorlogvoerende naties, weer ongeschonden zou mogen herrijzen.

 

Op zaterdag 27 oktober 1917 slaagde het Hawke Bataljon er terug in om de Banff House te veroveren en om een Duitse tegenaanval af te slaan. Intussen werd de volgende aanval volop voorbereid. Het was de bedoeling om de niet ingenomen doelen van 26 oktober te gaan voltooien en om goede posities te bereiken voor de finale aanval op Passendale. De sterk verdedigde positie Crest Farm, het gehucht Meetcheele en het gebied rond de heuvel Goudberg waren de belangrijkste doelen. Indien Vapour Farm aan de Goudberg kon worden ingenomen dan was de Noordelijke flank van het Canadese Corps  terug gekoppeld met het Britse vijfde leger met daarin o.a. de 63e ( Royal Naval) Division zij  bevonden zich langs beide zijdes van de overspoelde vallei van de Lekkerboterbeek.

 

 

Dinsdag 30 oktober 1917, de aanval begon om 5u50. De temperatuur was gezakt tot 8 °C en het zou een rauwe, kille, regenachtige dag worden. De belangrijkste doelen werden ingenomen. Het 5e  Canadian Mounted Rifles slaagde erin om 800 meter te vorderen en Vapour Farm  voor de Goudberg in te nemen, alle Duitse tegenaanvallen werden afgeslagen. Links van de Canadezen probeerde de 63e (Royal Naval) Division nog terrein te winnen, maar de troepen kwamen terug vast te zitten in de modder. Op die dag was het de 190e brigade die in de aanval gingen nabij Wallemolen. Een van die bataljons was de Artists' Rifles, zij beleefden hier hun vuurdoop. De Duitse artillerie bracht de mannen die vast zaten in de modder nabij Source Trench zware verliezen toe. Bijna de helft van de Artists  die aanvielen sneuvelden of raakten vermist op die dag. De meesten werden nooit meer teruggevonden, hun namen staan vermeld op het Tyne Cot Memorial. Die avond kon  de 63e  (Royal Naval) Division de linie bij Source Trench, Varlet Farm, Bray Farm en Berks Houses behouden.  Op woensdag 31 oktober 1917 werd de 189e brigade terug verdreven uit Banff House. De 63e (Royal Naval) Divison leed tussen 26 oktober en 31 oktober  meer dan 3100 verliezen.

 

Op donderdag 1 november slaagde de Nelson en Hawke bataljons erin om enkele Duitse pillboxen (bunkers) te veroveren. Op zaterdag 3 november ging het Drake bataljon in de aanval, de linie bij de Paddebeek werd opgeschoven en Sourd Farm veroverd. Intussen werd de volgende aanval, voorzien op 6 november, grondig voorbereid.  Het doel van de aan val was om het dorp Passendale in te nemen en ook een groot deel van de hoogte naar het noorden met o.a. het gehucht Mosselmarkt en  de Goudberg te veroveren. Deze opdracht werd toevertrouwd aan het 1e   en 2e  Canadese Divisie. De Duitse sectoren die de heuveltop bewaakten telden minder bunkers dan in de al eerder ingenomen gebieden. Men hoopte dat deze gemakkelijker te veroveren waren. Voor 6 november werden er enkele kleinere aanvallen uitgevoerd en dat voornamelijk door de 63e  (Royal Naval) Division en de 3e  Canadese Divisie. Er werden enkele versterkte Duitse posities ingenomen waardoor men een betere, rechtere aanvalslinie had bekomen.

