Belleau  Frankrijk.
Aisne-Marne American Cemetery 'Meridith JR'.
Belleau Frankrijk.

Belleau is een dorpje dat tien kilometer noordwestelijk van Château-Thierry gelegen is. De naam van het landelijk gelegen dorpje met iets meer dan honderd inwoners roept vooral in de Verenigde Staten droevige herinneringen op. In het bos van Belleau vond in juni 1918 een bloedig gevecht plaats. Op 3 juni 1918 bonden Amerikaanse mariniers hier in Belleau Wood de strijd aan met Duitse troepen. De 6e juni is de geschiedenisboeken ingegaan als de bloedigste dag die US Marines ooit hebben meegemaakt. Op één dag vielen 1.087 slachtoffers. Spreekt een Amerikaanse marinier over 6 juni, dan bedoelt hij 6 juni 1918 en zeker niet D-Day 1944 (6 juni 1944). De strijd in het bos bij Belleau duurde drie weken.

 

 

De Amerikaanse militaire begraafplaats ‘Aisne-Marne American Cemetery Belleau’ ligt vlak buiten het dorpje, het onderhoud van dit oord gebeurd door de "American Battle Monuments Commission". Hier rusten nu 2289 militairen, 251 van hen zijn niet-geïdentificeerd. Eind mei 1918 waren  driehonderdduizend Amerikanen op Franse bodem, een half jaar later, tegen het einde van de Eerste Wereldoorlog, waren dat er rond de twee miljoen. Onder de Amerikanen, die slechts zes maanden meevochten, vielen 116.000 doden en 205.000 gewonden. Alleen al in de gevechten rond Château-Thierry vielen 67.000 slachtoffers te betreuren. Veel van de Amerikaanse gesneuvelden werden overgebracht naar de Verenigde Staten. Op wens van de nabestaanden werden de militairen in het buitenland begraven of gerepatrieerd naar een militaire of gemeentelijke begraafplaats dichter bij huis. 

 

 

De begraafplaats in Belleau werd op mei 1937 ingehuldigd, en diende voor de Amerikaanse militairen die tijdens de Eerste Wereldoorlog hier in de buurt sneuvelden of overleden. De 170.000 m² grote begraafplaats werd aangelegd in de vorm van de hoofdletter “T”. De toegang wordt gedomineerd door twee grote witte pilaren met een boog. Op de voorzijde staat de Amerikaanse adelaar en de naam van de plaats ingegraveerd:

 

AISNE – MARNE
AMERICAN
CEMETERY

 

Via de lange laan van de begraafplaats kan men oprijden en de auto parkeren op de aparte aangelegde parkeerplaats bij het bezoekerscentrum. Langs deze laan staan platanen en polyantha-rozen. In het kleine bezoekerscentrum kan men vragen stellen aan de staf van de begraafplaats of een bericht achterlaten in het bezoekersboek. De begraafplaats bestaat uit twee grote percelen (A-B) en bevatten elk 13 rijen met hagelwitte grafstenen die afbuigen in een halve boog. De grafzerken hebben meestal de vorm van een Latijns kruis maar af en toen duikt er ook een op in de vorm van een Davidster. Aan het begin van de percelen A en B staan twee vlaggenmasten waar de Stars and Stripes van de Amerikaanse vlaggen trots en hoog boven de begraafplaats wapperen.

 

 

Centraal van dit herdenkingsoord, tegen de heuvel aan, staat de herdenkingskapel. Deze kapel in Romeinse stijl werd opgetrokken op de frontlinie waar de strijd van Belleau Wood zich in 1918 afspeelde. Boven de dubbele eikenhouten toegangsdeur staat te lezen: “THE NAMES RECORDED ON THESE WALLS ARE THOSE OF AMERICAN SOLDIERS WHO FOUGHT IN THIS REGION AND WHO SLEEP IN UNKNOWN”. Op de binnenwanden van het bedehuis staan de namen van de 1.060 vermiste Amerikaanse militairen die in dit gebied zijn gesneuveld maar geen gekend graf hebben. Ze werden in het beste geval begraven als onbekend of ze werden nooit terug gevonden en liggen nu misschien nog ergens op het slagveld. Op de vensterglazen verwerkt in loodramen staan ook de emblemen van de AEF (American Expedition Force) divisies die in deze regio vochten daaronder: I Corps, II Corps, 1st, 2nd, 3th , 4th, 26th, 28th, 32nd, 42nd, en 77th Division.

