Vignacourt Frankrijk.
Vignacourt British Cemetery.
Vignacourt Frankrijk.

Toen de Duitse opmars in maart 1918 begon werd de gemeente Vignacourt (Somme) bezet door de Britten. Ook het 20e en het 61e Casualty Clearing Station (C.C.S = militaire medische post die zich meestal achter de frontlinie en net buiten het bereik van de vijandelijke artillerie bevond) namen er hun intrek. In het dorp werd ook het hoofdkwartier van de Royal Air Force (RAF) squadrons geïnstalleerd. Sinds 1 april 1918 hadden de Britten hun luchteenheden, het Royal Flying Corps (RFC) en de Royal Naval Air Service (RNAS), samengevoegd tot één eenheid: de RAF.

 

 

De begraafplaats in Vignacourt werd aangelegd in april ’18 en deed dienst tot in augustus ’18, de teraardebestellingen weerspiegelen de wanhopige strijd van de Australische troepen aan het front bij Amiens. Er liggen hier maar liefst 424 Australische militairen begraven. Na de wapenstilstand werden de stoffelijke resten van zes Britse militairen die tussen oktober 1915 en maart 1918 begraven werden op de gemeentelijke begraafplaats van Vignacourt overgebracht naar Vignacourt British Cemetery.

 

 

De militaire begraafplaats van Vignacourt telt 584 graven uit de Eerste Wereldoorlog en twee graven uit de Tweede Wereldoorlog. Op deze begraafplaats staat een speciaal en uniek monument! Het voornemen om dit gedenkteken hier te plaatsen werd bedacht door de inwoners van het dorp. Het herdenkingsmonument, in de vorm van een Franse Poilu, werd in 1921 door de gemeente Vignacourt  geschonken als een eerbetoon aan hun gevallen Britse wapenbroeders. De afbeelding van de Franse soldaat staat er op een sokkel, precies een schildwacht die de graven van zijn Britse strijdmakkers bewaakt. Op het voetstuk graveerde men de volgende tekst: “Freres D'armes de L'Armee Britannique, tombes au Champ D'Honneur, dormez en paix. Nous veillons sur vous." ( Wapenbroeders van het Britse leger gevallen op het veld van eer, rust in vrede. Wij waken over u).

 

 

Eén van de hier begraven Aussies is ‘Lieutenant Reginald Hunter’ van het 19e Infanteriebataljon AIF (Australian Imperial Force). Op 5 juni 1918 lag het 19e bataljon in de buurt van Morlancourt in de frontlinie. De Duitsers lanceerden een aanval op de positie van het bataljon. Hierbij raakte de 25 jarige Reginald Hunter, door een granaatscherf van een exploderende obus, ernstig gewond in het hoofd en schouders. Hij werd geëvacueerd naar het 20e Casualty Clearing Station in Vignacourt waar hij later die dag aan zijn verwondingen overleed. Toen Reginald werd binnengebracht in het Casualty Clearing Station kwam hij  terecht bij verpleger Robert Bradley, die herinnerde zich het volgende: “Terwijl hij meer machinegeweren klaarmaakte voor het patrouillewerk werd hij zeer zwaar geraakt. Een deel van een obus had hem op verschillende delen van het lichaam getroffen. Toen ik hem zag was hij heel bewust. Ik gaf hem een kopje thee en we zeiden een paar woorden tegen elkaar. Ik vertelde hem dat hij snel terug in Australië zou zijn, maar hij antwoordde: "het is gedaan met mij."

 

Reginald melde zich al van in het begin van de oorlog aan als vrijwilliger en werkte zich van gewone soldaat op tot officier. Twintig jaar later, op 22 juli 1938, woonde zijn moeder Mrs Hughina Hunter de onthulling van het Australian National Memorial in Villers-Bretonneux bij, en legde in naam van de mannen van het AIF een krans neer. Nadien bezocht ze het graf van haar zoon en pakte daar wat aarde van bij de grafsteen en nam dat als aandenken mee naar huis. Haar andere zoon sergeant Hector Norman Hunter, die bij het 18e infanteriebataljon AIF diende, overleed op 22 augustus 1915 in de strijd op Gallpoli.

