Cantigny Frankrijk.
Herdenking deelname in WO1 van Amerika. ( First Division).
Cantigny Frankrijk.

In mei 1918 beschouwde de Amerikaanse bevelhebber generaal Pershing dat slechts enkele van zijn divisies klaar waren voor de strijd. Overeenkomstig zijn opdracht gekregen van de Amerikaanse regering diende de American Expeditionary Force (AEF) als autonome legermacht te gaan functioneren. Maar na topoverleg o.l.v. generaal Foch, in zijn functie als geallieerde opperbevelhebber, werd na dringend verzoek van de Franse bevelhebber Pétain toch besloten twee Amerikaanse divisies - de 2e en 3e divisie - naar het bedreigde gebied te sturen om de Fransen te helpen de gaten te dichten. Beide eenheden werden onder het commando van het Franse 6e leger geplaatst. Eerder was de Amerikaanse 1e divisie (The Big Red One) al uitbesteed om op 28 mei een actie bij Cantigny uit te voeren. The Big Red One was de eerste van de Amerikaanse divisies die overzee werd gestuurd. De divisie stond onder bevel van Majoor-Generaal Robert Lee Bullard.

 

Winston Churchill wijdde in zijn boek The World Crisis 1911-1918 een paar treffende zinnen aan de komst van de Amerikaanse Doughboys: “Plotseling begonnen de wegen zich te vullen met eindeloze stromen Amerikanen. De indruk die deze schijnbaar onuitputtelijke vloedgolf van glanzende jeugd in zijn eerste volwassenheid en kracht op de in het nauw gebrachte Fransen maakte was overweldigend. Geen van hen was onder de twintig, en weinigen de dertig gepasseerd. Toen zij opeengepakt in hun voertuigen langs de wegen ratelden, luidkeels de liederen van de nieuwe wereld zingend, brandend van verlangen het bloederige slagveld te zien, werd het Franse hoofdkwartier aangegrepen door een nieuwe levensdrang.”

 

In het voorjaar van 1918 zouden de Amerikaanse troepen dus daadwerkelijk deelnemen aan de strijd aan het Westelijk Front. Het begon met relatief kleine acties, maar tegen juni-juli 1918 zouden de Amerikaanse divisies volop betrokken worden bij de gevechten om de Duitse opmars richting Parijs tegen te houden. Een strijd die de geschiedenis zou ingaan als de Tweede Slag van de Marne en als een keerpunt in de Eerste Wereldoorlog kan worden beschouwd.  Maar hun eerste offensief vond plaats op 28 mei 1918, dat was de Slag om Cantigny.  Het dorp Cantigny ligt op ongeveer vijf km ten noordwesten Montdidier (Somme) in een glooiend terrein. Het was het uiterste puntje van het gebied dat de Duitsers hadden veroverd bij de opmars richting Amiens. Vanuit het dorp hadden ze een goed overzicht richting het westen.

 

 

De Amerikaanse aanval werd uitgevoerd door het Amerikaanse 28th Infantry Regiment (1e divisie) dat aangevoerd werd door kolonel Hansen Ely. De infanteristen moesten vanuit het westen het dorp innemen. Het 26th Infantry Regiment diende de zuidkant te beschermen. De Duitsers hadden door een raid informatie over de voorgenomen aanval verkregen en bestookten op 27 mei de Amerikanen met hun artillerie, er werden ook mosterdgasgranaten afgevuurd.

 

Met steun van Franse artillerie begon de Amerikaanse aanval op 28 mei om 06.45 uur. Over dit eerste Amerikaanse optreden aan het Westelijk Front werd achteraf weleens smalend geschreven dat de troepen zwaar bepakt en schouder aan schouder optrokken tegen de Duitse mitrailleurs, net zoals de Britten op 1 juli 1916 bij de Somme hadden gedaan. Dus kennelijk had men nog steeds weinig bijgeleerd! De Britten trokken toen echter pas in de aanval nadat de artilleriebarrage was verlegd naar het achterveld en gaven de Duitsers zonde tijd om hun machinegeweerposten weer te bemannen. De Amerikanen gingen op 28 mei in de aanval onder een vuurwals aangelegd door de artillerie. Het spervuur verplaatste zich ongeveer 100 meter in twee minuten. Het was dus zaak niet te snel op te trekken om niet door het eigen vuur uitgeschakeld te worden. 

