Wimereux Communal Cemetery Wimereux Frankrijk.
Graf Lt. Col. John McCrae.
Wimereux Communal Cemetery Wimereux Frankrijk.

Het levensverhaal van Luitenant-kolonel John Alexander McCrae, is waarschijnlijk één van de meest bekende verhalen uit de Groote Oorlog. McCrae was afkomstige uit Canada, hij zag het levenslicht op 30 november 1872, in Guelph, Ontario. John was 41 jaar toen de oorlog uitbrak.  Hij had tot in 1904 dienst gedaan bij de Canadese artillerie en had de rang van majoor. Na zijn militaire carrière begon hij in het burgerleven aan een medische loopbaan en werd chirurg. Maar na het losbarsten van de oorlog keerde dokter McCrae, op 9 september 1914, terug in de actieve dienst. Hij werd als brigade-chirurg, met de rang van majoor, ingedeeld bij de 1st Brigade CFA (Canadian Field Artillery). Hij was  naast brigadechirurg ook de tweede in bevel.

 

 

 

Op 17 april 1915 werd hij bevorderd tot Luitenant-Kolonel. Na de Duitse chloorgasaanval van 22 april 1915 werd zijn unit in de strijd geworpen. Ze werden ingezet aan het Ieperse front, aan het kanaal in Boezinge. Daar richtte hij een hulppost op in de westelijke oever van het kanaal. McCrae had er een dubbele verantwoordelijkheid, soms voerde hij het bevel over de kanonnen en op andere momenten moest hij hulp bieden aan de aanhoudende stroom van gewonden die zijn hulp meer dan nodig hadden. Zijn hulppost was toen nog niet gebetonneerd. Het was een ruimte van 8 bij 9, uitgegraven in de flank van de helling en bedekt met lappen stof om de regen buiten te houden, en een kleine zandzak achteraan om te verhinderen dat stukjes granaat zouden binnendringen. Wat stro op de vloer maakte het geheel af. Die eerste schuilplaatsen in de oever werden door McGrae beschreven als eekhoornholen (de huidige te bezichtigen betonnen schuilplaatsen zijn van latere datum). De vloer van hun verbandplaats was  door de modder en de aarde die tussen de muurplanken, die de wanden moesten versterken, heen kroop vaak smerig en glad. De hulpverleners moesten in het schemerlicht van kaarsen of petroleumlampen de wonden verzorgen en verbinden. In die omstandigheden was het onmogelijk om de gewonden in optimale condities te verzorgen. Naast de onhygiënische omgeving was er ook vaak een te kort aan medicatie en aan steriel verbandmateriaal.

 

Op zondag 2 mei werd Luitenant Alexis Helmer, een goede vriend van McCrae, letterlijk in stukken gescheurd door een exploderende artilleriegranaat. De vreselijke dood en de trieste omstandigheden waarin zijn vriend bergraven werd waren de aanleiding tot het schrijven van het ondertussen wereldberoemde gedicht “In Flanders Fields”. McCrae schreef dit poëma, de dag na Helmers begrafenis. Hij deed dat zittend op de treeplank, achteraan een ziekenwagen. Tussen het schijven door staarde hij af en toe mijmerend naar het veldgraf van zijn vriend. In juni ’15 muteerde McGrae, tegen zijn zin in, van de artillerie naar het Canadian Army Medical Corps. Hij was een plichtsbewust en goed medisch officier en werd uiteindelijk commandant van het Canadese General Hospital (McGill) bij Boulogne sur Mer. Maar hoewel hij nu niet meer zo direct met het constante oorlogsgeweld in aanraking kwam, zou hij toch de oorlog niet overleven. Begin 1918 werd McCrae ziek, en overleed op 28 januari te gevolge van een gecompliceerde long- en hersenvliesontsteking. Hij werd met militaire eer begraven te Wimereux op het Wimereux Communal Cemetery, dat slechts op een paar kilometer van de kust van Boulogne sur Mer gelegen was. Zijn trouwe paard "Bonfire", leidde de begrafenisstoet en droeg volgens militaire traditie zijn meesters laarzen omgekeerd in de stijgbeugels.