 

 

Een andere 25 jarige Australische officier die hier ook begraven werd is Captain George Meysey Hammond, MC and Bar, MM. Hij was kapitein bij het 28e infanteriebataljon AIF en stierf negen dagen na Lieutenant Reginald Hunter, ook hij werd gewond nabij Morlancourt. George werd in Handsworth, Staffordshire (Engeland) geboren en trok op 18 jarige leeftijd naar Australië.Hij nam dienst in de Australian Imperial Force op 25 februari 1915 en dat voor de duur van de oorlog. George zou niet lang een gewone soldaat blijven, op 24 mei 1915 werd hij bevorderd tot korpraal en op 6 augustus ’15 was hij al sergeant. In de nacht van 10 op 11 september ontscheepte hij op ANZAC Cove (Gallipoli), vandaar trok hij met het 28e bataljon naar Rhododendron Ridge. Hij verbleef dertien weken op het schiereiland Gallopoli en verrichtte er voortreffend patrouilleerwerk. Hij verwierf er de faam om absoluut van niets bang te zijn en werd beloond met de Military Medal (MM). George kreeg last van geelzucht en werd gehospitaliseerd.

 

In 16 maart 1916 keerde hij terug naar zijn eenheid die van uit Egypte naar Frankrijk vertrok. Eind juli 1916, de 29e, kreeg hij nabij Pozières een kogel in zijn been, hij werd afgevoerd naar CCS N°44 en werd van daar overgebracht naar het St Johns hospitaal in Etaples. Tijdens zijn herstelperiode werd hij bevorderd tot 2nd Lieutenant (onderluitenant).Op 17 september 1916 keerde hij terug naar zijn bataljon die nu in de Ieperboog lag. Op 4/5 november liep hij in Flers, vlak voor een aanval op een Duitse loopgraaf, opnieuw een schotwonde op! Ditmaal kreeg hij een kogel in de linker elleboog. Die wonde zou hem met een blijvende handicap opzadelen. Deze keer werd hij overgebracht naar Londen, hij werd op 6 november ’16 opgenomen in het 3rd London General Hospital. Een medisch raadscollege had aanbevolen om George terug naar Australië te sturen, maar hij smeekte om te mogen blijven! Op 21 december vervoegde hij het Officer Training Corps in het Durrington Camp in Engeland. Op 1 januari 1917 werd hij bevorderd tot luitenant en op 17 mei keerde hij terug naar Frankrijk. Hij deed nu dienst als inlichtingenofficier, men wou hem zo uit de gevechten houden, maar dat was niet simpel. In september was hij heel actief in de gevechten om Polygon Wood (Polygonebos Zonnebeke), hij nam er twintig Duisters gevangen, dit zou hem het Military Cross opleveren. Ook in de maand oktober, op Broodseinde Ridge (gehucht in Zonnebeke), leverde hij strijd en viel op kop van de oprukkende infanterie Duitse betonnen onderstanden aan. Op 14 oktober kreeg hij dan zijn eerder verdiende Military Cross (MC) opgespeld, de citatie luidde: “For conspicuous gallantry and devotion to duty, as Intelligence Officer he went forward with the advance party and secured much valuable information.  Though only having the use of one arm, he captured a score of prisoners single-handed.  He was fearless in the extreme, volunteering for any dangerous work and making a number of reconnaissances of the front line, through which he obtained much useful information.”

 

 

Een maand later werd hij bevorderd tot de rang van Temporary Captain (tijdelijk kapitein). In februari ‘18, van de 4e tot 20e, kreeg hij verlof en mocht  toen naar Engeland gaan, maar hij moest zijn rang van Temporary Captain weer afstaan. In die zelfde periode besloot het A.I.F. hoofdkwartier om een officier naar Palestina te sturen, de keuze viel op George. Hij moest de controle op zich  nemen van de War Records Section van Captain (Sir) Henry Somer Gullett, die was aangesteld als officiële oorlogscorrespondent van ‘the Light Horse’ (Australische cavalerie-eenheid). George vertrok uiteraard met tegenzin. Kort daarna, toen hij brieven ontving van zijn vrienden aan de Somme, smeekte hij om terug te mogen keren naar zijn eenheid. Op 15 mei was hij terug in Frankrijk, dertien dagen later kreeg hij opnieuw de tijdelijke rang van kapitein.

