Londen Verenigd Koninkrijk.
Royal Artillery Memorial.
Londen Verenigd Koninkrijk.

De Britse militaire geschiedenis is lang, complex en heeft zeker een zeer grote invloed gehad op de wereldgeschiedenis. Belangrijke conflicten waar Britse troepen aan meededen waren o.a. de Zevenjarige Oorlog en de  Napoleontische oorlogen van de 18e en de  19e eeuw, de  Krimoorlog van halverwege de 19e eeuw en uiteraard de beide Wereldoorlogen. Het  Britse Rijk zou zijn hoogtepunt bereiken in de jaren 1920, het was het grootste rijk in de geschiedenis. Bijna een derde van de wereldbevolking viel onder de Britse Kroon en het beheerste een kwart van al het land op de wereld.

 

Ook tijdens de Eerste Wereldoorlog was de historiek van het Britse leger heel complex, de Britten streden niet enkel aan het Westelijk Front en in Gallipoli maar ook op veel andere plaatsen, wanneer we het herdenkingsmonument van de Royal Artillery ( Britse Koninklijke Artillerie) in Londen bekijken, dan zien we ook o.a. namen als Macedonië, Arabia, Rusland, Palestina…

 

Dat op het monument van de Britse artillerie veel namen van landen of delen van continenten vermeld staan is niet verwonderlijk, want overal ter wereld waar het Britse leger naartoe gestuurd werd had de koningin van het slagveld (bijnaam van de infanterie) toch ook nood aan ondersteunend artillerievuur. Zo vochten er ook eenheden van de Britse artillerie mee in de rangen van het 12e Legerkorps. Dat korps werd op 8 september 1915 in Frankrijk opgericht en stond er onder bevel van luitenant-generaal Sir Henry Maitlan Wilson. In november 1915 moest het legerkorps het Macedonisch front gaan versterken. Wilson en zijn legerkorps kwamen op 12 november aan in de Griekse havenstad Saloniki en zou er gedurende de rest van de oorlog aan het Macedonische front strijden. In oktober 1918 bezette het 12e Legerkorps dan delen van het Europese deel van Turkije. Generaal Wilson werd benoemd tot bevelhebber van de geallieerde troepen in Gallipoli en de Bosporus.

 

 

Toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak, stonden de Ottomanen aan de kant van de Centralen. De  Britten waren bevreesd voor een Ottomaanse dominantie rondom de Rode Zee en een mogelijke bedreiging voor het door de Britten gecontroleerde  Egypte. Daarnaast verklaarden de Ottomanen een  jihad (religieuze plicht van moslims om de Islam door strijd te verspreiden) aan de Britten en Fransen, waarmee ze hoopten de steun te verzamelen van de moslims in hun regio. Doch de verwachte steun bleef uit en de Arabieren reageerden voornamelijk onverschillig. De Britten wilden nu een pro-geallieerde hoeder van de heilige stad Mekka.

 

Het lukte de Britse officier T.E. Lawrence, beter gekend als Lawrence van Arabië, om Hoessein Ibn Ali te overtuigen om aan hun zijde mee te strijden. In ruil hiervoor beloofden de Britten hem onafhankelijkheid. In de zogenoemde Hoessein-MCMahoncorrespondentie beloofde de Hoge Commissaris in Egypte, Sir Henry McMahon, de onafhankelijkheid voor de Arabieren, maar dat kon enkel indien zij in opstand kwamen tegen de Ottomanen. Maar de Britten speelden vals, want enkele maanden later tekenden zij met Rusland en  Frankrijk de  Sykes-Picotoovereenkomst, die het Midden-Oosten tussen Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk verdeelde.

 

De Arabische legers die onder leiding stonden van Hoesseins zonen Abdoellah en  Faisal zouden zoals het met de Britten afgesproken was de Ottomanen aanvallen. Op 10 juni 1916 was het zover, de Arabische opstand brak echt uit toen de opstandelingen een schot losten op de barakken van Ottomaanse militairen in Mekka. Mekka en Djedda  werden al snel door de opstandelingen ingenomen. Vooral rond de Hidjazespoorweg werd er stevig geknokt en de Arabische troepen, die financieel en militair gesteund werden door de Britten, slaagden erin om de Ottomanen te verslaan. Zo kom men voorkomen dat de Ottomanen contact konden leggen met een deel van hun rijk in Jemen, dat het gezag van de Ottomanen bleef accepteren. De Rode Zee bleef vrij voor geallieerd transport. Ook later in de oorlog speelden de Arabieren nog een belangrijke rol. Faisals leger veroverde in 1917 Akaba aan de  Golf van Akaba. Later trok hij samen met de geallieerden verder op. Op 1 oktober 1918 mocht zijn leger van de Britse bevelhebber Edmund Allenby als eerste en als triomfator Damascus binnen marcheren, en dat hoewel het eigenlijk een Australische cavaleriedivisie was die de stad had veroverd.

