Ablain Saint-Nazaire Frankrijk.
Considera Israel pro his qui mortui sunt super excelsa tua vulnerati.
Ablain Saint-Nazaire Frankrijk.

Op de hoogvlakte bij Ablain-Saint-Nazaire staat een aan Onze Lieve Vrouw van Loreto gewijd bedehuis. De Franse militairen kozen na de slag van mei 1915 deze plek om hun gevallen kameraden te begraven. Na de oorlog begon Frankrijk met de aanleg van een enorme militaire begraafplaats waar de bovenmatige opofferingen van de natie pijnlijk en duidelijk moesten getoond worden. De kleine begraafplaats van Lorette werd uitgebreid met de stoffelijke resten uit meer dan 150 begraafplaatsen van aan de fronten van de Artois, de Frans-Vlaamse Westhoek, de IJzer en de Belgische kust, zelfs vanuit Marke werd er één Frans lichaam naar Lorette overgebracht. Ruim 20.000 geïdentificeerde militairen kregen er een eigen graf en de stoffelijke resten van meer dan 22.000 onbekende landsverdedigers werden er verdeeld over acht ossuaria. De nationale Necropool van Notre-Dame-de-Lorette werd ingehuldigd in 1925 en is de grootste militaire begraafplaats van Frankrijk. Het terrein beslaat ongeveer 13 ha en centraal bevindt zich een groot plein waarop twee imposante monumenten tegenover elkaar staan, namelijk een basiliek en een lantaarntoren die een crypte herbergt.

 

 

De basiliek is opgetrokken in Romaans-Byzantijns stijl. De glasramen en de fresco's binnenin beelden oorlogstaferelen en de religieuze en vaderlandse geschiedenis van Frankrijk uit. De binnenmuren werden door familieleden en nabestaanden bekleed met herdenkingsplaten ter ere van gesneuvelde militairen. De 46 m lange en 14 meter brede basiliek is het werk van de Rijselse architect Louis Marie Cordonnier. Zij werd op 2 augustus 1925 ingehuldigd door de Voorzitter van de Raad van bestuur Paul Painlevé, en bijna twee jaar later werd het heiligdom dan, op 26 mei 1927, ingezegend door Monseigneur Julien, de bisschop van Arras. Het bedehuis heeft de rang van een basilique-mineure (basiliek van tweede rang).Het Latijnse citaat boven op het portaal van de hoofdingang is een Bijbels citaat uit 2 Samuel 1.19 (II Reg 1.18 volgens de versie Clementine Vulgaat): “ Denk aan Israël, voor hen die gestorven zijn op uw hoogten.”

 

 

Op 19 juni  1921 legde Maarschalk Philippe Pétain de eerste steen van de lantaarntoren en op 2 augustus 1925 werd deze lantaarntoren en zijn crypte ingehuldigd. De 16e juli 1950 werd in de crypte de Onbekende Soldaat van de Tweede Wereldoorlog bijgezet en in 1955 zette men in de crypte ook de assen bij van gedeporteerden die tijdens WOII verdwenen waren in Duitse concentratiekampen. Ook de Onbekende Soldaat van de Algerijnse Oorlog en de gevechten in Marokko en Tunesië werd in 1977 naar hier overgebracht en sinds 1980 ligt hier ook de Onbekende Soldaat van de Franse Indochine Oorlog.

 

Eind 1917 was het, na een heel bewogen voorjaar, relatief rustig aan het Franse front. Maar ondertussen hadden ook de Franse vrouwen, en dat sinds het begin van de vijandelijkheden, tegen het einde van het voorlaatste oorlogsjaar al een hele weg afgelegd. Op 7 augustus 1914 had René Viviani, de chef van de regering, de Franse vrouwen opgeroepen om de gemobiliseerde mannen te vervangen op hun werk. In zijn toespraak aan de Franse vrouwen riep hij op: “Sta dus recht, Franse vrouwen, jonge kinderen dochters en zonen van het vaderland! Vervang op het veld van werk zij die gemobiliseerd zijn op het slagveld”. Maar zoals velen dacht Viviani dat de oorlog niet lang zou duren.

