Mesen België.
Een Zuid-Afrikaans soldaat.
Mesen België.

De geschiedenis van  Zuid-Afrika is rijk maar wel heel ingewikkeld en zeker de moeite waard om er de nodige aandacht aan te schenken. Al sinds de prehistorie leefden er verschillende volkeren en culturen naast elkaar. De cultuur van de Bosjesmannen was er minstens 25.000 jaar aanwezig en die van Bantoe 2.500 jaar. Deze twee culturen zouden volgens archeologische bronnen over het algemeen vredig samengewoond hebben. De  geschreven geschiedenis begon pas met de komst van de Europeanen, de eersten waren de Portugezen. Deze besloten om het gebied niet te koloniseren en lieten het over aan de Nederlanders. Vanaf het einde van de  18e eeuw werd het gebied betwist door de Britten, dat zou een eeuw later leiden tot twee Boerenoorlogen. In 1795 kwamen de Britten naar het gebied van Kaap de Goede Hoop, ze wilden verhinderen dat het een Franse kolonie werd. Ze namen er de macht van dit gebied over in 1798 , bij de Slag om Muizenberg tijdens de Napoleontische oorlogen, toen was  Nederland niets meer dan een vazalstaat van Frankrijk. Maar de Britten trokken zich echter terug in 1803. In 1805 werd Nederland failliet verklaard. Mede daardoor kwamen de Britten  terug naar zuidelijk Afrika in 1806 en annexeerden het gebied, samen met de helft van  Nederlands-Guiana en Ceylon.

 

De oostgrens van de Nederlandse kolonie was de Visrivier (een rivier in de Oostrelijke Kaapprovincie van Zuid-Afrika ). Deels om de uitbreiding van de Nederlandse boeren naar het oosten te blokkeren, begonnen de nieuwe Britse gezagsdrager ten oosten daarvan een nieuwe kolonie, British Kaffraria (eerder bekent als de Provincie van Koningin Adelheid) te stichten in het land van de  Amaxhosa(een volk in  Zuid-Afrika). Deze poging om een Engelstalig gebied te creëren verliep niet succesvol. De gehele 19e eeuw werd er getekend door negen Grensoorlogen.

 

De regio tussen de Vis- en Keirivier kwam uiteindelijk wel onder Britse controle, maar de naar daar gestuurde Britse kolonisten bleken al gauw niet geschikt te zijn om zich op het roerige en gevaarlijke platteland te vestigen en ze trokken zich terug in de steden. Daarop besliste de Britse regering om een aantal Duitse kolonisten uit Europa naar Zuid-Afrika over te brengen, dat waren plattelanders die daar ondanks het gevaar om door de plaatselijke bevolking vermoord te worden wel wilden boeren.

 

In die periode kwamen er zich in de regio ook een aantal missionarissen vestigen, zij begonnen  met de educatie van bevolking. Wanneer de Britten in 1835, in de Kaapkolonie, de slavernij afschaften ontstond er herrie over de schuldvereffening. Dat had als gevolg dat veel Nederlandse boeren, bekend onder de naam Voortrekkers, het binnenland introkken om hun eigen republieken te stichten: Oranje Vrijstaat en Transvaal (of de Zuid-Afrikaansche Republiek). Toen de Voortrekkers het gebied van Natal binnentrokken werden ze er teruggedrongen door de Zoeloes.  Doch in 1838, tijdens de Slag bij Bloedrivier, werden de Zoeloes verslagen. Het Zoeloe-rijk werd later door de Britten overwonnen tijdens de beruchte Zoeloe-oorlog. De vondst van rijke diamant- (1867) en goudaders (1886) brachten welvaart en ook nieuwe kolonisten naar de Kaapkolonie en beide Boerenrepublieken. Dit was ook een aanleiding tot de verdere verdrukking van de lokale bevolking.

