Mesen België.
A New Zealand Soldier of the Great War .
Mesen België.

Op het einde van een stenen toegangspad naar Messines Ridge British Cemetery te Mesen prijkt op het ‘Messines Ridge (New Zealand) Memorial to the Missing’. Dit is een gedenkteken met daarop de namen van 840 vermiste Nieuw-Zeelanders gevallen in en rond Mesen in 1917-'18. Het monument is feitelijk  een rotonde die  werd gebouwd met witte en grijsgroene natuursteen, bovenop staat de ‘Cross of Sacrifice’. Aan de voorkant zien we een blok uit wit natuursteen  waar een rondboogvormige nis uitgespaard werd, met de tekst: ‘Here are recorded the names of officers and men of New Zealand who fell in or near Messines in 1917 and 1918 and whose graves are known only to God’ . Op de zijkant rondom het kruis van rechts naar links, staan  44 gedenkplaten met daarop de opsomming van de verschillende legereenheden, met daaronder de namen van de slachtoffers alfabetisch gerangschikt.

 

 

 

Tijdens WOI verschenen er 240.000 Britse en Commonwealth-militairen voor de krijgsraad, 346 van hen werden geëxecuteerd voor desertie, lafheid,moord, het verlaten van zijn post, het weigeren van een bevel of het weggooien van zijn wapens.  Bij die 240.000 zaten ook 28 Nieuw-Zeelandse deserteurs die ter dood veroordeeld werden, vijf van hen werden daadwerkelijk geëxecuteerd. Eén van hen was Private (soldaat) Victor Manson Spencer (1 november 1896 – 24 februari 1918) van het 1st Otago Regiment ( New Zealand Expeditionary Force), die in augustus 1917 voor de tweede keer deserteerde en pas op 2 januari 1918 gevat kon worden. Hij werd op 24 februari 1918 geëxecuteerd en ligt nu begraven op The Huts Cemetry in Dikkebus.  Victor was een oorlogsvrijwilliger uit Invercargill, (Nieuw-Zeeland) en vocht mee in heel wat gevechten. Maar uiteindelijk brak ook bij hem de veer, hij kreeg last van oorlogsmoeheid en stress, hij geraakte zwaar getraumatiseerd door shellshock. Shellshock is de benaming voor de psychische en psychiatrische gevolgen van gebeurtenissen en ervaringen die militaire verplichtingen onmogelijk maken door objectieve symptomen (gevoelsstoornissen en bewegingsstoornissen) en subjectieve symptomen (slapeloosheid, angsttoestanden, emotionele labiliteit en hallucinaties).

 

 

Tijdens en na de oorlog keerden veel Britse militairen terug naar huis met shellshock symptomen. Lichamelijk mankeerden ze niets, maar ze trokken zich volledig terug in hun waanzin. Aangenomen werd dat deze problemen ontstonden door de luchtverplaatsing van te dichtbij ontplofte granaten, de zogenaamde shell-blast. De mannen werden totaal aan hun lot overgelaten. Er werd maar weinig aandacht besteed aan de opvang van die patiënten want ze vertoonden immers geen uitwendige verwondingen. Sommigen van hen werden zelfs terug naar het front gestuurd!

 

Dr. Charles S. Myers, kapitein-arts van het Royal Army Medical Corps gebruikte voor het eerst de benaming shellshock in februari 1915, dat deed hij in zijn artikel dat verscheen in het medische tijdschrift “The Lancet.” In het artikel beschreef hij de psychische gesteldheid van militairen die een granaatexplosie hadden overleefd. Vanaf maart werden er dan in de veldhospitalen speciale afdelingen ingericht voor dergelijke getraumatiseerden, maar aanvankelijk was er voor hen helemaal geen behandeling beschikbaar. Militairen met het shellshocksyndroom werden gewoon huiswaarts gestuurd en werden daar geïnterneerd in een zogenaamd "lunatic asylum", een krankzinnigengesticht. Voor de Britse legerleiding was de term shellshock toen nog steeds een excuus voor lafheid en desertie. Veel mannen werden zo door de krijgsraad voor verraad ter dood veroordeeld of ze werden gewoon terug naar het front gestuurd. In september 1915 stelde het Britse Lagerhuis een decreet op om militaire zenuwgestoorden op te laten nemen in daarvoor bestemde ziekenhuizen.

