Guerbigny ( Montdidier) Frankrijk.
Guerbigny Monument aux Morts.
Guerbigny ( Montdidier) Frankrijk.

Op 5 april 1918 viel het Duitse lenteoffensief, van 21 maart 1918, (ook gekend als de Keizerslag) op ongeveer 10 kilometer voor Amiens stil. Het was de Duitsers weer niet gelukt om een beslissende slag te slaan. Het resultaat was een grote uitstulping in de frontlijn tussen de plaatsen Arras en Montdidier. Die uitstulping moest nu verdedigd worden in aanzienlijk zwakkere stellingen dan die van de uitgangspositie aan de Hindenburglinie, daarom trokken de Duitsers nog een paar keer in de aanval. In april was dat tegen de Britten tussen Armentières en Ieper en in mei dan tegen de Fransen aan de Chemin-des-Dames. De Britse en Franse troepen kregen het hard te verduren, ze kraakten maar braken niet! Ondertussen kwamen de Amerikaanse versterkingen aan in Frankrijk, vanaf de zomer van 1918 zouden ze arriveren in een niet te stuiten stroom van 10.000 man per dag. De Britse en Franse oorlogsindustrie bleef op volle kracht draaien om de materiële verliezen goed te maken, dat terwijl de Duitse productie moeilijkheden vertoonde. Op 18 juli 1918 openden de Fransen met aanzienlijke steun van de Amerikanen een tegenoffensief en dreven tijdens de Tweede Slag aan de Marne de Duitsers weer bijna terug naar hun uitgangspositie aan de Chemin-des-Dames. Het leek erop dat men aan het Westelijkfront het definitieve keerpunt in de oorlog had bereikt.

 

Tijdens de hectische dagen van de Keizerslag had men eindelijk besloten dat de geallieerde legers onder een gezamenlijk commando gingen vechten. De Franse generaal Fredinand Foch ( op 6 of 7 augustus 1918 bevorderd tot Maréchal de France) Tarbes, 2 oktober 1851 – Parijs, 20 maart 1929) werd aangesteld als de opperbevelhebber. Foch maakte volop plannen en bezocht alle geallieerde legers en spoorde iedere bevelhebber aan om in de aanval te gaan. Eind juli kwam de Britse opperbevelhebber veldmaarschalk Douglas Haig na beraadslaging met generaal Henry Rawlinson, de bevelvoerder van het Britse Vierde Leger, met de propositie om aan te vallen bij Amiens. Dat kon een gemeenschappelijk offensief worden samen met de Fransen.

 

Tot het Britse Vierde Leger behoorden vijf Australische divisies. In de plannenmakerij voor Amiens kwam naar voren dat een Britse aanval alleen succesrijk werd geacht als het Canadese Korps werd overgeheveld naar het Vierde Leger. De troepen van de Britse eilanden waren te zeer uitgeput en de aanval moest daarom worden uitgevoerd door de geharde vechters uit de dominions. In het grootste geheim werden de Canadezen vanuit de sector rond Arras overgebracht naar het front bij Amiens. Aan de Aussies en de Canucks (bijnaam voor een Canadees die vooral wordt gebruikt door Canadezen zelf om hun nationaliteit te benadrukken) werd de opdracht gegeven om de doorbraak door de Duitse stellingen te bewerkstellingen. De Britten en de Fransen dienden op de flanken te opereren van het ruim 20 kilometer brede front tussen Morlancourt in het noorden en Moreuil in het zuiden.

 

 

Het aanvalsplan omvatte van noord naar zuid de volgende troepen:

  • Het Britse IIIe Korps met de 12e, 18e en 58e divisies, ten noorden van de rivier de Somme;
  • Het Australische Korps tussen de Somme en de spoorlijn van Amiens naar Chaulnes. In deze sector lag tevens de weg van Amiens naar Saint-Quentin;
  • Het Canadese Korps tussen de spoorlijn en de weg van Amiens naar Roye. In deze sector stroomde het riviertje Luce;
  • Het XXXIe Korps van het Franse Eerste Leger van generaal Maurice-Eugène Debeney ten zuiden van de weg tussen Amiens en Roye. Het leger van Debeney was door Foch onder Brits bevel geplaatst.

 

Het Britse leger beschikte nog over drie cavaleriedivisies, en daarom was ook het gedoodverfde idee om na een doorbraak van de eerste linie op te trekken met de paarden nog steeds present. Maar van veel groter belang was de inbreng van het gehele Britse Tank Corps dat met circa 430 aanvalstanks zoveel mogelijk de weg voor de infanterie moest vrijmaken. Meer dan de helft van de tanks bestond al uit het nieuwe model de ‘Mark V’. In de nacht voorafgaande aan de aanval werden ze zo stil als mogelijk naar de hun aangewezen posities, net achter de frontlijn, gebracht. De Duitse tegenstand werd gevormd door het Tweede en Achttiende Leger, respectievelijk onder het bevel van de ervaren generaals Georg von der Marwitz en Oskar von Hutier.