 

De Boeren slaagden er in om tijdens de Eerste Boerenoorlog (1880-1881) de Britse overheersing van Transvaal terug te draaien. De Boeren droegen kaki uniformen, en waren daardoor goed gecamoufleerd. De Britten droegen nog steeds hun helder rode uniformen en waren een gemakkelijk doelwit voor de Boerenscherpschutters. Ook nadien bleef de verhouding met de Britten gespannen, en dat zou leiden tot een Tweede Boerenoorlog(1899-1902). Ditmaal kwamen de Britten in grotere aantallen terug en droegen nu ook minder opvallende uniformen. De Boeren weerden zich hevig en brachten de Britten, door middel van guerrillatactieken en hun superieure kennis van het land, zware klappen toe. Uiteindelijk wonnen de Britten dankzij hun grotere troepenmacht en betere bevoorrading. De Britten brachten de Afrikaanse blanke vrouwen en kinderen van guerrillastrijders bijeen in concentratiekampen, daar vielen ze ten prooi aan ondervoeding en allerlei ziekten. Boerderijen en oogsten werden verbrand om zo de voedselvoorziening van de guerrillastrijders te verstoren. Door de honger gedreven vielen de Boeren steden en dorpen aan om voedsel buit te maken. Dit deed de publieke opinie tegen de Boeren keren. Na nog een jaar van strijd accepteerden de "bittereinders" uiteindelijk dat hun Boerennatie volledig zou worden vernietigd als ze zouden doorvechten, en op 31 mei 1902 tekenden ze in Pretoria een vredesverdrag met de Britten. Het "Verdrag van Vereeniging" van 1902 regelde de ganse Britse soevereiniteit over de Boerenrepublieken, de Britse regering nam ook hun oorlogsschuld van drie miljoen pond over. Het Nederlands kreeg een bijzondere wettelijke status, maar het Afrikaans werd nog niet als een afzonderlijke taal erkend. Men kwam ook overeen dat de zwarten, uitgezonderd die in de Kaapkolonie, geen stemrecht kregen. Het Britse bestuur trachtte gedurende een korte periode om de Boerenbevolking te verengelsen, dit o.a. door de scholen de Engelse taal op te leggen, maar dit liep mis en vergrootte alleen maar de gramschap van de Boeren. 

 

Het Zuid-Afrikaanse leger werd oorspronkelijk gevormd uit de koloniale krijgsmachten van Kaap de Goede Hoop, Natal en Transvaal. Toen de Britse kolonies in Zuid-Afrika in 1910 samengevoegd werden in de Unie van Zuid-Afrika, waren er vijf krijgsmachten in het land: The Cape Colonial Forces, The Natal Colonial Forces, Transvaal Volunteers, een afdeling van de Britse marine bij Simonstad en het Britse leger met garnizoenen in alle vier de provincies. Met de unificatie kwamen de Kaapse, Natalse en Transvaalse krijgsmachten onder het beheer van de nieuwe minister van Defensie van de krijgsmacht van de Unie van Zuid-Afrika generaal Jan Smuts. In 1912 gingen de vijf oude krijgsmachten op in een nieuwe krijgsmacht voor de gehele unie, die de naam Unie-verdedigingsmacht (UVM) kreeg.

 

In 1914 beschikten de Britten over het grootste wereldrijk, een aantal van hun gebieden werden nog rechtsreeks door Londen bestuurd en andere gebieden, de dominions, werden door de blanke kolonisten en hun afstammelingen zelf bestuurd, bijvoorbeeld Zuid- Afrika. Als dominion binnen het Britse Rijk raakte Zuid-Afrika automatisch betrokken bij de Grootte Oorlog. Nadat de UVM een gewapende opstand binnen de Unie onderdrukt had in 1914, viel het in 1915 de toenmalige Duitse kolonie Zuidwest-Afrika binnen om het te bezetten. Er werd toen ook een klein korps vliegeniers gesticht om het landleger bij te staan. Daarna verschafte de UVM ook vrijwillige expeditielegers aan de Britse regering die in Egypte (1916), Frankrijk en België (1916-'18), Duits Oost-Afrika (1916-'18) en Palestina (1917-'18) ingezet werden.Naast blanken werden ook kleurlingen en zwarten als militairen gerekruteerd om in de oorlog dienst te doen. In alle legers uit het Britse Rijk waren er belangrijke minderheden die stonden altijd onder blank gezag. In het Zuid-Afrikaanse expeditiekorps waren blanke militairen in de infanteriebrigade en aparte zwarte arbeidseenheden zoals het Cape Coloured Batallion en het South African Native Labour Corps. Er was ook een Zuid-Afrikaans luchteskader in de Britse Luchtmacht, en leden van de Royal Navy Volunteer Reserve dienden in de Britse vloot. Het expeditieleger werd in 1919 ontbonden.

