Vladslo België.
Duitse grafsteen.
Vladslo België.

Al van in oktober 1914 werden er Duitse doden in het Praatbos begraven. In het bos werd ook een medische post geïnstalleerd, dat deed uiteraard het aantal graven toenemen. Tegen het einde van de oorlog werden op de plaats waar de huidige begraafplaats zich bevindt 3.233 Duitse doden begraven. De dodenakker in het Praatbos werd in de periode 1955 – 1957 uitgebreid met zo'n 22.000 doden afkomstig uit meer dan 60 kleinere begraafplaatsen over gans België. Zo werd ook Peter Kollwitz, de zoon van kunstenares Käthe Kollwitz die begraven lag op het “Roggeveld” in Esen, in 1956 overgebracht naar Vladslo. Ook de beeldgroep het "Treurend Ouderpaar", dat Peters moeder gecreëerd had en op 23 juli 1932 samen met enkele vrienden op de Duitse begraafplaats van het Roggeveld had geplaatst, verhuisde mee naar Vladslo. In Vladslo werden de beelden naast elkaar, achteraan op de begraafplaats opgesteld. Het treurende ouderpaar kijkt er naar de grafsteen van hun zoon, maar tegelijk ook naar alle andere hier gelegen slachtoffers van de oorlog. Op die manier worden deze beelden niet alleen door wat ze uitdrukken, maar ook door hun opstelling verheven tot een universeel zinnebeeld van een diepe bedroefdheid en een aanklacht tegen de barbaarsheid van de oorlog.

 

Tijdens de uitbreiding werd de begraafplaats heringericht door de architect Robert Tischler. Er rusten nu in het totaal 25.644 doden. Eén van de vele Duitse slachtoffers die hier werd begraven was Offizier-stellvertreter Vinzenz Lenz hij stierf op 19 januari 1918. Zijn naam staat vermeld op de gezamelijke op de grafsteen op de foto. 

 

In het Duitse Keizerlijke leger was een Offizier-stellvertreter (OffzStv) een functie in de bevelsstructuur en geen militaire rang, het werd geschreven met één enkele s en een koppelteken. In het Oostenrijks-Hongaarse leger werd het woord Offiziersstellvertreter (OStv) met twee s’en en in één woord geschreven, aanvankelijk gaf het ook hier een functie aan, maar later werd het in dit leger de tweede hoogste militaire rang voor een hogere onderofficier.

 

In en rond het Praatbos, dat net achter de Duitse 3e linie gelegen was, werd tijdens de Eerste Wereldoorlog een Duits 'Ruhelager' (rustkantonnement) aangelegd. De organisatie van zo een kamp was niet zo simpel, daarom werd er kampcommandant aangesteld die verantwoordelijk was voor de regeling van het dagelijkse kampleven.  Als we de regimentshistorieken mogen geloven dan was het er zeker goed vertoeven. Er was een medische dienst en het verblijf en leven in de barakken gebeurde naar verluidt in vrij hoge hygiënische omstandigheden. Er waren ook ontspanningsmogelijkheden voorzien, met o.a. een "Lichtspielhaus" (bioscoop) waar iedere namiddag film- of andere vertoningen plaatsgrepen, bij gelegenheid werd soms ook gedanst. Ook de burgers uit de omgeving kregen af en toe de toelating om naar een film te komen kijken in het Lichtspielhaus. Dit gebouw opgetrokken in 1915 bestaat nog steeds (‘Hoeve Praatbos’, Houtlandstraat nummer 8). Het gebouw werd behalve als cinema of ontspanningsruimte en officiersmess ook gebruikt om misdiensten te celebreren, de kapel situeerde zich aan de noordwestelijke zijde van het gebouw. Vermoedelijk werd ook van uit dit gebouw het hele kamp voorzien van elektrische stroom. Dit multifunctioneel bouwwerk had een houten toegangspoort. De poort was een lichte constructie op vier pijlers en was decoratief uitgewerkt met hoektorentjes. Aan de poort was een plakkaat bevestigd waarop te lezen stond: 'Lichtspielhaus'. Links tegen de poort hing een bord met daarop de aankondiging van de film. Ervoor, langs de Houtlandstraat, liep een spoor. Links van de toegangspoort stond een klein gebouwtje in stijl- en regelwerk, waarbij de vakken opgevuld waren met baksteen. De officiersmess die wat naar achteren lag werd in dezelfde stijl onder een afgewolfd schilddak opgetrokken. Op het dak van de beide constructies stonden kleine verhogingen onder een zadeldak, die dienden mogelijks als verluchtingsysteem.