 

De aanval kwam tot stand op 8 augustus 1918, om 04u20 barste de inleidende artilleriebeschieting los op de Duitse troepen. De artilleriebarrage werd vervolgens naar voren opgeschoven en direct daarna, brak in de ochtendmist, de strijd los. Met de tanks die dienden als stormram braken de Australiërs en Canadezen door de eerste Duitse linies. Toen rond 9 uur de mist optrok kwam ook de luchtmacht in actie. De infanterie viel aan op de manier van de Duitse stormtroepen, de aanvallers hadden veel verantwoordelijkheid bij het kiezen van hun doelen. De Duitsers hadden het moeilijk, hun artilleriestellingen werden platgewalst en achtergelaten en de geallieerden veroverden honderden stukken geschut. Aan het einde van de dag bedroegen de geschatte verliezen van het Duitse Tweede Leger al 27.000 man. Niet alleen dood, gewond of vermist maar een groot deel had zich overgegeven. In de Canadese sector werden gevangengenomen Duitsers per trein afgevoerd. In één dag waren de Australiërs en Canadezen meer dan 10 kilometer opgerukt. Dit groot succes kwam in feite onverwachts en men had weeral geen uitgewerkte plannen voor de voortzetting van de strijd. De dag had bovendien ook zijn tol geëist, dat niet alleen aan mannen maar ook aan middelen. De artillerie moest naar voren worden geloodst en de meeste tanks waren uitgeschakeld. De Duitsers stuurden versterkingen waardoor de opmars vertraagde. Het Duitse leger kon vanaf 8 augustus alleen nog maar verdedigen in de hoop dat de geallieerden ook niet konden zegevieren. Van 9 tot 11 augustus werd nog getracht om door te drukken en om zo uiteindelijk de stad Péronne te veroveren, iets wat opperbevelhebber Foch graag had gezien. Maar de vooruitgang was te klein, de Duitse tegenstand werd sterker en na beraad tussen de geallieerde legerbevelhebbers werd het offensief op 11 augustus gestopt. De officiële verliescijfers voor het Britse Vierde Leger bedroegen ruim 22.000 man (dood, gewond, vermist). De Franse verliezen waren nog hoger en werden op ruim 24.000 man geschat. De lessen van voorgaande jaren waren blijkbaar ter harte genomen, men wou niet meer ten koste van grote verliezen doorgaan, maar men verkoos om op een andere plaats een nieuw en goed voorbereid offensief te openen. Succes heeft altijd vele vaders, de Britten wezen dan naar generaal Rawlinson, maar volgens de Australiërs was de Australische generaal Monash toch de man achter de gevolgde tactiek bij Amiens. De geallieerde opmars was beslist nog geen onbelemmerde zegetocht. Pas op 1 september werd Péronne door de Australiërs veroverd. De Canadezen deden er nog meer dan een maand over om op 9 oktober uiteindelijk het centrum van Cambrai te bereiken.

 

Ten onrechte werd maar weinig geschreven over de Franse inzet tijdens het offensief bij Amiens. Op de zuidelijke flank van het offensief moesten de meeste Franse divisies meestal wel als eersten de rivier de Avre oversteken, achter de rivier lagen al de eerste linies Duitse. Het was geen ideaal terrein om met hun Franse Renault FT-17 tanks te manoeuvreren. Na de grote materiële verliezen tijdens de Tweede Slag aan de Marne waren er nog slechts 90 beschikbaar. De 22-jarige onderluitenant Joseph Tézenas du Montcel van de 15e koloniale divisie van het Franse Eerste Leger beschreef enkele gebeurtenissen van bij de oversteek van de Avre in zijn oorlogsherinneringen ‘L’Heure H’. Onderluitenant du Montcel schreef: “Omdat een loopbrug over de rivier te kort was om op beide oevers te rusten, werd die ondersteund door een half dozijn Senegalezen die tot in hun nek in het water stonden. Een peloton Senegalezen had na de oversteek een Duitse mitrailleurpost bestormd met de bajonet op het geweer en werd neergemaaid. De Duitsers stonden na hun laatste kogel te hebben verschoten met hun handen in de lucht, doodsbang te worden afgemaakt.” Tézenas du Montcel moest ze in bescherming nemen.

 

