Saint-Quentin Frankrijk.
Nécropole Nationale de Saint-Quentin.
Saint-Quentin Frankrijk.

Tussen Saint-Quentin en Péronne ligt de Mont Saint-Quentin. Deze heuvel kijkt uit over de rivier de Somme en ligt ongeveer 1,5 km ten noorden van de stad Péronne. Deze 100 meter hoge heuvel domineerde tijdens de oorlog de regio. Deze plaats was een ideaal observatiepunt, maar ook haar ligging was van strategisch belang. Het werd dan ook met man en macht verdedigd door de Duitsers tijdens de zomer van 1918, want het was een belangrijk Duits militair bolwerk in de verdediging van de stad Péronne.

 

De aanval op Mont Saint-Quentin zou een onderdeel worden van de geallieerde tegenoffensieven aan het westelijk front in de late zomer van 1918. Dat gebied werd gecontroleerd door het Duitse 51e Legerkorps dat deel uitmaakte van de Heeresgruppe Boehn  van generaal Max von Boehn. Sinds de tegenaanval van de Geallieerden op 8 augustus 1918 overspoelden de Australische troepen de vallei langs de Somme en dreven ze de Duitsers terug tot op hun vroegere verdedigingslinies van 1916.

 

 

Australische troepen van de 2e Australische divisie staken de Somme over in de nacht van 31 augustus. Tijdens de eerste aanval maakten ze zich meester van de Mont Saint-Quentin, in minder dan geen tijd bemachtigen 8 Australische compagnieën één van de meest formidabele posities aan het Westfront. Doch de Duitse tegenaanval liet echter niet op zich wachten en dwong de Australische troepen terug tot in de loopgraven. De volgende morgen, op 1 september ’18, werd de aanval opnieuw ingezet. Een brigade kreeg de opdracht om de heuvel in te nemen terwijl een andere zich moet concentreren op het zuidelijke stuk. Tijdens diezelfde ochtend van de 1e september verzamelden de vier compagnies van het 21e Australische Infanteriebataljon zich hier voor een aanval op de Duitse stellingen op de Mont Saint-Quentin. Om 18u00 kwam een bericht van kapitein James Sullivan, bevelhebber van een van de compagnies, waarin hij zei dat ze de zuidelijke rand van Mont-Saint-Quentin bereikt hadden. Na zware gevechten en grote artillerieondersteuning moesten de Duitsers zich uiteindelijk terugtrekken. De Mont Saint-Quentin was definitief veroverd De gevechten verplaatsen zich verder richting de stad Péronne.

 

De Slag om de Mont Saint-Quentin bekleedt nog steeds een vooraanstaande plaats in het Australisch collectief geheugen. De gevechten die toen plaats vonden op het einde van de zomer van 1918 (van 29 augustus tot 2 september) leden  tot het verlies van om en bij de 3000 Australische militairen. Dit gevecht had de bevrijding van Péronne tot gevolg en de gevangen name van 2.600 Duitsers. Deze episode wordt in Australië gevierd als één van de voorbeeldwapenfeiten binnen het Australische legerkorps. Drie militairen van de Australische 2e divisie werd hier onderscheiden met en Victoria Cross:

  • Albert David Lowerson, 21st Battalion.
  • Robert MacTier, 23rd Battalion.
  • Edgar Thomas Towner, 2nd Machine Gun Battalion.

 

De stad Saint-Quentin zelf werd vanaf 28 augustus 1914, hoewel op 29 en 30 augustus 1914 nog hevige gevechten plaatsgevonden in de voorsteden, een bezette stad die herhaaldelijk door Keizer Wilhelm II bezocht werd. Het hoofdkwartier van het 2e Duitse leger was hier tot februari 1917 gevestigd. De stad werd verduitst, straten kregen Duitse namen, goederen en materialen werd opgevorderd en de industrieën van Saint-Quentin werden gedeeltelijk ontmanteld. Burgers werden opgeroepen om te werken in de velden en om andere taken uit te voeren. Vanaf 1916 werd de stad geïntegreerd in de Siegfriedlinie. Na de evacuatie van de bevolking in maart 1917, zouden de gevechten uiteindelijk de stad verruïneren. Tot nu toe was de stad slechts nu en dan getroffen door luchtbombardementen die gericht waren op de wijk van het station, maar vanaf de lente van 1917 werd de stad regelmatig bestookt door Frans en Brits artillerievuur. Op 1 oktober 1918 trokken de Franse eenheden van generaal Marie-Eugène Debeney (bevelhebber van het 1e Franse Leger) de desolate stad binnen. Volgens het officiële cijfer was 60% van de stad vernietigd, maar in werkelijkheid was bijna geen enkel huis nog bewoonbaar. De terugkeer van de bevolking verliep langzaam en geleidelijk, op 1 januari 1919 telde men er 253 inwoners, in juli 10.000 en in november ’19 waren er al weer 15.000 bewoners.

 

 

Het Franse nécropole (necropolis) nationale van Saint-Quentin werd aangelegd in 1923, dat om de graven van de vele kleine Franse militaire begraafplaatsen in de stad en uit de regio te groeperen. Deze 17.685 m² grote begraafplaats die ten westen van de stad ligt werd in 1934 en in 1935 herschikt. Hier rusten nu 4.947 oorlogsslachtoffers, 1.319 van hen werden begraven in massagraven. Er liggen ook 2 Roemenen en 117 Russen. In 1954 herbegroef men hier ook 207 Fransen die gedood werden gedurende de Tweede Wereldoorlog, zij werden naar hier overgebracht vanuit verschillende streken van de Aisne.

 

 

 

 

Meer artikels
The Beach Cemetery'The Man with a Donkey'. 11-05-2015
Ariburnu Turkije.

The Beach cemetery bevind zich in het gebied dat in 1915 bekend was als Hell Spit, het situeert zich aan de zuidelijke punt van Anzac Cove, de graven liggen tussen de Kelia - Suvla Road en het strand.

lees meer ...
'Onze Lieve Vrouw van Lourdes' Bunker. 15-06-2015
Klerken (Houthulst) België.

Klerken werd al in de begindagen van de oorlog grotendeels verwoest.

lees meer ...
Pax-poort en 'verdwenen' Minoterie. 05-10-2015
Diksmuide België.

De bloemmolens of Minoterie van Diksmuide stonden tot aan het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog op de huidige Bloemmolenkaai bij de IJzer.

lees meer ...