 

Op 2 november 1916 was Hoessein door zijn volgelingen uitgeroepen tot koning van Hidjaz. Maar tot één grote onafhankelijke staat in alle op de Turken veroverde gebieden zou het niet komen. In 1916 hadden  de Britten en Fransen, met medeweten van Rusland, het geheime Sykes-Picotverdrag gesloten. Hierin werden de gewonnen gebieden, met uitzondering van het Arabisch Schiereiland, onderling verdeeld. Maar eigenlijk waren ook de Arabieren zelf verre van enthousiast over een onafhankelijkheid onder leiding van Hoessein. Al tijdens de opstand hadden diverse groeperingen, zoals de Wahabieten, verklaard Hoessein niet te steunen. Weinig Arabieren erkenden vanzelfsprekend het gezag van de Hasjemieten en  Abdoel Aziz al Saoed, de leider van de Wahabieten en latere koning van Saoedi-Arabië, keerde zich al spoedig tegen Hoessein. Na de  Conferentie van San Remo in april 1920 namen de Fransen in de mandaatgebieden Libanon en Syrië de macht over van de Arabieren. Faisals leger werd verslagen. De Britten maakten Faisal later koning van het Koningrijk Irak. Zijn broer Abdoellah werd koning van Jordanië. Beide koninkrijken stonden echter wel onder Brits mandaat.

 

In september 1918,bijna op het einde van de oorlog, richtte het Britse leger nog, weliswaar voor korte tijd,  een brigade op: de 236th Brigade.  De brigade, die in feite bij de 25e divisie hoorde, verliet op 9 september in het Mytchett Camp te Aldershot haar divisie. De 236e brigade scheepte op 15 oktober in te Dundee en Glasgow en vertrok voor dienst in Noord-Rusland. Ze moesten de daar al verblijvende Britse Expeditie troepen gaan ondersteunen. Op 27 november ontscheepte het brigade hoofdkwartier en de leidende eenheden van de 236e brigade op Moermansk. De brigade zou er blijven tot in 1919. Eén van de Britse eenheden die daar toen al verbleef was de 548e (Dundee) Field Company, (Dundee Fortress Royal Engineers) een schotse  genie-eenheid  die een nieuwe bestemming gekregen had, de eenheid werd omgevormd tot een gewone 'Army Troops Company'.  De eersten van hen waren hier op 20 juni 1918 in Moermansk gearriveerd de hoofdmacht ontscheepte er op 23 juni 1918.

 

 

De Britse krijgsmacht in Moermansk moest er in de laatste oorlogsmaanden de ijsvrije havenfaciliteiten en de spoorlijn Moermansk-Petrograd beschermen tegen aanvallen of aanslagen van Duitsers of van de Finse Witte Garde die een burgeroorlog voerden (de Finse Burgeroorlog was een burgeroorlog in Finland die duurde van 27 januari tot 15 mei 1918. De partijen waren de socialistische Finnen (de Rode Gard ) en de conservatieve Finnen (de  Witte Garde ). De Roden kregen steun van het Bolsjewistische Rusland terwijl de Witten steun kregen van het Duitse Keizerrijk en de Zweedse vrijwilligers. Doch ook na de oorlog bleven de Britten die taak nog plichtsgetrouw uitvoeren, door de complexe naoorlogse politieke en militaire uitwisselingen met de lokale Bolsjewieken en de Finse Rode Garde was dat zeker nodig. Uiteindelijk werd de Britse Expeditie macht er in de loop van 192O teruggetrokken. Dat het leven in Noord-Rusland geen plezierreisje was blijkt uit de brief die een Britse militair van de British North Russian Expeditionary Force naar huis verstuurde toen hij per schip zijn bestemming bereikt had:

“Toen we langs de landingsplaats kwamen ontmoeten we een groepje Britse soldaten, en in heel mijn leven was ik nog nooit zulke miserabele afziende personen tegengekomen. Het eerste wat ze ons toeriepen was: “hebben jullie wat brood?” Ik kan je verzekeren, dat stelde ons niet op ons gemak. Toch ging ik naar beneden en bedelde om een kom warme rijst, en gaf die aan hen. Ik zal dat beeld nooit vergeten! De man die de kom in handen had werd haastig omsingeld door de hongerige jongens, zonder veel pardon rukten zij de kom simpelweg uit zijn handen en aten als wilde beesten. Het verhaal dat ze ons vertelden was zelfs nog affreuzer. Het is niet overdreven om te zeggen dat de conditie van de Britse soldaten hier een beschamende vertoning is voor het Britse gouvernement, en als eender wie in Engeland dit gebeuren zou uitbrengen, dan ben ik er zeker van dat hij van ons allen hier in Rusland eeuwige dank zou verdienen. De jongens hebben gehoord dat er thuis verteld word dat de krijgsmacht hier het best gevoede, geklede en uitgeruste leger is van alle oorlogstheaters. Maar in werkelijkheid is het niet meer en minder dan een half verhongerd leger!”

Meer artikels
7e Linie Regiment Monument. 14-09-2015
Antwerpen Belgiƫ.

Jean Pecher, geboren in Antwerpen op 27 april 1894, zette in 1913 zijn humaniorastudies stop en meldde hij zich als vrijwilliger bij het leger.

lees meer ...
Ypres Town Cemetery Extension 26-06-2017
Ieper Belgiƫ.

Tegen 1917 had de stad Ieper en haar directe omgeving al twee beruchte veldslagen  achter de rug.

lees meer ...
Bourlon Wood. 17-09-2018
Bourlon Frankrijk.

Ondanks de bloedige verliezen als gevolg van de derde slag rond Ieper openden de Britten op 20 november 1917 al weer een nieuw offensief.

lees meer ...