Aan de noordkant van het Franse aanvalsterrein werden op 8 augustus drie divisies van het XXXIe Korps ingezet. De Franse attaque begon daar met een artilleriebeschieting die 45 minuten duurde. De divisies opereerden ten zuiden van de Canadezen langs de weg naar Roye en zaten aan de goede kant van de Avre. In de ochtend van 8 augustus werd Moreuil ingenomen door la 66e division d'infanterie (Franse 66e Inf. Divisie). Met zicht op de Canadese voortgang boekten eenheden van het XXXIe Korps een terreinwinst van 3 tot 8 kilometer op de eerste dag. Maar de Fransen opereerden wel voorzichtiger dan de Canadezen, ze volgden en beschermden de flank. De verliezen van de Fransen werden op de eerste dag op minder dan 2.000 man geschat, de meesten vielen in de meest noordelijk opererende 47e division d'infanterie. Generaal Debeney bracht geleidelijk aan zijn acht beschikbare divisies van het Franse Eerste Leger in stelling en het front breidde zich naar het zuiden uit tot aan Montdidier. De totaal verwoeste stad werd op 10 augustus ingenomen. Ook de eenheden van het zuidelijker staande Franse Derde Leger van generaal Georges Humbert werden in de strijd gegooid. Behoedzaam of niet, de Fransen leden toch wel aanzienlijke verliezen en die werden niet alleen veroorzaakt door de wegtrekkende Duitsers te achtervolgen. Op 11 augustus werden de oude loopgraven van 1916 bereikt en was er bijna tweemaal zoveel terrein heroverd dan door het Britse Vierde Leger.

 

 

Dat alles zorgde ervoor dat de Duitse Generaal Erich Ludendorff (Kruszewnia, 9 april 1865 –Tutzing, 20 december 1937) het geloof in een Duitse Endsieg (eindzege) volkomen kwijt was gespeeld en sprak dan ook over deSchwarzer Tag des deutschen Heeres’ (Zwarte Dag van het Duitse leger). De Slag bij Amiens leidde tot het zogenoemde Honderddagenoffensief. Van 8 augustus tot de wapenstilstand van 11 november rukten de geallieerden flink op, ze bevrijdden grote delen van Noord-Frankrijk en België en joegen het verzwakte, uitgeputte en gedemoraliseerde Duitse leger voor zich uit. Om de krijgsgevangenschap te vermijden vluchtte een deel van het Duitse leger via de Nederlandse provincie Limburg naar het Duitse Rijk. Nederland besloot om een oogje dicht te knijpen.

 

Het Duitse leger was militair verslagen, maar toch kreeg niet het leger maar de burgerlijke regering de schuld. Dit kwam Erich Ludendorff, die behalve een bekwame generaal ook een politieke intrigant was, goed uit. De keizer maakte plaats voor een burgerlijke regering, die nu met de geallieerden over vrede moest gaan onderhandelen. De burgerlijke regering kreeg de schuld van de wapenstilstand en het vernederende verdrag van Versailles in de schoenen geschoven, dat was de zogenaamde dolkstoot dat extreemrechts de mogelijkheid gaf om politieke tegenstanders voor landverraders uit te maken. Ludendorff maakte met andere woorden de opkomst van de nazi’s mede mogelijk.

 

 

Geschat wordt dat de Duitse verliezen in de vier dagen in strijd bij Amiens 75.000 man bedroegen (dood, gewond, vermist, krijgsgevangen). Dat zijn zeker grote aantallen, maar niet uitzonderlijk voor de veldslagen in de Eerste Wereldoorlog. Op de eerste dagen van de Keizerslag leden de Britten zelfs veel grotere verliezen. Brigadegeneraal James Edmonds, de officiële geschiedschrijver van de Britse militaire operaties, vond dat 8 augustus 1918 dan ook niet als de zwarte dag van het Duitse leger moest worden beschouwd. De Fransen van hun kant spraken van ‘Le jour de deuil’ (rouwdag), voor het Franse leger vond die dag plaats op 22 augustus 1914, toen verloren ruim 25.000 van hun manschappen het leven. En de Britten hadden ook nog altijd een trauma te verwerken, de eerste dag aan de Somme in 1916 telden ze bijna 60.000 slachtoffers waarvan 20.000 dodelijk. Het was vooral het gemis aan moreel dat generaal Ludendorff dwars zat, de Duitse troepen hadden niet allemaal tot de laatste kogel gevochten maar hadden zich in zijn ogen te snel overgegeven. Dat was voor hem de ware reden om over een ‘Schwarzer Tag’ te spreken. Dat negatieve gebeuren had bij hem toch iets emotioneels teweeggebracht, voor het eerst sprak Ludendorff het woord wapenstilstand uit! Doch dat was nog niet voor direct, de aanvraag daarvoor zou pas begin oktober daadwerkelijk plaatsvinden.

 

 

 

 

 

Meer artikels
Bullecourt Cross Memorial. 01-05-2017
Bullecourt Frankrijk.

We hebben de Duitsers gisteren vast verdriet gedaan, plus het feit dat er maar weinig  krijgsgevangen werden genomen ( onder wie twee majoors) wijst erop hoe bitter de strijd was.

lees meer ...
Ploegsteert Memorial. 04-06-2018
Ploegsteert (Comines-Warneton) Belgiƫ.

Het Ploegsteert Memorial is een Brits monument dat 11.447 Britse militairen herdenkt die in de omgeving sneuvelden, maar geen gekend graf hebben.

lees meer ...
Berles New Military Cemetery. 16-01-2017
Berles-au-Bois Frankrijk.

Berles New Military Cemetery  ligt in de Franse gemeente Berles-au-Bois (Pas-de-Calais).

lees meer ...