 

Vanaf oktober 1914 werden in de omgeving van Wimereux en Boulogne sur Mer belangrijke militaire hospitalen opgericht om er de vele gewonden en zieken van aan het front op te vangen. Uiteraard betekende dit dat ook heel wat mannen waren die hun noodgedwongen verblijf hier aan de Franse kust niet overleefden! Zij werden dan begraven in de nabij aangelegde begraafplaatsen, één van die plekken was Wimereux Communal Cemetery. Deze Britse cemetery ligt in de Rue Jean Moulin en grenst aan de gemeentelijke begraafplaats die 500 m ten noorden van het gemeentehuis ligt, op de gemeentelijke begraafplaats van Wimereux werden er ook enkele Britse militairen tussen de Franse burgers begraven. De dodenakker werd aangelegd op een hellend terrein dat afloopt naar de vallei van de Wimereux ( de Wimereux is een riviertje in Noord-Frankrijk dat ontspringt in Colembert, het  riviertje mondt uit in het Kanaal in het stadje Wimereux).

 

 

Op het Britse militaire perk gelegen in zuidoostelijke deel het de gemeentelijke begraafplaats liggen nu zowel slachtoffers uit de Eerste als Tweede Wereldoorlog. Vanaf juni 1918 was er hier geen plaats meer en werden de overleden uit de hospitalen van Wimereux naar de begraafplaats in Terlincthun ( Terlincthun British Cemetery ) overgebracht.

 

 

Omdat het Britse perk in Wimereux op een helling aangelegd werd moest men met verschillende niveaus gaan werken. Het Cross of Sacrifice staat Centraal en de  Stone of Remembrance bevindt zich aan de linkerzijde langs de noordoostelijke begrenzing. Wegens de onstabiele ondergrond op deze plaats legde men de grafstenen, ook die van John McCrae, plat op de grond. De begraafplaats telt nu 3.017 graven uit de Eerste Wereldoorlog (2.847 afkomstig uit het gemenebest en 170 Duitsers) en 14 uit de Tweede Wereldoorlog. Twee officieren, slachtoffers uit de Eerste Wereldoorlog, hebben een private grafzerk. 

 

 

Gedurende de oorlog was in Wimereux o.a. ook het hoofdkwartier van het “Queen Mary's Army Auxilliary Corps” gevestigd, dit corps behorende tot het Britse leger was de opvolger van het in 1917 opgerichte hulpcorps: het “Women's Army Auxiliary Corps” (WAAC). Op 31 maart 1917 werden de eerste vrouwen, het ging om 14 kokkinnen en serveersters, naar het front in Frankrijk gestuurd. Tussen januari 1917 en november 1918 traden er 57.000 vrouwen toe tot het Women's Army Auxiliary Corps. De vrouwen werden ingezet als bedienden en typistes in burelen, of als telefonistes, chauffeurs, mekaniekers, maar ook als personeel in kantines en militaire basissen, enz.…. Het hulpcorps werd in 1921 ontbonden. Na de wapenstilstand, in 1919, vestigde het Britse leger haar Algemeen Hoofdkwartier in Wimereux.   In het begin van W.O. II werd, dit tot vóór de evacuatie van het British Expeditionary Force ( BEF) in juni 1940, het Britse Hoofdkwartier in Boulogne en dan kortstondig in Wimereux gevestigd. Daarna werd Wimereux door de Duitse troepen bezet en werd het Hoofdkwartier van de Duitse Marine er gestationeerd. Na de geallieerde landing, werd de stad op 22 september 1944 bevrijd door het 1e Canadese Leger.

 

 

Meer artikels
Valle Dei Morti. 11-06-2018
Montello Italië.

De laatste aanval van het Oostenrijks-Hongaarse leger op het Italiaanse front vond plaats tijdens het offensief aan de rivier de Piave in juni 1918.

lees meer ...
Kemmel Chateau Military Cemetery. 13-06-2016
Kemmel (Heuvelland) België.

Vanaf de zomer van 1915 werden in de omgeving van Petit Bois verschillende mijnladingen tot ontploffing gebracht.

lees meer ...
'Vuur'. 27-07-2015
Zonnebeke België.

Een vreedzame brandende kaars, hier tijdens een herdenkingsplechtigheid op Buttes New British Cemetery, gedenkt de doden. Maar dat zelfde vuur, weliswaar in vloeibare vorm, werd in de oorlog voor minder ingetogen doelen gebruikt.

lees meer ...