San Biagio di Callalta Italië.
Sacrario Militare di Fagarè della Bataglia.
San Biagio di Callalta Italië.

Langsheen de 220 kilometer lange Piave rivier zijn nog heel wat sporen uit de Eerste Wereldoorlog te zien. Deze rivier ontspingt in de Alpen en stroomt dan over het vlakke land van Veneto naar Venetië om daar in de Adriatische Zee uit te monden. Een jaar lang, van november 1917 tot november 1918, werd op en rond deze rivier met zijn ijskoude water keihard gestreden.

 

In juni ‘ 18 (15 juni tot 23 juni) werd de 2e Slag aan de Piave uitgevochten. De Duitsers drongen bij de Oostenrijks-Hongaarse legerleiding aan op een laatste aanval, ze hoopten om op die manier het Italiaanse leger definitief in de pan te hakken. Maar het Habsburgse leger stond er helemaal niet goed voor! De Oostenrijks-Hongaarse manschappen hadden honger en waren helemaal niet meer gemotiveerd. Hun Italiaanse tegenstanders waren dat wel nog, en die hadden bovendien versterking gekregen van Franse en Britse divisies. Het offensief brak uit in de nacht van 15 op 16 juni. Met de helft van haar manschappen probeerde het Habsburgse leger om in het berggebied op te rukken. Maar al na een dag bleek dat dit niet zou lukken. De andere helft van de Habsburgse strijdkrachten  vielen meer ten zuiden aan, in het vlakke stroomgebied van de Piave. Er werd verbeten gevochten. Acht dagen later, op 23 juni, was de strijd gestreden. Voor de belagers resulteerde de aanvalsactie in een fiasco! De Italiaanse overwinning was er mede te danken aan de plotselinge hoge waterstand van de rivier, die bemoeilijkte het oversteken.

Bij wat in Italië de Slag van de zonnewende heet, kwamen in één week tijd naar schatting 85.000 Italiaanse en 150.000 buitenlandse manschappen om het leven. Massa's lijken werden met de stroom meegesleurd. De verloren veldslag was een heel zware opdoffer voor het Oostenrijks-Hongaarse Keizerrijk, het betekende ook het keerpunt in de strijd aan het Italiaanse front.

 

 

Niet alleen de militairen hadden het hier zwaar te verduren, maar ook voor de mensen die aan de Piave woonden was dit een ellendige periode. Op de westelijke oever had men een strook van ongeveer twintig kilometer breed geëvacueerd. De Italiaanse bewoners werden naar andere delen van het Italiaanse koninkrijk gestuurd. De geëvacueerde burgers kwamen terecht in regio's als Sicilië, Calabrië en Sardinië, voor hen waren dat volkomen onbekende streken. Van elke familie mocht één persoon achterblijven om voor de paarden, ezels, koeien, varkens, geiten en het pluimvee te zorgen. Ondertussen werden heel wat van hun huizen, boerderijen en kerken in puin geschoten.
Op de oostelijke oever waren de gevolgen van het oorlogsgeweld nog erger. Daar bevond  zich een hongerige en plunderende vijand! De Habsburgse en Duitse militairen trokken de huizen binnen en namen dieren en alles wat eet- en drinkbaar was mee, maar ze pikten ook juwelen, kleren, meubels….  Heel wat burgers sloegen op de vlucht. Voor de achterblijvers gold dat elke familie één koe mocht houden. Dat betekende vaak dat een moeder, haar kinderen en de grootouders moesten leven van een beetje melk en kaas. Veel jongemannen en vaders dienden in het leger, dat betekende dat de overblijvende oudere mannen, met hulp van de vrouwen, het land moesten bewerken. De honger was zó erg dat de burgers zelfs gras aten! In Valdobbiadene, nu het bruisende hoofdstadje van de bubbelwijn Prosecco, staat een gedenksteen ter herinnering aan de 484 dorpelingen die hier van honger omkwamen. Maar naast de plunderingen en het hongerlijden was er ook nog het geweld.
Na de oorlog liet een lokale pastoor optekenen dat de bezetters 'barbaren' waren! Wreedaards die constant achter jonge vrouwen aanzaten en dat zeven of acht gewelddadige soldaten hen onder bedreiging van wapens de hele nacht verkrachtten. Als de vrouwen en meisjes zich durfden te verzetten dan werden zij en hun ouders geslagen en gestompt.