 

Eén van de Amerikanen die hier begraven ligt is private 1cl (soldaat 1e klas) George N. Meredith Jr. (845-Gun Crewman, Heavy Artillery). Hij  was ingedeeld bij het 76th Field Artillery Regiment  en stierf op 15 juli 1918. Het regiment waar George in diende werd in 1916 opgericht als een cavalerieregiment maar werd dan in 1917 omgevormd tot een veldartillerieregiment dat in Europa ingezet werd als onderdeel van de 3rd Division (3e divisie). Het 76th Field Artillery Regiment  lag gestationeerd in Fort Bliss, in Texas.  De eenheid werd toegewezen aan de 3e veldartilleriebrigade (3e divisie) en naar Frankrijk overgebracht in de lente van 1918. Aanvankelijk werd de eenheid ondergebracht op de trainingsgebieden van het kamp van Coetquidan in Frankrijk. Op 5 – 6 juli 1918 leidde het 76e Field Artillery Regtiment de 3e Field Artillery Brigade naar haar posities in de Marnesector van waaruit ze de troepen van hun divisie moesten ondersteunen, deze bevond zich op de rechterflank van het Franse XXXVIII korps. Tijdens de operaties van 31 mei tot 13 augustus ondersteunde het veldartillerieregiment haar divisie bij de verdediging van verschillende sectoren. Het Aisne-Marne-offensief, koste het regiment 104 gewonden en 19 doden. George N. Meredith Junior uit Alabama was één van die ongelukkigen, hij werd gedood door vijandelijk artillerievuur. George rust nu in Plot B Rij 3 Graf 15.

 

De VS had nog nooit zo ver van huis zo veel mannen verloren. De doden werden aanvankelijk allemaal begraven op tijdelijke begraafplaatsen in de buurt van waar ze gevallen waren. Het opsporen en het identificeren van de gesneuvelden eiste een serieuze inspanning. Dat moest allemaal nog gebeuren voor dat de uiteindelijke eindbestemming van hun stoffelijke resten bepaald werden. Zouden zij  huiswaarts gestuurd worden naar hun dierbaren  en familie of begraven  worden  in het buitenland, in vreemde bodem? Generaal Pershing en nog anderen begrepen heel goed dat dit een complexere en moeilijkere taak was dan bij eerdere conflicten waar de V.S. in betrokken was. In 1923 werd de American Battle Monuments Commission (ABMC) opgericht, die het beheer van het probleem op zich moest nemen. Maar de taak om de nabestaanden op de hoogte te brengen van het overlijden van een familielid, en hen de mogelijkheid te bieden om hun dierbaren naar huis te brengen en hen thuis in de V.S. te begraven bleef een taak van het leger. Bijna 40 procent van de nabestaanden vonden echter dat de doden bij hun kameraden moesten blijven liggen. Sommigen, de nabestaande van niet-geïdentificeerden of vermisten, hadden uiteraard die keuze niet.

 

Er werden toen acht Amerikaanse militaire begraafplaatsen aangelegd, verspreid over de gebieden waar de Amerikaanse troepen hadden gestreden. Op deze begraafplaatsen werden de verschillende tijdelijke begraafplaatsen samengevoegd. De ABMC zorgde ook voor faciliteiten waar men de Amerikaanse doden voor altijd kon eren. De ABMC vervult hier vandaag nog steeds haar missie met de zelfde passie en toewijding als in de aanvangsjaren.

 

 

Wanneer een Amerikaans militair zijn leven liet in de strijd dan werd de familie zo spoedig als mogelijk op de hoogte gebracht. De moeders van de gesneuvelden waren gekend als de "Gold Star Mothers" en plaatsten vaak een gouden ster aan hun huisvenster of naaiden één ster op hun mantels, een symbool van verlies en rouw maar ondanks alles toch ook vaak een teken van trots! Hopelijk voor hen bleef het bij één ster! Na de oorlog bood men deze moeders de mogelijkheid aan om naar Frankrijk en België te reizen en het graf van hun omgekomen zoon te bezoeken. In 1929 keurde het Amerikaanse Congres de wet goed dat de minister van oorlog de machtiging gaf om Europese pelgrimages te organiseren voor moeders en weduwen van leden van het leger en de marine van de Verenigde Staten die in dienst stierven, tussen 5 april 1917 en 1 juli 1921, en in Europa begraven lagen. Tegen 31 oktober 1933, toen het bedevaartproject eindigde, hadden 6,693 vrouwen deelgenomen aan de pelgrimstocht. De verhalen van enkele van deze vrouwen en hun bedevaarten zijn vandaag levend gehouden in de begraafplaatsen die zij bezochten. Eén van hen was de moeder van George N. Meredith, zij kwam helemaal uit Anniston (Alabama) om het graf van haar zoon op de begraafplaats van de Aisne-Marne te bezoeken en er het verhaal van haar zoonlief te vertellen.

 

Meer artikels
The Indian Memorial. 21-09-2015
Neuve-Chapelle Frankrijk.

Tegen de herfst van 1914 was het Britse expeditieleger (BEF) door de gevechten van in de zomer zodanig verzwakt dat het Britse leger een beroep moest doen op haar bestaande militaire eenheden in zijn Indiase kolonie.

lees meer ...
Poelcapelle British Cemetery 'Pte J. Condon age 14'. 18-05-2015
Poelkapelle (Langemark-Poelkapelle) België.

De story van John Condon is er één met heel wat vraagtekens!

lees meer ...
Hexenweiher Friedhof. 25-06-2018
Tête des Faux Frankrijk.

De Tête des Faux (in het Duits Buchenkopf) is een van de hoogste bergtoppen in de Vogezen,1208 meter.

lees meer ...