 

Tussen juli en december 1916 (Slag aan de Somme) vertienvoudigde het aantal slachtoffers in vergelijking met dezelfde periode één jaar daarvoor. Over het aantal slachtoffers in alle in Frankrijk gestationeerde legers bij de Somme, schreef de Britse historicus Taylor Browning het volgende: “Het totaal aantal shellshock gevallen lag waarschijnlijk in de richting van 53.000-63.000. Shellshock transformeerde praktisch van de ene op de andere dag van een ziekte naar een epidemie. (…) Het percentage mannen aan de Somme dat aan oorlogsneuroses leed, lag in totaal iets hoger dan 17 procent.”

 

 

Vanaf 1916 kon men beginnen spreken van een reële verzorging voor de Shellshock cases. In Londen werden op een medisch congres richtlijnen opgesteld voor de behandeling van shellshockpatiënten. De behandelingen varieerden van hypnose tot psychotherapie of elektroshocks. Vooral deze laatste behandelwijze stuitte op veel verzet want men vond dat mensonterend, doch in sommige gevallen bleek het wel doeltreffend te zijn. In 1917 verscheen het eerste boek over Shellshock, daarin gaf men een beschrijving over het psychiatrisch zorgsysteem in Groot-Brittannië gedurende de oorlogsjaren. Maar belangrijker, ook de verzorgingsrichtlijnen werden er uitvoerig in beschreven.

 

Eind 1917 zette men een nieuwe stap in de goede richting. Men stemde een wet dat executies enkel nog mochten uitgevoerd worden na een grondig onderzoek van de beschuldigde, en als er symptomen van shellshock werden vastgesteld, dan moest de betrokken militair opgenomen worden in een daarvoor bestemd hospitaal. Doch de krijgsraad hield niet altijd rekening met die nieuwe wet want op 7 november 1918, slechts vier dagen voor de wapenstilstand, executeerde men wegens desertie nog een laatste veroordeelde. Er werd toen geen onderzoek ingesteld om zijn zwakke geestesgesteldheid aan te tonen, en dat zelfs niet na het uitdrukkelijke verzoek van de veroordeelde zelf.

 

Na de oorlog werd er een onderzoekscomité opgericht om research te doen naar de neurosen, want men wou naar de toekomst toe voorbereid zijn op zulke voorvallen, men wou ook onderzoeken hoe men de militaire training hieraan moest en kon aanpassen. Ze ontdekten dat de shocktoestand een uitvloeisel was van de gemoedstoestand die ontstond na het zien van gewonde en dode kameraden op het slagveld en ook door de voortdurende angst en vermoeidheid.

 

 

Deserteurs werden tijdens WOI meestal beschouwt als lafaards. Ze leden inderdaad niet allemaal aan Shellshock. Waren het echt lafaards of hadden zij andere redenen om te stoppen met vechten? In feite moest een soldaat of gegradueerde toch over een zekere dosis moed beschikken om zijn wapen te durven neer leggen, want zij kenden toch de gevolgen van hun daad! Uit het peloton stappen en ontrouw zijn aan het duivelse nationalisme was niet zo simpel.  Deserteurs waren in feite bijna nooit echt lafaards.  Velen waren gewoon niet meer bereid om te doden.  Anderen maakten een ideologische crisis door of vroegen zich simpelweg af: “met wat zijn wij hier in godsnaam bezig?” Nog anderen hadden thuis een gezin, een familielid of een geliefde die in moeilijkheden verkeerde.  De slogan “My country, right or wrong” (vaak gebruikte uitdrukking door voorstanders van extreem patriottisme in de betekenis van ik kies voor mijn land, of het nu juist is of verkeerd) werd door sommigen als pure onzin beschouwt! ‘Desertie’ had toen een heel negatieve bijklank in de samenleving, maar in feite waren het ‘terugkerende’ jongens en mannen die de waanzin van de oorlog moe waren en die de rug wilden toekeren. Sommigen van hen waren in de loop van de oorlog zelfs bevorderd en gedecoreerd voor hun moed en inzet!

 

Meer artikels
Fort Hermann. 09-05-2016
Bovec Slovenië.

Het nu zwaar verwoeste en onbeveiligde Fort Hermann ligt in Bovec (in het Duits: Flitsch, in het  Italiaans: Plezzo).

lees meer ...
Tank Poelkapelle. 06-11-2017
Langemark - Poelkapelle België.

De Britten maken bij de 3e slag om Ieper ook gebruik van tanks.

lees meer ...
'Den Engel' Monument Aux Soldats Français 1914-1918. 16-04-2018
Kemmelberg (Heuvelland) België.

In het voorjaar van 1918 ondernemen de Duitsers nog een poging om de kust te bereiken.

lees meer ...