Chipilly Frankrijk.
58th London Division Memorial.
Chipilly Frankrijk.

Op 8 augustus 1918, tijdens de slag bij Amiens, rukten eenheden van de territoriale 58th (2/1st London) Division (58e divisie) van het Britse IIIe Korps enkele kilometers ten noorden van de rivier de Somme op.  Tijdens de nacht van 8 augustus bleef de situatie aan het front van het IIIe Korps ongewijzigd, behalve aan de rechterkant, waar de geavanceerde eenheden van de 58e divisie werden teruggetrokken naar de oostelijke rand van Malard Wood.

 

De drie divisies van het IIIe Korps, die op 8 augustus betrokken waren in zware gevechten, werden als onvoldoende sterk beschouwd om zonder hulp hun doel te kunnen bereiken. Daarom zouden ze versterking krijgen van het 131st U.S. Infantry Regiment dat deel uitmaakte van de Amerikaanse 33e divisie. In feite was het niet de bedoeling om deze eenheid in te zetten in offensieve operaties en daarom bevond het regiment zich op haar kampement nabij Heilly aan de Ancre, dat lag op enige afstand achter het slagveld. Het was de bedoeling om de activiteiten aan het front van het III Corps al vroeg in de ochtend van 9 augustus te hervatten, maar wegens de onmogelijkheid om de Amerikanen tijdig naar het front over te brengen werd het uur van de aanval opgeschoven naar 17u30. De heuveluitloper van Etinchem werd geschrapt uit de doelstellingen van de dag.

 

Voor de hoofddoelstelling gelegen bij Gressaire Wood, Tailles Wood en de buitenste verdedigingslinie van Amiens die zich uitstrekte van Tailles Wood tot aan het noordwaarts gelegen Dernancourt werden van rechts naar links de volgende troepen ingezet:

  • het 131e Amerikaans infanterieregiment,
  • de 175e brigade (min het 2/10th Bn. London) van de 58e Divisie, maar wel versterkt met het 2/8e Bn. London Regiment (174e brigade – 58e divisie) en het 5e(Service) Battalion, Princess Charlotte of Wales's (Royal Berkshire Regiment) van de 36e Infanterie Brigade (12e divisie)
  • de 37e Infanterie Brigade ( 12e divisie)

 

De 58e divisie kreeg ook 12 tanks van het 10e Mark V tankbataljon toegewezen, de 12e divisie kreeg acht tanks in steun. De Amerikanen stonden onder het bevel van de commandant van de Britse 58e divisie.

 

In combinatie met deze hoofdaanval moest de 174e brigade (min één bataljon), de 173e brigade, en het 2/10e bataljon London van de 175e brigade Chipilly en de heuvelkam van Chipilly aanvallen en zo de rechterflank van de Australiërs beschermen.

 

Chipilly moest dus op 9 augustus om 17u30 (andere bronnen vermelden 17u50) aangevallen worden. De Australiër en bevelhebber van de 1st Infantry Brigade ( 1e Australische infanteriebrigade) Iven Giffard Mackay, toen tijdelijk aangesteld als brigadegeneraal, vroeg of  een Australische patrouille van het 1e bataljon over de rivier gestuurd kon worden, maar dit verzoek werd geweigerd. Toch haastte een zeskoppige Australische patrouille zich naar het dorp, hoewel ze van op de heuvelrug ten noorden van het dorp hevig onder vuur werden genomen geraakten ze toch ongedeerd door het dorp. Op dat moment hadden de Aussies drie Duitse posten aangevallen en 31 Duitsers gevangen genomen. Zij overhandigden de gevangenen aan de aangekomen Britse troepen en namen vervolgens nog eens 9 Duitsers gevangen en maakten er ook twee mitrailleurs buit. Op dat ogenblik arriveerden via de ruggengraat van Chipilly Ridge (heuvelrug) ook Amerikaanse troepen van het 131e infanterieregiment, zij dachten dat de Aussies en hun Duitse krijgsgevangenen allen Duitsers waren en vuurden op hen met Lewismitrailleurs. Uiteindelijk zouden de Duitsers de heuvelkam verlaten.