 

 

De eerste Duitse linies werden vlot ingenomen. Maar tijdens het vervolg van de aanval richting de derde Duitse loopgravengordel moest er een openveld overgestoken worden dat onder Duits vuur lag. Een ooggetuige meldde dat de soldaten eerst op een afstand van vijf passen van elkaar optrokken, maar door de verliezen de onderlinge afstand al vlug toenam tot vijftig meter en vervolgens tot nog meer. 

 

Cantigny werd verdedigd door troepen van het Duitse 18. Armee. Dat 18e Leger stond onder bevel van generaal Oskar von Hutier. De actie werd uitgevoerd met de steun van twaalf Franse Schneider CA1 tanks die de Duitse mitrailleursnesten moesten uitschakelen, hierdoor verliep de aanval veel vlotter dan verwacht. In de loop van de ochtend hadden de Amerikanen Cantigny ingenomen en waren op de voorgenomen positie op een kilometer ten oosten van het dorp uitgekomen. Cantigny was een dorp gelegen op hoog gebied dat omgeven was door bossen, dat vormde voor de Duitse artillerie een ideaal doelwit.

 

In feite begon de strijd pas goed na de verovering van Cantigny en dat omdat de Duitsers het dorp begonnen te beschieten en tot 31 mei verschillende malen probeerden het dorp te heroveren. Dit lukte niet door taaie Amerikaanse tegenstand.  Ook het 26e regiment was tot 1 juni betrokken bij de verdediging. Het 26e infanterieregiment voegde zich bij het 28e, zo konden beide regimenten het dorp verder verdedigen. De Amerikanen konden een anderhalve kilometer grond veroveren, vergeleken met andere gevechten rond de rivier de Aisne was dat een klein succes.

 

 

Er vielen 3.564 Amerikaanse manschappen aan. Na de slag telde men aan Amerikaanse zijde 1.603 slachtoffers, daaronder 199 doden (een andere bron vermeld 1.067 slachtoffers), en er werden ruim 250 Duitsers krijgsgevangenen gemaakt. Eén van de gesneuvelden was Mathew B. Juan ( 22 april 1892 – 28 mei 1918). Juan was een Native American, een Pima indiaan afkomstig van de Gila River Indian Community.  Zijn lichaam werd eerst begraven in Frankrijk, maar in 1921 werden zijn stoffelijke resten, op vraag van zijn moeder, opgegraven en overgebracht naar zijn thuis in Arizona (U.S.A.).

 

De Amerikanen bleven tot 8 juli 1918 in Cantigny en hun verliezen liepen uiteindelijk op tot meer dan vijfduizend man, waarvan ongeveer duizend doden. Hoewel de inname van Cantigny van weinig strategische betekenis was voor de enorme strijd die in het voorjaar langs het Westelijk Front woedde, was generaal Pershing tevreden dat zijn troepen een offensieve actie konden uitvoeren. Dat ze konden strijden en winnen. Pershing sprak na afloop dan ook zijn waardering uit:
“It was a matter of pride to the whole AEF that the troops of this division, in their first battle, displayed the fortitude and courage of veterans, held their gains, and denied to the enemy the slightestadvantage.”

 

 

De doden die niet gerepatrieerd werden liggen niet vlakbij Cantigny begraven maar op het Somme American Cemetery in het dorp Bony langs de weg tussen Saint-Quentin en Cambrai. 

 

In het 26e infanterieregiment werd het 1e bataljon geleid door majoor Theodore Roosevelt Jr. (13 september, 1887 – 12 juli, 1944). Hij was de oudste zoon van de voormalige president Theodore Roosevelt en First Lady Edith Roosevelt. Theodore Roosevelt Jr. volgde de voetsporen van zijn vader en ging eveneens studeren aan de universiteit van Harvard. Na het behalen van zijn diploma in 1908 begon hij zijn carrière met een baan in de industrie. Het was de bedoeling om veel geld te verdienen, financieel onafhankelijk te worden en om daarna dan de politiek in te gaan. In juni 1910 trouwde hij met Eleanor Alexander en een jaar later kwam al het eerste kind, dochter Grace. In 1914 kwam de eerste mannelijke nakomeling ter wereld, ook hij kreeg de naam Theodore. 

