Passendale (Zonnebeke) België.
A moonlight massacre.
Passendale (Zonnebeke) België.

Officieel was de Derde Slag om Ieper beëindigd op 10 november’ 17 doch amper tien dag later, op 20 november ’17, lanceerde veldmaarschalk Sir Douglas Haig al een nieuwe veldslag. Ditmaal werd de strijd verlegd naar de regio van Cambrai (Fr). Maar dit betekende absoluut niet dat er in buurt van Ieper-Passendale niet meer gevochten werd, integendeel in die periode werden een serie redelijk onbekende aanvallen uitgevoerd. De Britten bevonden zich die regio in een kwetsbare positie waar ze zwaar te lijden hadden onder de Duitse artilleriebeschietingen. Ook de aanvoer van versterkingstroepen en voorraden verliep onder moeilijke omstandigheden. Om deze situatie recht te trekken kwam op bevel van het Britse Tweede Leger acties, deze werden uitgevoerd door het VIIIe Corps en IIe Corps. De enige grootschalige nachtelijke actie uit die reeks van aanvallen zou plaats vinden in de nacht van 1 op 2 december. Om een Duitse contrabeschieting te vermijden probeerden de Britten die nacht de gevarenzone over te steken zonder de voorbereidende steun van hun eigen artillerie. Vanwege het maanlicht moest de Britse infanterie zich ver achter hun voorste linie opstellen, heel wat manschappen kwamen vast te zitten in de modder en zouden zo getroffen worden door het Duitse mitrailleurvuur.

 

De aanvallende bataljons van de 25e  brigade van de 8e divisie (8th Division)  moesten in het heldere maanlicht vorderen naar hun vertrek punten, Duitse mitrailleurs namen eerst de  linkerflank  van de brigade onder vuur, maar na drie minuten begonnen ze ook op het centrum, dat tijdelijk verborgen was geweest  door een rookwolk, te vuren. Na het uur H (aanvalsuur) + vijf minuten werden de Britten langs de gehele frontlijn door de Duitsers bestookt met kleine wapens, de Duitse infanterie vuurde ook vuurpijlen af. Zoals gepland begonnen de Britse kanonnen 8 minuten na het uur H te vuren, één minuut later kwam de reactie van de Duitse kanonnen al op gang.

 

De vertraging veroorzaakt door de modder en het Duitse infanterievuur verhinderde een gedeelte van de ondersteuningstroepen om de Duitse barrage voor te zijn. Deze pelotons leden veel slachtoffers. Het HQ (hoofdkwartier) van de B compagnie van het 2nd Battalion Royal Berkshire Regiment (2nd Berks) kreeg een voltreffer. Het bataljon bereikte haar doelen, de D compagnie groef zich in tot aan het zuidoostelijke einde van de zuidelijke redoute. De rechts liggende C compagnie die een defensieve flank moest vormen, had veel minder moeite en het peloton grenzend aan de D compagnie nam 30 krijgsgevangenen. Peloton 5 van de B compagnie slaagde erin om in de zuidelijke redoute binnen te dringen en begon er een wederzijds man tegen man gevecht met het Duitse garnizoen.

 

De troepen aan de linkerkant van de B compagnie zwenkten links af om zo contact te krijgen met het 2e bataljon van het Lincolnshire Regiment (2nd Lincoln) die zich niet had kunnen handhaven in zijn opmars, vervolgens ging de eenheid te ver en opende zo een kloof ten noorden van de zuidelijke redoute, zo kreeg het 5e peloton geen steun. Uiteindelijk werden de overlevenden van het peloton  verdreven en moesten ze zich ingraven met het gezicht in zuidwestelijke richting. Maar dat betekende dat de linkerflank van de D-compagnie niet meer gedekt was en dat ze verschillende tegenaanvallen moest afweren. De linkerflankpelotons van de B compagnie geraakten in de loopgraaf die tussen de twee redoutes lag, hierbij doodden ze heel wat Duitsers en veroverden ze drie mitrailleurs, de beide flanken lagen nu volledig open maar toch waren de daar gelegen mannen in staat om stand te houden. De Britse positie lag voor het 2nd Lincoln, deze eenheid werd al van bij de aanvang van de actie vastgezet door het Duitse geweer- en mitrailleurvuur. Zij konden slechts tot op 30 meter van de Duitse frontlijn naderen, daar groeven de resterende manschappen zich dan in.

 

Op de linkerflank kwam het 2e bataljon van de Rifle Brigade (2nd RB), in het gebied van de 32e divisie, onder frontvuur te liggen en ook onder flankvuur vanaf Teal Cottage. In feite had Teal Cottage al door de 32e divisie veroverd moeten zijn en met het linker uiteinde van het 2e bataljon van de Rifle Brigade een beveiligingsband gevormd hebben. Net voor het oprukken werd ontdekt dat de Duitsers zich nog steeds in Teall Cottage bevonden, het 2e bataljon van de Rifle Brigade maskeerde die opmars haastig met een defensieve flank. Het bataljon slaagde er niet in om Venison Trench te bereiken, ze leden er zo veel slachtoffers dat ze zich er noodgedwongen moesten gaan ingraven op slechts 100 meter van de oorspronkelijke frontlijn.