 

Op 10/11 juni viel het 28e bataljon de Duitse linies in Morlancourt aan. Temporary Captain Hammond, besefte dat zijn popelende Australiërs het gevaar liepen om te vlug op te rukken en dat ze zo dreigden te vernestelen in het eigen ondersteunende artillerievuur. Daarom stapte hij met zijn horloge in de hand voor zijn mannen uit. Zo controleerde hij, volledig rechtstaand en vaak met zijn rug naar de vijand gericht, de grenzen van de artilleriebarrage.  Als zijn mannen de barrage te dicht naderden gaf hij een teken met zijn wandelstok dat ze moesten stoppen en zich neerleggen. Hij was de eerste die de vijandelijke loopgraven betrad, een tiental Duitsers hadden zich al aan hem overgegeven voordat de rest van de troepen  aankwam. Op 12 juni werd George, tijdens een bezoek aan zijn buitenposten, opnieuw geraakt door een kogel, ditmaal in zijn buik! Hij werd in kritieke toestand opgenomen in CCS N°61. Maar twee dagen later bezweek hij in het veldhospitaal en werd begraven op Vignacourt British Cemetery.Op 24 september verleende men hem postuum een Bar voor zijn Military Cross ( Bar = een tweede Military Cross), ditmaal luidde de citatie als volgt: “Awarded Bar to M.C. for conspicuous gallantry and devotion to duty in an attack. When the barrage opened, he jumped out of the trench and cleverly led his men across ‘No Man’s Land’.  The first to jump into the hostile trench, he pointed his revolver at the enemy, with the result that twenty surrendered to him.  He quickly consolidated his line, and put out covering parties.  He set a fine example of courage and coolness, and was subsequently wounded.” (M.C. gazetted 27 October 1917).

 

George Meysey Hammond was lang en vrij dun, met zijn uitzonderlijk diepe stem was hij een onconventionele militair en zeker een buitengewoon dappere. Zijn toespraken waren bezaaid met maritieme uitdrukkingen, zijn kepie en kledij waren willekeurig en soms schandalig. Het was een eerbetoon aan zijn Australische karakter, en dat in een Brits leger waar een nieuwkomer vaak achterdochtig en minachtend bekeken werd. Maar de achting van zijn eigen mannen benaderde de aanbidding! Zijn faam van vechtjas was tot ver buiten de grenzen van zijn eenheid verspreid. Waarom men deze buitengewoon moedige man geen Victoria Cross verleende is onbegrijpelijk?

 

 

 

Meer artikels
Crypte. 04-01-2016
Hartmannswillerkopf (Vieil Armand) Frankrijk.

De Hartmannswillerkopf, de heuvel die de Duitse commandant afgekort ‘HK’ noemde, is een piramidale rots hoogte die uitkijkt op de zuidelijke vlakte van de Elzas.

lees meer ...
Karabiniers Wielryders 1914- 1918 Memorial. 30-07-2018
Oud-Stuivekenskerke (O.L.-Vrouwhoekje) België.

Op het gehucht Oud-Stuivekenskerke, nu het Onze-Lieve-Vrouwehoekje, stond tot in 1870 de parochiale kerk van Stuivekenskerke.

lees meer ...
Abbaye'. 29-09-2014
Mont Saint-Eloi Frankrijk.

Op de Mont Saint-Eloi, een heuvel met uitzicht op Arras, getuigen twee verminkte torens de grandeur van een abdij die over de hele Artois uitstraalde, maar ze herinneren ons ook aan de strijd die hier tijdens de oorlog in dit gebied woede. De abdij zou volgens de legende in de zevende eeuw gesticht zijn en kende zijn bloeitijd in de middeleeuwen. Na de oorlog stonden nog enkel de witte torens en het portiek van de westelijke gevel overeind.

lees meer ...