 

 

Na het torpederen van de oceaanstomer RMS Lusitania in mei 1915 door een Duitse onderzeeboot begon stilaan het besef te groeien dat ook de Verenigde Staten van Amerika betrokken kon worden bij de oorlog. Het land had toen een klein beroepsleger en was zeker niet geëquipeerd om een oorlog te gaan voeren zoals die in Europa woedde. Men suggereerde daarom om via particuliere initiatieven de militaire paraatheid te verbeteren. Dit leidde ertoe dat door het ministerie van Oorlog in juni 1915 een programma werd gestart om trainingskampen te organiseren met als doel mannelijke vrijwilligers tot 45 jaar op te leiden. Officieel kreeg dit de naam van de Military Training Camp Association, maar het werd bekend als de Plattsburg trainingskampen. Een eerste kamp startte in augustus 1915 en duurde vijf weken. De militaire basisopleiding werd gegeven door beroepsmilitairen. Ondanks dat de deelnemerskosten, die door de vrijwilligers gedragen dienden te worden, waren de kampen een succes. In de zomer van 1915 volgden ruim duizend Amerikanen een gelijkaardige opleiding. Daaronder ook drie broers Roosevelt: Theodore Jr., Archie en de jonge Quentin. Theodore Junior besloot het kamp met de rang van reserve first lieutenant (onderluitenant). Zijn eerste stap op weg naar een ietwat ongebruikelijke militaire carrière was gezet.

 

In de zomer van 1916 gingen Theodore Jr. en Archie opnieuw naar het kamp in Plattsburg. De uit Europa overgewaaide loopgravenoorlog werd zo goed als mogelijk geoefend inclusief het ‘over the top’ gaan. Junior werd aan het einde van deze tweede oefenperiode al bevorderd tot reservemajoor en Archie tot reserveonderluitenant. 

 

Nadat Amerika op 6 april 1917 Duitsland de oorlog had verklaard, moest het wel nog haar miljoenenleger opbouwen. Uit de grote bevolking konden genoeg militairen gerekruteerd worden maar het tekort aan officieren was beschamend. Mannen uit de top van de samenleving zoals de broers Roosevelt, die weliswaar geen beroepsmilitair waren maar toch al enige militaire kennis hadden opgedaan, konden aan de slag. En een aanbeveling van een oud-president hielp zeker daarbij.  Vader Theodore Roosevelt (TR) schreef in mei 1917 een brief naar generaal John Pershing, de net aangestelde opperbevelhebber van het Amerikaanse expeditieleger. Het eerste stukje luidde als volgt: “I write you now to request that my two sons, Theodore Roosevelt, Jr., aged 27, and Archibald B. Roosevelt, age 23, both of Harvard, be allowed to enlist as privates with you, to go over with the first troops. The former is a Major and the latter a Captain (? In feite was hij luitenant) in the Officers’ Reserve Corps. They are at Plattsburg for their third summer.”

Toen TR nog president was, had hij Pershing bevorderd en daarbij de nodige opperofficieren gepasseerd. Pershing was TR dus nog wel iets schuldig en zowel Theodore Jr. als Archie vertrokken op 20 juni 1917 naar Frankrijk. Met de rangen van respectievelijk majoor en luitenant toegekend in de Plattsburg kampen. Majoor Theodore Roosevelt Jr. kreeg in juli 1917 een aanstelling als commandant van het eerste bataljon van het 26e regiment. Zijn broer Archie kwam in het 16e regiment terecht. Achter hun rug om werden door de beroepsofficieren terecht heel wat vragen gesteld over de benoeming van deze amateurs. Een aanstelling die toch te danken was aan de nog steeds bestaande influentie van hun vader. Maar het Amerikaanse expeditieleger was nu eenmaal met een enorme uitbreiding bezig en elke man met enig gezag was nodig en Theodore Jr. kwam er wel tot zijn recht. In de strijd bij Cantigny liep majoor Theodore Jr. op 27 mei 1918 een gasverwonding op. Hij moest hoesten, overgeven en leed aan gezichtsverlies, maar weigerde zich ziek te melden en bleef tot 1 juni zijn bataljon aanvoeren in de voorste linie. Junior leidde al op 28 mei zijn bataljon om een Duitse tegenaanval te stuiten. Voor zijn acties ontving hij het Distinguished Service Cross en het Franse Croix de Guerre. In de citatie stond vermeld dat hij tijdens een raid een gewonde soldaat redde die onder zwaar granaat- en mitrailleurvuur lag.