 

De bataljons van de 8e divisie weerden de tegenaanvallen af en behielden hun gebied tot rond 16u10, toen werd de Duitse artillerie er intenser. De 32e divisie schoot SOS vuurpijlen af in de lucht, de 8e divisie deed hetzelfde want ook zij hadden steun nodig. De Britse artillerie reageerde onmiddellijk, de Duitse troepen in het oostelijke opengebied van de Zuidelijke redoute kwamen er door de beschieting vast te zitten. De Duitse tegenaanval op het front van de 8e divisie werd teruggeslagen. Tegen 17uur zweeg het Duitse kanonvuur, de stilte viel over het front van de 8e divisie. De troepen die voor de 2nd Lincoln lagen werden teruggebracht en vulden nu de kloof tussen de 2nd Lincoln en de 2nd Berks op, en vormde zo een ononderbroken lijn. In de loop van de nacht werd de 25e   Brigade afgelost door de 41e   Brigade van de 14th (Light) Division. De aanval leverde maar weinig terreinwinst op, maar zorgde er wel voor dat de Duitse 25e divisie op 3 december afgelost moest worden. Deze actie, een van de laatste vergeten aanvallen op Passendale Ridge werd nadien beschreven als: “A moonlight massacre.”

 

Eén van de vele slachtoffers  van het moonlight massacre was de 34 jarige  Lance-Corporal Thomas Harold Cooper. Hij diende bij het 2nd Battalion van het Lincolnshire Regiment toen hij zijn leven verloor. Uit het verslag van deze bataljonsactie, neergepend door de bevelvoerende officier, in het War Diary (oorlogsdagboek) blijkt dat zijn mannen in de middag van 1 december, toen ze onderweg waren naar de frontlinie, onder zwaar artillerievuur kwamen te liggen. Slechts 20 mannen van de C compagnie, de reserve-eenheid van het bataljon, geraakten tot bij hun frontlijnpositie. De omstandigheden doorheen de verwoestingen van het slagveld en via de verraderlijke loopplanken waren zo zwaar dat het meer dan vier uur duurde voor de resterende drie compagnies op hun aanvalspositie aankwamen. De eerste compagnie was om 22 uur in positie en de laatste compagnie kwam er uiteindelijk aan om 00u 20. De voorhanden zijnde compagnies vielen aan op  2  december, om 01 u 55  (Britse tijd) ,  dat gebeurde onder een helder maanlicht. Ze lagen  onmiddellijk onder zwaar mitrailleurvuur. De officieren van alle drie de compagnies waren getroffen. De mannen hadden in hun opleiding geleerd dat als ze zonder officieren vielen ze zich moesten ingraven op 50 meter van de eerste vijandelijke loopgraaf die ze tegenkwamen, of zo dicht mogelijk bij het oprukkende spervuur dat afgevuurd werd om hun opmars te dekken. Nog steeds onder vijandelijk vuur stopten de overlevende mannen hun opmars en begonnen zich in te graven op 30 meter van de frontlijn loopgraaf. Het zou een lange nacht en dag worden. Een officier van de reservecompagnie die om 10 uur naar voor werd gezonden om er het bevel op zich te gaan nemen bezweek door het schot van een scherpschutter. Het zwaar artillerievuur hield de hele dag aan. Ongeveer 24 uur na het begin van hun vervloekte opmars voltooide de 8e  Rifle Brigade tussen 22 en 23u20 eindelijk de aflossing van het 2e  bataljon van  het Lincolnshire Regiment. Het is niet duidelijk in welke compagnie Thomas Harold Cooper toen diende. Was hij één van de doden of gewonden van de reservecompagnie die al vielen tijdens de eerste vijandelijke barrage of werd hij later tijdens de aanval dodelijk getroffen? Zijn lichaam werd nooit teruggevonden, hij wordt herdacht op het Tyne Cot Memorial in Passendale.

 

Op 2 december 2017 werd het 'Passhendaele Night Operation Memorial' om deze aanval te herdenken plechtig ingehuldigd in Staden.

 

 

 

 

 

 

Meer artikels
Y Farm Military Cemetery 'De herbegrafenis van 15 soldaten'. 24-11-2014
Bois Grenier Frankrijk.

Tijdens graafwerken in november 2009 werden er tussen de Franse dorpen Radinghem en Beaucamps Ligny (Noord- Frankrijk) stoffelijke resten gevonden van Britse militairen uit de Groote Oorlog.

lees meer ...
Loos British Cemetery & Bunker 'No Fear'. 14-03-2016
Loos (Loos-en-Gohelle) Frankrijk.

Deze Britse begraafplaats werd in juli 1917 aangelegd door Canadezen, na de oorlog werden veldgraven en de graven van kleinere begraafplaatsen uit de omgeving naar hier overgebracht.

lees meer ...
Château de Soupir. 17-04-2017
Soupir Frankrijk.

Het dorp Soupir en haar regio, dat zich zowat in het centrum van het departement van de Aisne bevindt, was al van in het begin van de oorlog getuige van het strijdgewoel.

lees meer ...