 

Aan het Westelijke Front vond het bekendste wapenfeit van de Zuid-Afrikanen plaats in Delvillebos (Delville Wood, in het Frans Bois d'Elville). Na te hebben deelgenomen aan militaire operaties in Egypte en Libië zette de Zuid-Afrikaanse troepen op 20 april 1916 voet aan wal in het Franse Marseille. Ze trokken naar het noorden en naar de Vlaamse loopgraven, dat was voor hen zeker een zware aanpassing. Op 2 juli stortte de brigade zich dan ten volle in de Slag bij de Somme, daar maakte ze deel uit van 9de Schotse divisie. Al in de eerste week van de strijd stierven er 537 manschappen. En dat was nog maar het begin. Op 15 juli kregen de Zuid-Afrikaners, 121 officieren en 3.032 onderofficieren en manschappen van de Eerste Zuid-Afrikaanse Infanterie Brigade de opdracht om het Delvillebos binnen te trekken en om dit kost wat kost te verdedigen. De brigade werd geleid door brigadegeneraal H.T. (Tim) Lukin. Delville Wood was een bosje gelegen nabij het dorp Longueval in de Franse Somme-vallei. De Duitsers waren veel talrijker en het liep uit op een slachtpartij. Op 18 en 19 juli dreven constante Duitse aanvallen de Zuid Afrikaanse brigade in de zuidwestelijke hoek van het bos. Op 20 juli, om 18.00 uur, werd de Zuid Afrikaanse brigade afgelost door troepen van de 53e Britse Brigade. De gewonde luitenant-kolonel Thackeray, de bevelhebber van het 3e regiment van de brigade, verliet samen met twee gewonde officieren, Lt Edward Phillips en 2/Lt Garnet Green, en 120 overlevenden van het Regiment het bos.

 

 

Van de 3,153 brigademannen die het bos waren binnen getrokken, bleven een week later, bij het appel, nog slechts 780 valide mannen over, 763 militairen waren omgekomen en 1.709 raakten gewond. 

           

Op 12 oktober 1916 werd de Zuid-Afrikaanse brigade opnieuw verpulverd. Ditmaal op de ‘Bult’ van Warlencourt (Butte de Warlencourt ), een aardhoop van slechts enkele meters hoog. De verliezen waren enorm. Er werd de Zuid-Afrikanen maar weinig rust en geen verlof gegund. In 1917 vochten de Zuid-Afrikaners bij Arras, Ieper… In maart 1918 tijdens het Duitse voorjaarsoffensief wist deze waardevolle brigade, die ondertussen ingekrompen was tot de getalsterkte van een bataljon, zich in juli bij Meteren toch nog te onderscheiden. 

 

Eén van de Zuid-Afrikaanse mannen die het allemaal van op de eerste rij meemaakte was Albert Johannes Loubser. Hij was 33 jaar toen hij besloot om zich te laten inlijven bij de 1ste Zuid-Afrikaanse infanteriebrigade. Albert liet zijn vrouw Elizabeth en zijn zes kinderen achter in Sir Lowry Pass, niet ver van Gordon Bay in de westelijke Kaapprovincie, waar hij ‘farmer’ was. Over zijn leven is weinig geweten, maar uit zijn militaire papieren kan men afleiden dat hij een stevige kerel was, hij was1 meter 88 groot en woog 98 kilo.

 

Albert Loubser werd ingedeeld bij het 1ste regiment, deze eenheid was hoofdzakelijk samengesteld met jongens vanuit de kaapprovincies. De  vier regimenten  van de brigade werden in augustus 1915 in Potchefstroom klaargestoomd voor hun inzet overzee.  Na een opleidingsperiode in Groot-Brittannië eind 1915 en een korte campagne in Egypte bevond de 1st ZA infanteriebrigade zich in juli 1916 in het Sommegebied, het maakte deel uit van de 9de Schotse divisie. Tussen 15 en 19 juli hield de ZA brigade vier dagen lang stand in het omsingelde Delville Wood.  Het was in deze horrordagen dat Albert Johannes Loubser zich verdienstelijk maakte als brancardier.  Onder hevig shrapnelvuur droeg hij twee gewonden uit het bos naar een hulppost in Bernafay Wood. Dat leverde hem een Distinguished Conduct Medal op.  De quote in de London Gazette luidde: “For conspicuous gallantry during operations. He showed the greatest devotion to duty and as stretcher-bearer during three consecutive days. Under heavy shell fire he carried in two severely wounded men."