 

Op 14 juli werd zijn jongste broer Quentin, uitenant piloot bij het 95e Amerikaanse squadron neergeschoten na een luchtgevecht met een Duitse patrouille. De 20 jarige Quentin vloog op 5 juli zijn eerste missie, op 10 juli behaalde hij zijn eerste overwinning in een luchtgevecht en vier dagen later was het al voorbij. Na negen dagen frontdienst stortte zijn Nieuporttoestel neer bij het dorpje Chamery. De Duitsers begroeven hem met militaire eer. Toen een maand later de Amerikaanse 32e divisie dit gebied veroverde, werd het graf ontdekt.

 

Op 16 september 1918 ontving Theodore Jr. de promotie tot luitenant-kolonel, dezelfde rang die zijn vader in 1892 had. Omdat hij nog volledig hersteld was van de schotwonde in zijn been, werd hij slechts goedgekeurd voor beperkte dienst en naar het Amerikaanse kamp in Langres gestuurd om  troepen te gaan trainen. Iets wat hij ruim een jaar geleden bij aankomst in Frankrijk ook al had gedaan. Maar hij wilde ten alle koste het einde van de strijd meemaken.  Op 18 oktober kreeg Theodore Jr. het commando van het 26e regiment en werd daarmee de eerste reserveofficier die een reguliere legereenheid aanvoerde. Ook zijn (vierde) broer Kermit diende nu in de Amerikaanse 1e divisie als artillerieofficier. De divisie maakte in september/oktober 1918 deel uit van het Amerikaanse 1e leger dat nu eindelijk als zelfstandige strijdmacht vocht in de Argonne en aan de Maas.

 

 

Van de vier broers Roosevelt hadden drie de oorlog overleefd, hoewel Theodore Jr. en Archie nooit helemaal genazen van hun verwondingen. Theodore Jr. ging opnieuw het burgerleven in tot december 1941, tot Amerika de oorlog verklaarde aan de Asmogendheden.  Precies alsof er in 22 jaar niets veranderd was, nam Theodore Jr. in 1941 opnieuw het commando op van het 26e regiment van de Amerikaanse 1e divisie. Hij maakte de campagne in Noord-Afrika in 1942-1943 mee, gevolgd door de invasie van Italië en werd bevorderd tot brigade-generaal. Voor de invasie in Normandië in 1944 werd hij overgeplaatst naar de Amerikaanse 4e divisie en leidde op 6 juni 1944 de aanvalstroepen op Utah Beach. Theodore Jr. sneuvelde niet maar op 12 juli 1944 stierf hij, op 56 jarige leeftijd, aan een hartaanval. Theodore Jr. ligt nu begraven op het Normandy American Cemetery bij het dorp Colleville-sur-Mer, vlakbij Omaha Beach. Met ruim 9.300 kruisen is dit een van de grotere Amerikaanse begraafplaatsen in Frankrijk. In 1955, bij de inrichting van de dodenakker, werd het stoffelijk overschot van zijn jongere broer Quentin van Chamery overgebracht en naast Theodore Jr. begraven. Er liggen meer broers op de begraafplaats, maar een gesneuvelde uit de Eerste en een uit de Tweede Wereldoorlog is bijzonder. Het verbindt als het ware de beide oorlogen tot een 30-jarige strijd. Voor zijn leiding gegeven tijdens de invasie op Utah Beach werd Theodore Jr. in september 1944 postuum de Medal of Honor, de hoogste Amerikaanse militaire onderscheiding, toegekend.

 

Meer artikels
Canadian Crest Farm Memorial. 06-11-2017
Passendale (Zonnebeke) Belgiƫ.

De laatste twee aanvallen op 9 en 12 oktober in de richting van de heuvelrug van Passendale eindigden in een pijnlijk drama.

lees meer ...
Monument van de 152e RI 'Diables Bleus'. 16-03-2015
Hartmannswillerkopf (Vieil Armand) Frankrijk.

Op de Hartmannswillerkopf begon de strijd al in de tweede helft van december 1914, dat gebeurde weliswaar op kleine schaal, het waren vooral Duitse en Franse patrouilles die elkaar op de berg tegenkwamen en slaags raakten.

lees meer ...
Y Farm Cemetery 'Kulbahadur Gurung & Madah Jan'. 15-12-2014
Bois Grenier Frankrijk.

Op Y Farm cemetery stonden we even stil bij het graf van Sepoy (rang van soldaat in Indisch Leger) Madah Jan.

lees meer ...