Montello Italië.
Valle Dei Morti.
Montello Italië.

De laatste aanval van het Oostenrijks-Hongaarse leger op het Italiaanse front vond plaats tijdens het offensief aan de rivier de Piave in juni 1918. Deze actie draaide echter uit op een rampzalige mislukking en zorgde voor het uiteenvallen van het Oostenrijks-Hongaarse leger. Die aanval werd gepousseerd om te voldoen aan de aanhoudende Duitse eisen.  De Duitse legerleiding wou dat een aanval kwam aan de Piave, in de buurt van verschillende belangrijke Italiaanse steden. De slag vond plaats van 15 tot 22 juni 1918. Voor een gedemotiveerd Oostenrijks-Hongaars leger dat ondertussen over onvoldoende voorraden en materiaal beschikte was dat een moeilijke situatie. Ook het weerstandsniveau van de Oostenrijkse legereenheden was uitgeput. In vergelijking met het effectief spectaculaire succes die ze gedurende de vorige herfst bij Caporetto behaalden zou het resultaat van deze aanval een groot contrast vormen. Deze complete Oostenrijks-Hongaarse mislukking zorgde voor de bespoediging van het uiteenvallen van het leger dat effectief ophield te bestaan als een zelfstandige samenhangende macht. Vier maanden later zouden de Italianen, bij de slag van Vittorio Venetosome, de ontmanteling van het Oostenrijks-Hongaars leger finaliseren.

 

 

Op 14 juni 1918 werd aan de Oostenrijks-Hongaarse troepen een oppeppende sommering voorgelezen waarin men ze glorie, eer, lekker eten, een overvloedige buit en bovenal vrede beloofde.Op de 15e, om drie uur in de ochtend, begon de voorbereidende kanonnade. Er werden ook heel wat gasprojectielen afgevuurd. Om vier uur werd dan de algemene aanval gelanceerd vanaf de Val Lagarina richting de zee. De inspanningen van de aanvallers waren gericht tegen een aantal bepaalde belangrijke punten; op het plateau van Setti Communi, aan de beide zijden van de Brenta en op het plateau van de Montello. Nadat ze die plaatsen in handen zouden hebben zou niets hen nog kunnen verhinderen om op te rukken naar de vlakten van Venetië, op de lagere Piave, boven San Dona. Tegen de avond van de 15e was het echter duidelijk dat de aanvallers de gehoopte resultaten niet hadden bereikt. In feite had het Italiaanse opperbevel de aanval voorzien, het leek er zelfs op dat ze het tijdstip van de aanval wisten en dat ze ook de speciale punten kenden die aangevallen zouden worden. De Oostenrijkse legerleiding beschuldigde nadien de Slavische troepen er van om in deze ultieme strijd de monarchie te hebben verraden. Wat de waarheid ook was, het was een feit dat na de aanvang van het voorbereidende bombardement de Italianen onmiddellijk reageerden met een zeer actief tegen bombardement. Dat zorgde uiteindelijk dat de aanvallende Oostenrijkse infanterie slechts zeer weinig terrein kon veroveren.

 

Op de Setti Communi was, zoals het Oostenrijkse communiqué op de 16e moest toegeven, de opmars het spreken niet waard! De Frans, Britse, en Italiaans tegenaanvallen zetten er de situatie snel weer recht. Verder naar het Oosten waren de Oostenrijkse eenheden erin geslaagd om de hellingen van de Montello te bezetten, maar de top konden ze niet bereiken. In het zuiden staken ze de Piave over. Ze kregen zelfs voet in de delta van de rivier, dat betekende dat ze nu een rechtstreekse bedreiging vormden voor Mestre. Aan het einde van de dag was de voorkant van de berg nog bijna intact. Alleen de Piave werd overschreden, en er was een gevaarlijke opening ontstaan aan het front.

 

 

De gevechten begonnen opnieuw in de ochtend van de 16e. De Oostenrijkers, die het zwaar te verduren hadden op het plateau van de Setti Communi en voor de Monte Tomba, lanceerden enkele aanvallen maar die zouden gaande weg tot op het einde van deze strijd, 20-21 juni, afnemen. De gevechten op de Montello en aan de Piave waren heviger. De zeer energieke Italiaanse tegenaanvallen, uitgevoerd op de 16e en de 19e, heroverden de grond die tijdelijk verloren was gegaan. Ten zuiden van de Montello waren de Oostenrijkers, die op de lijn van Feltre naar Treviso Montebelluna hadden ingenomen, teruggegooid.  De Italianen namen  1.200 Oostenrijkse militairen gevangen en bemachtigden er tientallen mitrailleurs. In het centrum, rond Zenson, op de Piave, werd  heel hard gevochten. Toch werd geen noemenswaardige vooruitgang geboekt. In het zuiden waren de Oostenrijkers opgerukt. Gedurende enige tijd was de situatie gevaarlijk. San Dona evenals Capo Sile werden gepasseerd. Het Fossetta kanaal, ten oosten van Mestre, werd op verschillende punten overschreden. Op 19 juni werd de opmars tot stilstand gebracht. De Italianen heroverden zelfs terrein ten westen van Zenson. In de ochtend van 20 juni had men langs de volledige linie de vijand terug tot op zijn vertrekpunt kunnen drijven. Enkel bij de lager gelegen rivierloop bezaten ze nog een lapje grond. In de avond van 20 juni konden de Italianen trots de mislukking van het offensief aankondigen, en meedelen dat ze meer dan 12.000 vijanden gevangenen hadden genomen en dat ze ook een grote hoeveelheid aan oorlogsmateriaal hadden buit gemaakt. Ook de Duitse pers begon nu een toontje lager te zingen. Nu het in het noorden veilig was moest Generaal Diaz alleen de dreiging vanuit het Oosten trotseren.