 

In april 1917 overleefde Albert ook de slecht voorbereide aanval in de buurt van Fampoux, nabij Arras. De brigade leed hier opnieuw zware verliezen. Na de hier geleverde gevechten noemde de ZA Brigade zichzelf cynisch de Suicide Springboks, want ze werden telkens ingezet in aanvallen die weinig kans maakten. Later in 1917 bereidde de brigade zich voor op het grote offensief in Vlaanderen.  De Derde Slag om Ieper ging zijn tweede fase in, met als hoofddoel de inname van het Geluveld-plateau door het Tweede Leger van generaal Plumer. Meer naar het noorden probeerde het vijfde leger van Gough de Wilhemstellung te doorbreken, de derde Duitse verdedigingslinie. Links en rechts van de spoorweg Ieper-Roeselare lag de 9de Schotse divisie waarvan de eerste Zuid-Afrikaanse infanteriebrigade deel uitmaakte. De brigade nam de beoogde objectieven in, maar de eindbalans was weerom zwaar: van de 2576 man werden er 1255 geregistreerd als gedood, vermist of gewond. Maar Albert Loubser overleefde ook weer deze actie.

 

Nauwelijks  twintig dagen later bevond hij zich opnieuw in de frontlijn, ditmaal tussen St.-Juliaan en Poelkapelle. Albert werd er op 12 oktober ingezet als brancardier tijdens de Eerste Slag om Passendale. Hier moesten twee brigades van de 9de Schotse divisie op de linkerflank een aanval uitvoeren ter ondersteuning van de hoofdaanval op Passendale, uitgevoerd door de Nieuw-Zeelandse divisie en Australische divisies. Door de slechte weersomstandigheden, de gebrekkige voorbereiding en de extreme vermoeidheid van de troepen mislukte de aanval compleet. De taak van de brancardiers vergde het uiterste van wat een mens aankon. Albert Loubser raakte zelf zwaargewond, hij sleepte zich naar een hulppost en daarna nog naar andere verbandpost. Uiteindelijk belande hij in "Casualty Clearing Station” (CCS) nr. 4 in Dozinghem.  Daar kon luitenant. Lawrence hem troosten in de enige taal die Albert begreep, het Afrikaans. Kort daarop, op woensdag 17 oktober 1917, overleed hij. De dokter van dienst zei dat hij niet wist dat een mens met zo’n ernstige verwonding kon wat dat Loubser gedaan had … Korporaal Albert Johannes Loubser  ligt begraven op Dozinghem Military Cemetery. 

 

Men schat dat 5.000 Zuid-Afrikaners het eind van de oorlog niet haalden, voornamelijk blanken. Hun donkere landgenoten werden ingezet als arbeidskrachten via het SANLC (South African Native Labour Corps) tussen oktober 1916 en januari 1918 verlieten 25.000 vrijwilligers Kaapstad. Samen met Egyptenaren, Chinezen, Fijiërs en andere etnische minderheden losten ze miljoenen ton munitie en proviand in de havens van Duinkerken, Calais, Boulogne-sur-Mer… de SALNC verloor in Europa 1.120 man. Degenen die terugkeerden naar Zuid-Afrika kwamen echter niet in aanmerking voor de intergeallieerde overwinningsmedaille. Het bittere gevolg van de Apartheid.

 

 

Meer artikels
Kerstmis in de loopgraven 25-12-2017
Ploegsteert ( Comines-Warneton ) België.

Na de val van het Russische leger op het Oostfront, ten gevolge van de Oktoberrevolutie, besloot het Duitse leger eind 1917 om aan het Westelijk Front over te gaan tot een beslissende actie.

lees meer ...
Tyne Cot Cemetery 'Lance Cpl Richard Verhaeghe MM' 30-10-2017
Passendale (Zonnebeke) België.

Het Ultieme relaas van Lance Corporal Richard Verhaeghe.

lees meer ...
Animals In War Memorial. 19-12-2016
Londen Verenigd Koninkrijk.

Het Britse oorlogsmonument in Hyde Park ( Londen) is een eerbetoon aan het leed en de dood van de talloze dieren die door de Britse legerleiding ingezet werden voor militaire acties tijdens de vele oorlogen.

lees meer ...