 

‘De Slag van de zonnewende’ inspireerde een muzikale postambtenaar in Napels tot het schrijven van het lied: 'De legende van de Piave'. Onder de schuilnaam E.A. Mario schreef en componeerde Giovanni Gaeta  het lied op marsmuziek. Het handelde over de pijnlijke nederlaag bij de Isonzo en het klinkende succes bij de Piave. Het eerste couplet luidde als volgt:

 

“De Piave fluisterde kalm en bedaard onder de oversteek van de eerste infanterie op 24 mei; het leger marcheerde naar de grens om een muur tegen de vijand op te trekken!

De soldaten staken die nacht in stilte over ze moesten zwijgen en voorwaarts gaan.

Ondertussen klonk van de geliefde rivieroevers gedempt en licht het gejuich van de golven.

Het was een zoet en gunstig voorteken.
De Piave fluisterde: De buitenlander komt er niet langs!”

 

Het muziekstuk werd al heel vlug een grote hit, ook bij de mannen aan het front. 'De legende van de Piave' was halverwege de jaren veertig, toen Italië het fascisme achter zich liet en een republiek werd, het nationale volkslied. Het wordt nu nog steeds gezongen tijdens herdenkingsplechtigheden betreffende de Eerste Wereldoorlog.

 

 

Een van de monumenten die de Italiaanse helden van de Piave herdenkt is de Sacrario Militare di Fagarè della Bataglia. Het knekelhuis in Fagarè eert de gevallen Italianen en de overwinning bij Vittorio Veneto. Al in 1919 werd hier een eerste monument opgericht. Het monument had een centrale obelisk met flankerende vleugels waarop vier marmeren patriottische reliëfs van Marcello Mascherini waren ingewerkt. In 1933-35 werd achter dit gedenkteken een ossuarium, in arcadestijl, gebouwd. Hier werden de stoffelijke resten van10.255 militairen die stierven in de gevechten aan de Piave, 1917-1918, in ondergebracht. De namen van de 5.204 mannen die konden geïdentificeerd worden vullen nu de gewelfde zalen die de centrale kapel flankeren. Boven het altaar van de kapel vinden we een mozaïek van Giovanni Spadea, het kustwerk kreeg de naam: ‘Biddende Engels’. Het gebouw zelf werd ontworpen door Pietro Del Fabro (die ook verantwoordelijk was voor de sacrario militare bij Trento). Tijdens de tweede Wereldoorlog vonden de Duitsers dat de patriottische marmeren reliëfs die op het oorspronkelijke Italiaanse monument van 1919 waren aangebracht te affronterend waren voor het Duitse leger. Daarom bevolen de Duitsers in 1943 dat het monument vernietigd moest worden. Maar toen de plaatselijke bevolking dit te horen kreeg verborgen ze vlug de vier reliëfs. Na de oorlog werden Mascherini’s werken op de muren van het Sacrario Militare aangebracht. Het afgebroken monument uit 1919 werd vervangen door een kleiner gedenkteken en herdenkt de doden van de Tweede Wereldoorlog.

 

 

 

Meer artikels
Quensoy Communal Cemetery Extension. 16-07-2018
Quesnoy Frankrijk.

De Britse militaire begraafplaats Le Quesnoy Communal Cemetery Extension ligt in de door Vauban vesterkte Franse stad Le Quesnoy.

lees meer ...
Franse loopgraven. 15-01-2018
Ablain-Saint-Nazaire Frankrijk.

Silence l' ennemie écoute.

lees meer ...
Soca 'Der Heldenfriedhof'. 21-03-2016
Soca Slovenië.

In het dorp Soča, achter de St. Joseph kerk, ligt het österreichisch-ungarische Soldatenfriedhof, in het Duits ook vaak betiteld als 'Der Heldenfriehof in Soča'.

lees meer ...