 

Op regelmatige basis vertrok hier van uit het kamp ook de een of de andere compagnie per trein naar Oostende, daar konden de manschappen dan genietend gaan baden. Blijkbaar verliep ook de voedselbevoorrading hier vrij vlot, kaas en boter werden rijkelijk uitgedeeld. In de omgeving teelden sommige eenheden verse groenten. Via een beurtrol werden de eenheden in de eerste linie aan de IJzer na enkele dagen afgelost door andere troepen. Na hun taak in eerste linie mochten ze dan in het 'Ruhelager' in en rond het Praatbos komen uitrusten en ontspannen maar ook oefenen.

 

Voor de uitbouw van dit kantonnement werden burgers opgeëist. Die waren afkomstig uit de omliggende dorpen die toen nog niet geëvacueerd waren. Zij moesten - weliswaar tegen betaling – onderstanden (schuilplaatsen) bouwen, barakken opzetten, prikkeldraadversperringen aanbrengen rond het kamp, wegen verharden, loopgraven aanleggen en herstellen. De wagons laden en lossen, ter hoogte van de opslagplaatsen die speciaal waren voorzien voor oa. keien, hout en andere materialen. Deze burgers werden ondergebracht in een door prikkeldraad omgeven barakkenkamp dat door Duitse militairen bewaakt werd. De barakken werden verwarmd met kolen en hadden elektrische verlichting. De burgerarbeiders konden in een kantine naast de begraafplaats inkopen doen met Duits geld.

 

Op militaire luchtfoto's en stafkaarten van toen is te zien dat heel wat militaire installaties werden uitgebouwd in en rond het Praatbos. Behalve de begraafplaats(en) waren er loopgraven, barakken, wegen, spoorwegen, schietstanden en andere structuren te zien. Er liep ook een spoor langs de Houtlandstraat, dat Leke met Kortewilde (Vladslo) verbond via Lappersfort (ter hoogte van het kruispunt Lappersfortstraat en Moerstraat), Praatbos en Wikkelaar. In en rond het Praatbos en de Wikkelaar (kruispunt van de Houtlandstraat met de Wijnendalestraat) stonden Duitse artilleriestukken opgesteld en de IJzervlakte werd er vanuit kabelballons geobserveerd. Uiteraard was dit alles voor de tegenstrever een reden om de omgeving onder vuur te nemen of om van uit de lucht te bombarderen. Het Praatbos was dan ook meermaals het doelwit van geallieerde vliegtuigbommen en artilleriegranaten.

 

 

Eén van de Duitse eenheden die hier een tijdje in het Praatbos verbleef, van eind juli 1916 tot eind augustus 1916, was het ‘Lehr Infanterie Regiment’. Dit regiment behoorde tot de 3e "Garde Division". Het regiment richtte in het Praatbos, in augustus 1916, een gedenkteken op. Het relict staat er nog steeds en is nu een beschermd monument. Vlakbij het monument staat ook een kleine betonnen militaire constructie en iets verder in het bos staat nog een tweede militair bouwwerk.