 

 

Op zondag 4 november slaagden de Drake en Hood bataljons van de189e brigade er in om voor de Goudberg enkele Duitse stellingen te veroveren. Die bewuste zondag een dag zonder regen vertrokken de vliegeniers van het Feldflieger-Arbteilung 2b piloot Luitenant Walter Dingler en observator Luitenant Herman Scheig voor een verkenningsmissie voor de 'Gruppe Staden'. Tijdens hun vlucht maakten ze foto's  in de sector van het Duitse Infanterie Regiment 143 (IR413) die daar vanaf begin november in stelling was, net ten Oosten van Poelkapelle. De Britse militaire historicus Peter Barton identificeerde de juiste locatie van deze foto als 'Goudberg Spur' (Goudberg), minder dan 1 km ten Noord - Oosten van het dorp Passendale. De foto kreeg eenmaal na druk de titel 'Englisches Totenfeld' en werd opgeborgen in een Duits archief. Dit schokkende beeld gaf een klare kijk op de tragedie de pure verschrikking en de ellende van de militairen. De grond was veranderd in een moeras waar de mannen moesten oprukken in een doolhof van met water en modder gevulde kraters. De gebroken lichamen van de krijgers zijn duidelijk zichtbaar tussen de bomkraters. Het zijn de lichamen van mannen van de Drake en Hood Bataljons van de 63e (Royal Naval) Division  of van  1e  Canadese Divisie die op die dag voor het eerst in actie kwamen of van de 42e bataljon van de 3e Canadese Divisie die zich rechts van deze bataljons bevonden. Waarschijnlijk liggen sommigen van deze mannen daar nu nog altijd. Ze zonken dieper in het slijk, of raakten overdekt door aarde en modder tijdens het felle artillerievuur en werden nooit meer teruggevonden.

 

Op een regenachtige dinsdag 6 november om 6 uur begon de ultieme aanval. Eerst werd de Duitse frontlijn overdonderd met trommelvuur. Dit duurde slechts enkele minuten, direct erna rukten de Canadezen op. De snelheid van de aanval veraste de Duitsers, ze boden weinig weerstand. Om 9 uur was er bijna 800 meter terrein veroverd en was het dorp ingenomen en geconsolideerd door de  6e  brigade van de 2e  Canadese Divisie. Intussen bereikten links het 1e  en 2e  bataljon van de 1e Canadese Divisie via een smal stuk begaanbare grond tussen de Ravebeek en de Lekkerboterbeek het gehucht Mosselmarkt en Goudberg. De bunker Vine Cottage in de vroegere hoevegebouwen zorgde voor felle weerstand, maar om 7u45 werden beide doelen ingenomen. De totaal vernielde ruïnes van het dorp Passendale waren na bijna 100 dagen eindelijk in het bezit van de geallieerden.

 

Op zaterdag 10 november  terug in de regen werd nog een extra aanval uitgevoerd om de posities in het Noorden van Passendale te verbeteren. De 1e  Canadese Divisie veroverde Venture Farm en Vindictive Cross Roads een terreinwinst van bijna 500 meter. De Britse 1e  Divisie slaagde erin om de top van de uitloper van de  Goudberg in te nemen. Na een Duitse tegenaanval werden  De Britten werden gedwongen om zich terug te trekken tot enkele meters na hun  oorspronkelijke startpositie. Het veroverde Goudberg Copse echter kon worden behouden , dit zorgde voor een deuk in de nieuwe linie die niet boogvormig was zoals vooraf gepland. Het geallieerde offensief: de Tweede Slag Om Passendale tijdens de Derde Slag om Ieper eindigde op de top van de heuvelkam 'Passchendaele Ridge'. De 63e ( Royal Naval) Division  nam niet deel aan de laatste acties. Zaterdag de 10e november werd de divisie afgelost. 

 

In de periode dat 63e (Royal Naval) Division  bij Passendale streed sneuvelden tweeduizend van hun manschappen en dat voor een opmars van minder dan 1 km.De meeste teruggevonden  gesneuvelden  van de 'Royal Naval Volunteer Reserve' werden begraven op Poelcapelle British Cemetery (89 onbekenden en 14 op naam), Passchendaele New British Cemetery (19 onbekenden en 2 op naam) en Tyne Cot Cemetery (45 onbekenden en 12 op naam). In  naburige begraafplaatsen waar toen verbandposten of eerste hulp posten waren zijn ook velen die bezweken aan hun verwondingen begraven. (oa St.julien Dressing Station Cemetery, Dozinghem Military Cemetery en Mendinghem Military Cemetery). De namen van 242 vermisten van de divisie worden herdacht op de Tyne Cot Memorial.

