Passendale (Zonnebeke) België.
Tyne Cot Memorial 'Pte Harry Titmus'.
Passendale (Zonnebeke) België.

De manschappen die voor het eerst sinds de zomer of het najaar aan het Westelijk Front verschenen waren beweerden dat de winter van 1917 op 1918 de koudste was van heel de oorlog. Maar dergelijke uitingen als de koelste winter of de natste zomer werden vooral vaak aangewend door militairen die voor de eerste maal in hun militaire leven in de buitenlucht aan gevechten deelnamen. Doch veel van die verse manschappen hadden geen vorige oorlogswinter doorstaan en zouden jammerlijk genoeg ook geen volgende winter meer meemaken, dit betekende dat ze de winter van 1917-1918 niet met vorige winters konden vergelijken. Mannen die wel al enkele winters hadden weten te overleven stelden duidelijk dat deze winter niet anders was dan de andere. Er waren wel heel kille periodes, maar het was ook een hele droge winter, en daardoor was het in de loopgraven zelf beter vertoeven dan anders, ze hadden nu tenminste wel droge voeten.

 

 

Oorlog voeren was zeker geen nieuw gegeven in Europa, maar eeuwenlang had men vooral strijd gevoerd in de zomermaanden, in de winterperiode trokken de legers zich dan terug in zo comfortabel mogelijke onderkomens. De winter was vooral een periode van rust en herstel. Men bracht verse voorraden, wapens en manschappen bijeen en plande er de nieuwe veldtochten voor het komende seizoen. Doch de legers die streden tijdens WOI konden zich niet terugtrekken in hun winterkwartieren, een bepaald aantal van de manschappen moesten zo wie zo in de loopgraven blijven. Maar de ouderwetse overlevering om de wintermaanden te gebruiken als een periode van vernieuwing en om de nieuwe veldslagen te plannen was nog steeds in gebruik. Nu eind 1917 zorgde de nog altijddurende impasse aan het Westfront wel voor een grootte teleurstelling bij de militaire leiders. 1918 moest het jaar van de waarheid worden, ze moesten een compleet welslagen boeken en de oorlog beëindigen.

 

 

Maar de winter van ‘17 op ’18 was ook voor de burgerbevolking geen lachertje! Door de veelvuldige vorderingen van steenkool door de Duitse bezetter, hadden o.a. ook de Brusselaars het moeilijk om nog steenkool te vinden, ze gebruikten kolen om zich te verwarmen maar ook om te koken. Wanneer  een verdeling van steenkool aangekondigd werd, zoals in november 1917, dan stonden de Brusselaars in de rij met een kar, een kruiwagen of een boodschappentas. Spijtig genoeg was er niet genoeg voor iedereen, in de andere bezette gemeenten was het al even erg. Maar niet alleen de koude zorgde bij de burgers voor heel wat bekommernissen, ook de voedselschaarste deed hen enorm lijden! Eind 1917 doemde er in Vlaanderen een hongercrisis, zoals die in de jaren 1845-1847 duizenden slachtoffers had gemaakt, op. De enorme prijsstijgingen op de markt toonden de schaarste aan. Gemiddeld lag in 1917 het prijspeil van voedsel bijna 100% hoger dan in 1916. Vooral vlees en zuivel waren nu onbetaalbaar geworden. Op de zwarte markt lagen de prijzen nog veel hoger. Aardappelen op de Brusselse zwarte markt haalden in 1917-1918 prijzen die 10 tot 15 keer hoger waren dan in 1914, terwijl dat volgens de officiële (Duitse) prijzen slechts 3 tot 4 keer duurder mocht zijn! Voor de meeste sociale klassen was het gebruikelijk voedingspatroon onhaalbaar geworden. De voedseltekorten, de hoge prijzen van levensmiddelen en ook het monotone menu deden de mensen massaal hulp zoeken bij openbare- en private liefdadigheidsinstellingen. Niet alleen armen, zieken en bejaarden maar ook de werkende arbeiders vroegen nu om ondersteuning. Beroepsgroepen zoals winkeliers ( met lege stocks), ambachtslui ( door gebrek aan grondstoffen) en kleine spaarders (getroffen door de inflatie) die nog nooit van steun afhankelijk waren geweest, stonden nu ook aan te schuiven in de rij. Een bord soep met een stukje brood was vaak de enige hulpverlening. Ongeveer 40% van de Belgische bevolking maakte in 1917 gebruik van de soepbedeling. Die werden georganiseerd in 74% van de Belgische gemeenten, met als zwaartepunt de steden en de industrieregio’s.

 

 

Dat ondanks de koude toch strijd gevoerd werd in de winter van eind ’17 bewijst oa.  op de  Tyne Cot Memorial gebeitelde naam van Private (soldaat) Titmus Harry. De 40 jarige Harry, echtgenoot van Mary Jane, diende bij het 7e bataljon van het Bedfordshire Regiment toen hij op zondag 9 december 1917 als KIA ( killed in action = gedood in het gevecht) werd opgetekend.

 

 

 

 

 

 

Meer artikels
Deutscher Soldatenfriedhof Tarabya 'Generalfeldmarschall Colmar Freiherr von der Goltz'. 18-04-2016
Tarabya (Istanbul) Turkije.

Achter een zwaarbewaakte ingangspoort ligt een Duitse militaire begraafplaats.

lees meer ...
Vrsic Pass ' De Onbekende Rus'. 07-03-2016
Soca Slovenië.

Begin 1915 werd de kleine stad van Kranjska Gora, door de nabijheid van het Isonzo Front, plots van strategisch belang.

lees meer ...
Collet du Linge (Lingekopf). 20-07-2015
Le Linge Frankrijk.

 

Wanneer op 19 juli 1915 het Franse artillerievuur in hevigheid aanzwol was het voor iedereen duidelijk dat een Franse stormaanval nabij was.

lees meer ...