 

 

De situatie van de troepen van Generaloberst Wenzel Freiherr von Wurm, die in de kronkels van de Piaverivier gelegerd waren, was helemaal niet benijdenswaardig.  Ze bevonden zich in moerasgebied en stonden met de rug naar een overstroomde rivier, en bij de minste regenval kon het waterpeil nog aanzwellen. De troepen konden zich niet verplaatsen en konden er ook geen loopgraven delven. Zij waren een gemakkelijk doelwit voor de Italiaanse artilleriebatterijen en de geallieerde vliegtuigen, maar ook voor de vloot van monitorschepen die aan de monding van de Piave aangemeerd lagen. Het was ook buitengewoon moeilijk om hen opnieuw te bevoorraden. 20.000 Oostenrijkse militairen verdronken tijdens een poging om de oostelijke oever te bereiken.

 

 

Op 23 juni begon de Oostenrijkse legerleiding met het thuispubliek voor te bereiden op het onaangename nieuws van de terugtocht, hierbij verwezen ze vooral naar de vele gevolgen van de regen het stijgend waterpeil van de Piave rivier. Het communiqué van de maandag 24 juni gaf de nederlaag in deze termen toe: “de situatie die is ontstaan door de stijging van het water en het slechte weer verplicht ons  om de Montello  en  bepaalde sectoren  van andere posities die veroverd werden op de rechteroever van de Piave te verlaten. Het bevel tot deze actie werd al vier dagen geleden uitgevaardigd en werd, ondanks de moeilijkheden om de oversteek van de ene bank naar de andere te verwezenlijken, uitgevoerd op een zodanige wijze dat onze bewegingen voor de vijand verborgen bleven.”

 

Maar al deze bewegingen werden wel door de Italianen opgemerkt, want generaal Diaz vermelde in zijn  communiqué van 23 juni: "van de Montello tot aan de zee is de vijand, verslagen en onder druk  gezet door onze dappere troepen,  opnieuw  in wanorde de Piave aan het oversteken".

 

Hiermee eindigde het Piave offensief, en werd het prestige van het Italiaanse leger dat na de slag bij Caporetto een ernstige deuk had moeten incasseren volledig hersteld.Op het einde van juni vielen er zware woorden in het Hongaars parlement, de Hongaarse eerste minister Wekerle moest toegeven dat het Oostenrijks-Hongaarse leger 100.000 (andere bronnen spreken van 150.000) man had verloren. Plots werd hij onderbroken door afgevaardigden die naar hem schreeuwden: "hoeveel Hongaren?" Later bleek dat het merendeel van de 100.000 mannen die ze hadden verloren aan de Piave Hongaren waren! Precieze informatie over het aandeel van de diverse nationaliteiten binnen het Kaiserlich und königlich leger van de Dubbelmonarchie Oostenrijk-Hongarije was er niet, maar de beschrijvingen van de slag toonden aan dat de Hongaren in het centrum van de strijd zaten! De Hongaarse regimenten werden  opgeofferd. De op de Piave geleden nederlaag bezorgde het keizerrijk Oostenrijk – Hongarije het nekschot, deze militaire catastrofe zou de ontbinding van de dubbele monarchie bespoedigen.

 

Meer artikels
2de Regiment Gidsen. 30-03-2015
Halen België.

Na hun deelname aan de slag van Halen op 12 augustus 1914, als onderdeel van de Brigade Gidsen van de Eerste Cavaleriedivisie (onder bevel van Luitenant-Generaal De Witte) verzekerde het 2de Regiment Gidsen de achterhoede van het leger.

lees meer ...
Ijskoude Black Watch Soldaat. 29-01-2018
Black Watch Corner Zonnebeke België.

De Highlander op Black Watch Corner werd afgebeeld met het Britse standaardwapen: met een Schort Magazine Lee-Enfield (S.M.L.E.) rifle No.1 Mk I.

lees meer ...
Montsec American Memorial. 10-09-2018
Butte de Montsec ( Montsec) Frankrijk.

De woorden: “Their Devotion their Valor and their Sacrifices will live Forever" (Hun toewijding hun moed en hun offers zullen voor altijd leven") staan te lezen op het monument.

lees meer ...