 

Ondertussen werd de opmars van de 174e en 173e brigade opgehouden door het vijandelijk vuur, als gevolg daarvan leed het Amerikaanse bataljon zware verliezen op haar rechterflank. De brigades bereikten de verzonken weg die ten noorden van Chipilly liep. Maar ze waren niet in staat om verdere vooruitgang te boeken, ze werden er afgeblokt door het vijandige enfilade mitrailleurvuur dat afkomstig was van op de terrassen gelegen ten noorden van Chipilly. Maar de mannen van het 2/10e London bataljon slaagden er wel in om zich een weg te banen door Chipilly en de noordelijke rand. Zij vielen  de Duitse mitrailleurposten op de terrassen aan via de flanken en in hun rug. Vervolgens werd het bataljon tijdelijk opgehouden door mitrailleurvuur afkomstig vanuit de vallei ten noordwesten van de heuvelrug van Chipilly. Gelukkig kwam een compagnie Amerikanen hen daar ter hulp, en konden ze de Duitsers uit de vallei verdrijven. De Australiërs namen opnieuw 30 Duitsers gevangen, en beveiligden nadien de dorpskern van Chipilly. Dekromme beweging was uiteindelijk succesvol afgelopen, en de vijand werd vanaf de terrassen verdreven. Dit succes zorgde ervoor dat bijna de gehele heuvelrug van de Chipilly veroverd werd.

 

De hoofdaanval naar Gressaire Wood, Tailles Wood en de buitenste verdediging van Amiens, in Noord oostelijke richting, werd gelanceerd op een front van ongeveer 7000 meter en was volledig geslaagd. De onstuimige Amerikanen, geleid door kolonel J.B. Samborn, hadden ermee voor gezorgd dat de doelen rap bereikt werden.

 

In 1962 schreef historicus Barrie Pitt (1918-2006) dat toen over het Britse frontgedeelte sprake was van ‘een uitgesproken gebrek aan geestdrift bij de troepen’ De terreinwinst van het IIIe Korps op 11 augustus was dan ook bescheiden. Toch waren de verliezen van het korps met ruim 6.200 man groter dan van de Australiërs.

 

 

In Chipilly staat nu midden het dorp een monument ter nagedachtenis van de mannen die hier sneuvelden op 8 en 9 augustus’ 18, bij de verovering van het dorp. Het monument van 58e Britse divisie wordt ook wel eens het monument van de Britse artillerist genoemd. De inscriptie onderaan het monument geeft aan dat de 58e (London) divisie een van de weinige Engelse divisies was die meestreed met het Franse leger en de Australische en Canadese legerkorpsen.

 

 

Dit aansprekende monument toont ons een Britse artillerist die een gewond of stervend paard in zijn armen neemt en het probeert te troosten nadat hij het gareel heeft afgenomen. De Eerste Wereldoorlog was de laatste oorlog waarin het paard een prominente rol speelde. Het monument is een passende herdenking aan de vele ‘war horses’ die in de oorlog omkwamen. In de strijd om Amiens verloren 1800 paarden het leven. Het beeld dat in 1922 werd onthuld werd bedacht door de Franse beeldhouwer Henri Désiré Gauquié (1858-1927). Gauquié werd geboren in de oude Franse dorp van Flers-les-Lille ten oosten van Lille (Rijsel).

 

Meer artikels
'Angelo della Carità' Cimitero degli Eroi. 21-08-2017
Aquileia Italië.

Het Italiaanse Aquileia is een Oud-Romeinse stad gelegen in de provincie Udine.

lees meer ...
Bailleul Communal Cemetery Extension Nord. 01-06-2015
Bailleul Frankrijk.

In het voorjaar van 1915 hadden de Duitsers opnieuw geprobeerd om bij Ieper een doorbraak te forceren.

lees meer ...
Site John McCrae 27-04-2015
Boezinge (Ieper) België.

De inscripties verraden de (oorspronkelijke) functie van het bouwwerk, namelijk een "Orderly Room" van de "Royal Engineers Field Companies", als het ware dus een soort commandopost van de genietroepen.

lees meer ...