 

 

De meerderheid van de vrouwen die tijdens de oorlog werkten hadden voordien ook al een betaalde baan gehad. In het algemeen waren het boerinnen en arbeidsters of hadden ze een typische vrouwelijke baan als verpleegster of lerares, maar tijdens de oorlog vervingen zij de gemobiliseerde mannelijke werknemers en werkten ze o.a. in de wapenproductie. In 1914 waren meer dan 7 miljoen vrouwen aan het werk. Een paar jaar later, tegen eind 1917, lag het vrouwelijke personeel in de industrie en de handel 20% boven zijn niveau van voor de oorlog. Doch om de vrouwen aan het werk te kunnen zetten moesten wel heel wat extra approaches doorgevoerd worden. Men had effectief het wantrouwen van de industriëlen moet overwinnen, talloze rondzendbrieven moeten indienen, aanwervingskantoren openen en affiches verspreiden en aanplakken. Zo werd in april 1916 ook het Comité du Travail Féminin ( comité voor het vrouwelijke werk) opgericht. Het had als doel om werkneemsters te rekruteren en hen naar de wapen- en munitiefabrieken te loodsen en om hen een aanvaardbare verblijfplaats te bezorgen. De vrouwen begonnen te werken in diverse ondernemingen en kregent aken waarvoor ze niet opgeleid waren. Degenen die werkzaam waren in de  wapenfabrieken  werden “munitionnettes’ genoemd, zij fabriceerden er de obussen en andere munitie. Het gebeurde dat ze meer dan 10 uren per dag werkten, in vier jaar tijd produceerden ze o.a. meer dan 300 miljoen obussen. In de oorlogsindustrie vertegenwoordigden ze een kwart van de beroepsbevolking. Maar de ongelijkheid van het inkomen tussen mannen en vrouwen was wel altijd aanwezig tijdens de oorlog. Sterker nog, in sommige gebieden bedroeg het maximale salaris van een actieve vrouw het minimumloon van een man.

 

Vóór 1914 hielpen de plattelandsvrouwen vrijwillig hun echtgenoten op de boerderijen, dus de mannen waren de baas op de boerenbedrijven en de vrouwen waren hun werknemers. Maar toen de mannen naar oorlog vertrokken moesten ze hun werklast overlaten aan de vrouwen, dat creëerde een netto stijging van de vrouwenarbeid. De werkneemsters werden hun eigen bazen en dat maakte de vrouwen ook meer zichtbaar. Ze werden ondersteund door de kinderen en de ouderen konden de continuïteit van de boerderij garanderen. Alleen het tekort van de nodige handarbeiders en daarnaast de vermindering van de productie van kunstmest, pesticiden en landbouwmateriaal, want de chemische- en de metallurgische industrie gaf voorrang aan de oorlogsindustrie, gooide roet in het eten. De productie van melk en vlees daalde met een vijfde, de opbrengst van granen verminderde met een derde en de productie van wijn en aardappelen werd gehalveerd, het vervaardigen van suiker werd herleid tot vier vijfden.

 

 

Tijdens de oorlog speelden de vrouwen zeker een belangrijke rol, en dat zowel aan of achter het front. Sommige vrijwilligsters dienden als verpleegkundigen terwijl anderen zoals les “marraines de guerre” (oorlogsmeters) correspondeerden met de militairen aan het front en hen zo moreel en psychisch ondersteunden. Maar ondanks de oorlog en hun extra taken moesten de vrouwen ook nog hun huizen blijven onderhouden en hun kinderen opvoeden. Doch door de oorlog kregen de vrouwen toegang tot posities in de tertiaire sector, ze werden nu ook ingezet als kantoorbediende, bankbediende, postbestellers, veldwachter... enz. De oorlog speelde een heel belangrijke rol in de emancipatie van de vrouw!

 

 

 

 

 

Meer artikels
Sacrario Militaire di Oslavia. 01-08-2016
Oslavia Italië.

Het knekelhuis van Oslavia, gebouwd in 1938 door de toenmalige fascistische regering, herbergt de stoffelijke resten van 57.201 Italianen en 539 Oostenrijks - Hongaarse militairen die vielen in de Eerste wereldoorlog.

lees meer ...
Memorial Zeebrugge Raid ( Saint George Memorial). 23-04-2018
Zeebrugge België.

De Britse maritieme raid op Zeebrugge vond plaats in de nacht van 22 op 23 april 1918.

lees meer ...
Sacrario Militaire del Leiten. 09-05-2016
Asiago Italië.

De 'battaglia degli Altipiani' of de Slag om Asiago ook de strafexpeditie genoemd was een tegenoffensief van de Oostenrijkers en Hongaren tegen de Italianen dat begon op 15 mei 1916.

lees meer ...