 

 

Het Lehr Infanterie Regiment kwam in april 1916 terug naar het Westelijk Front, ze kwamen van Tarnopol waar ze de winter hadden doorgebracht. Ze werden eerst ingedeeld in een sector aan de Champagne, gelukkig voor hen moesten ze niet direct aan buitengewone acties deelnemen, maar dat zou veranderen! Op 1 juni trokken ze eerst op rust naar Valenciennes om dan exact een maand later de linies aan de Somme te vervoegen, daar leden ze zeer zware verliezen. Ze verloren maar liefst 57.5 % van hun effectieven vooral bij Thiepval kregen ze het zwaar te verduren. Om te herstellen werd het regiment overgeheveld naar het relatief rustige IJzerfront.Vooraleer naar het front te trekken arriveerde de eenheid eerst in de omgeving van Aartrijke.  Daarna werd het regiment ingezet in de sector Kasteelhoek (in eerste linie ongeveer vanaf Stuivekenskerke tot aan de Dodengang). De aflossing met de aan het front gelegen troepen zelf gebeurde vanaf de nacht van 24 op 25 juli 1916. 

 

 In het Duitse "Ruhelager" in het Praatbos lagen de verschillende eenheden van het "Lehr Infanterie Regiment" als volgt verdeeld: in de zuidwestelijke hoek van het Praatbos werd de staf van het regiment in een hoeve ondergebracht, het 1e bataljon werd in het oostelijke deel van het Praatbos ingedeeld, het 2e bataljon in de Langenhoek (ten noordwesten van het Praatbos), het 3e bataljon vond haar verblijf in het westelijke deel van het Praatbos (hun uitrusting werd opgeslagen bij Langenhoek) en de "M.G. Kompanien" (mitrailleur compagnieën) kwamen op de Mokker (ten noordoosten van het Praatbos) terecht. Tijdens de rustpauzes in het kamp werd er ook gesleuteld aan de reorganisatie van het regiment, want na de zware verliezen aan de Somme moesten de eenheden opnieuw samengesteld worden. Op de 10e augustus van ‘16 trok het 3e bataljon van het regiment naar Brussel. Daar namen ze deel aan een wapenschouwing voor reserve-eenheden van het 4e Duitse leger, ze defileerden er voor de Duitse keizer.

 

Zoals eerder vermeld werd het Praatbos regelmatig door de tegenpartij bestookt. Op 14 augustus 1916 werden acht of negen bommen uit vijandelijke vliegtuigen in de omgeving van het kamp gedropt, bij het Lehr Infanterie Regiment vielen toen geen slachtoffers. Maar gedurende hun periode in de sector Kasteelhoek, tussen 24 juli en 1 september 1916 leden ze wel verliezen, in totaal telde het regiment 20 doden, 59 gewonden en 1 vermiste. Op 30 augustus 1916 kreeg de divisie waartoe het regiment behoorde het bevel om het Westfront te verlaten en naar het Oostfront te trekken. Begin september trok her regiment naar Galicie. Het nam daar deel aan het Duitse tegenoffensief en leed opnieuw zware verliezen. Op 24 november keerde het Lehr Infanterie Regiment terug naar het Westelijk Front, waar het een maand op rust mocht. 

 

 

Op een Britse militaire stafkaart gedateerd van 7 mei 1917 staat er ten noorden van het Duitse gedenkteken, dat circa 100 meter ten noordwesten van de huidige Duitse militaire begraafplaats ligt, een begraafplaats aangeduid ter hoogte van het kruispunt van de Houtlandstraat met de Brugse Heerweg, en niet ten zuiden ervan waar de Duitse militaire begraafplaats nu gelegen is. 

 

 

Meer artikels
Sottotenente Ferrero Adolfo Med. d'Argento. 19-06-2017
Asiago Italië.

Na de 'strafexpeditie' besloten de Italianen om een offensief te starten, dat besluit kwam er omdat de defensieve posities van de Oostenrijkers vebeterd waren en een dreiging vormden voor de Italiaanse legers in Cadore, Carnia en Isonzo.

lees meer ...
Menin Road South Military Cemetery. 11-01-2016
Ieper België.

De Meenseweg beter bekend als de gevreesde Menin Road liep vanaf het centrum van Ieper en verbond de steden Ieper, die in Britse handen was, met Menen, die werd bezet door de Duitsers.

lees meer ...
The Khaki Chums Cristmas truce. 22-12-2014
Ploegsteert (Comines- Warneton) België.

Eind 1914, het was bijna kerstdag, maar toch bleven de gevechten ononderbroken doorgaan.

lees meer ...