 

 

Als eindbedenking een vrij vertaald fragment uit 'The Great War As I Saw It' door Canon Frederick Scott. (7 april 1861- 19 januari 1944). Deze Canadese poët en  auteur was tijdens de oorlog 'Senior Chaplain', priester met de rang Majoor bij de 1e Canadese Divisie. Na de slag om Passendale ging hij op zoek naar zijn eenheid aan het front:

'Toen ik tussen de verschrikkelijke,modderige wegen liep kwam ik verschillende Duitse bunkers tegen die omgebouwd waren tot hoofdkwartiers voor de bataljons. Eindelijk na het waden door water en modder tot bijna kniehoogte, bevond ik mij in de namiddag zwervend tussen de modder ,granaattrechters en triestige loopgrachten nabij Goudberg Copse met een duidelijk zicht op de ruines van Passendale, dat was bezet door aan andere divisie rechts van ons. De hele regio was onuitsprekelijk verschrikkelijk. Het regende,de troosteloze verspilling van door granaten omgeploegde gele klompen modder  tot zo ver je het met de ogen kon waarnemen. Moe en bleke  dragers  brachten de gewonden op brancards weg, tijdens een trip van verschillende kilometers. De lichamen van dode mannen lagen hier en daar, waar ze in de opmars waren gevallen. Ik kwam bij een arme kerel die deze morgen werd gedood. Zijn lichaam was bedekt met een glanzend laagje van gele modder waardoor hij eruit zag als een bronzen standbeeld. Hij had een mooi gezicht,een fijn gevormd hoofd,  dicht krullend haar en leek meer op een kunstwerk dan een mens. De enorme bomkraters waren half gevuld met water die vaak rood kleurde door het menslijk bloed vele gewonden vielen in de plassen en verdronken. Terwijl ik op stap was vertelde iemand me dat er zich voor mij in de loopgraven een gewonde bevond. Ik begaf me op weg naar de aangegeven richting en riep of er daar iemand was. Plotseling hoorde ik een zwakke stem antwoorden, ik haastte me naar de plek waar het geluid vandaan kwam. Daar vond ik zittend in de modderige loopgraaf, zijn benen bijna helemaal in het water een kerel die  me vertelde dat hij daar al vele uren zat. Ik had nog nooit zo'n vrolijke uitdrukking op een gezicht gezien. Hij glimlachte opgewekt en klaagde niet over wat hij had geleden. Ik vertelde dat ik een brancard zou halen, ik stapte naar enkele nabije loopgraven en kwam terug met dragers en  een brancard om hem te redden. De mannen sprongen in de loopgraaf,en bewogen hem voorzichtig maar zijn  benen waren zo gevoelloos, alhoewel ze geraakt waren voelde hij geen pijn. Een van de mannen vroeg of hij alleen was geraakt in de benen. Hij zie 'ja maar de man keek me aan en bij het omhoog trekken van de tuniek van de jongen zag ik een afschuwelijke wonde in zijn rug. Ze droegen hem gelukkig en opgewekt weg. Of hij ooit is hersteld weet ik niet. Indien van wel en als hij ooit dit boek leest,  hoop ik dat hij me zou schrijven om me te vertellen hoe het met hem is.

 

Meer artikels
Cabaret Rouge British Cemetery. 26-09-2016
Souchez Frankrijk.

Voor de oorlog stond er dicht bij de plaats waar de Britten een militaire begraafplaats zouden aanleggen een café.

lees meer ...
Poppies in de Vlaamse velden. 13-06-2016
Geluveld ( Zonnebeke) België.

 

In 1916 speelde het zwaartepunt van de oorlog zich vooral af in Frankrijk, bij Verdun en in de Somme.

lees meer ...
Hill 60. 09-02-2015
Zillebeke (Ieper) België.

Hoewel de Eerste Slag om  Ieper  als afgelopen werd  beschouwd in november 1914, werden er nog lokale kampen uitgevochten om betere posities te bemachtigen.

lees meer ...