Poperinge België.
Lijssenthoek Military Cemetery.
Poperinge België.

Op de Britse begraafplaats te Lijssenthoek werden ook Amerikaanse militairen uit WO1 begraven. Vroeger lagen hier meer 'Yankees' die gediend hadden in het U.S. Army. In 1920 was er een Amerikaans perk met maar liefst 123 graven. Lijssenthoek Military Cemetery werd door het leger van de V.S. (Verenigde Staten) gebruikt als een tijdelijke verzamelbegraafplaats. In 1922 werden 53 lichamen ontgraven en overgebracht naar de Amerikaanse begraafplaats Flanders Field American Cemetery te Waregem. Er werden ook 67 lichamen gerepatrieerd naar de V.S.

 

Vandaag zijn er nog slechts drie officiële Amerikaanse graven op Lijssenthoek. Ze staan bekend als de isolated graves, de enige afzonderlijke graven van Amerikaanse militairen uit WOI.

 

Twee van hen, Luitenant Pigue en sergeant Beattie, bleven hier op uitdrukkelijk verzoek van de familie liggen. Een derde graf, dat van Private 1st Class (soldaat eerste klas) Harry Arthur King, kwam er pas in oktober 1921. Moeder King liet het lichaam van haar zoon ontgraven van op het Argonne American cemetery in Romange-sous-Montfaucon (Frankrijk) en het overbrengen naar België om het te herbegraven op Lijssenthoek. Ze had daar een heel goede reden voor; haar andere zoon Reginald, in familiale- en vriendenkring Reggie genoemd, lag er ook begraven (Plot XXI. Rij H. Graf 17). Reginald diende bij het Royal Army Service Corps (Mechanical Transport Coy.) van het Britse leger en kwam om het leven op 17/10/1917. De 23 jarige Reginald, die geboren werd in Wichnor Park, Staffordshire, Engeland stierf in het n°3 Canadian C.C.S. (Canadees veldhospitaal) om 01 uur ’s nachts. Reggie overleed aan zijn opgelopen verwondingen: shrapnelwonden aan het gezicht, zijn linker elleboog en pols en een gebroken linkerbeen. Het Britse leger had echter besloten om geen enkel lichaam te repatriëren en daarom verkoos hun moeder Susan om beide zoons te verenigen op Lijssenthoek. Na het overlijden van hun jongste zoon Reginald zouden zijn ouders uitgeweken zijn naar de USA, maar hier bestaat toch enige twijfel over, want op Reginalds gegevens staat de U.S.A. als laatste verblijfplaats vermeld! Hun oudere zoon nam in ieder geval dienst bij het U.S. Army, denkbaar om op die manier sneller de Amerikaanse nationaliteit te verkrijgen, maar ook hij kwam niet terug van de oorlog. Het opschrift onderaan het graf van Harry verwijst ook naar zijn broer: "Best of Sons and Brothers, Also Reggie Buried Close By".   Harry King diende bij de U.S. Cavalerie, 3rd Regt. American Cavalry Troop "F". De 26 jarige Harry overleed op 20 september 1918 in Bourbonne les Bains aan een longontsteking. Hij rust nu in Plot XXXII – Rij A – Graf 19.

 

 

Beattie, Pigue en King hadden meegevochten onder de vlag van de V.S., in het U.S. Army. Omdat Amerika zijn neutraliteit behield tot april 1917 besloten nogal wat Amerikanen om als oorlogsvrijwilligers bij het Canadese of bij het Britse leger dienst te nemen. Amerikanen die voor april’17 in dienst gingen verloren dan ook hun Amerikaans staatsburgerschap. Zij die sneuvelden stierven dus staatloos, maar in de jaren 1920 besloot het Amerikaans Congres om hen het staatsburgerschap retroactief toe te kennen.

 

 

Recent onderzoek heeft  uitgewezen dat er nog Amerikanen begraven liggen op Lijssenthoek. Het gaat om een veertigtal militairen die dienst namen in het Canadese of Britse leger. Op vandaag liggen er dus eigenlijk 46 Amerikanen begraven op Lijssenthoek. Twaalf van hen vochten onder Britse vlag. De meesten waren Engels, Iers of Schots van geboorte en waren naar de V.S. geëmigreerd, maar ze keerden tijdens de oorlog terug naar hun geboorteland om daar het leger te vervoegen. Eén van die mannen die dienden in het Britse leger en hier begraven ligt is kanonnier Lewis Samuel Lawrence uit Michigan. Hij diende bij de Royal Garrison Artillery, 115th Siege Battery en sneuvelde op 20-10-1917. Yankees die onder de wapens gingen in Canada waren ofwel Amerikaanse migranten die in Canada woonden of Amerikanen die specifiek naar Canada trokken om er dienst te nemen. 

 

 

Heel wat van de Amerikaanse mannen die hier tot 1922 begraven lagen sneuvelden in de regio. Ter voorbereiding van het algemene eindoffensief van eind september 1918, was er in de regio Heuvelland al heel wat activiteit in augustus. Tussen 18 augustus en 4 september 1918 zouden tussen Vierstraat en de Komense vaart Amerikaanse troepen van de 27e en 30e divisie in actie komen, dat zou hun eerste echte offensief in Vlaanderen worden.

 

De manschappen die, vanaf juli 1918, het front bezetten (lijn Kemmelberg – kasteel Elzenwalle – Zillebeke vijver) waren afkomstig van New York en omstreken, het waren mannen van de 27e divisie (27th Division, beter bekend als de ‘New York Division’) en van Tennessee, North en South Carolina, dat waren mannen van de 30e divisie (30th Division bijgenaamd ‘The Old Hickory’, betekent oude notenboom). Patrouilles van de 27e divisie trokken in de nacht van 30 op 31 augustus ‘18 in hun sector op verkenning, er was geen tegenstand. Op 31 augustus konden ze bijna zonder slag of stoot de frontlijn verleggen naar een lijn die op de huidige weg Kemmel-Ieper liep. Ondertussen hadden de Duitsers de Kemmelberg, waar ze op 25 april 1918 hard voor streden reeds verlaten. Ook de 30e divisie trok op 31 augustus in de aanval, zij gingen richting Voormezele. Doch zij hadden minder geluk en botsten op beduidend meer Duits verzet. Op 1 september stootte de 27e divisie wel op hevige weerstand, dat op de dicht beboste flank van de Wijtschate heuvelrug. Het werd snel duidelijk dat de Duitsers zich daar hadden ingegraven.  De volgende dag op 2 september werd de frontlijn aan de voet van deze helling, waar de Haring- en de Wijtschatebeek vloeien, getrokken. De 30e divisie kon die dag in haar sector het dorp Voormezele bevrijden en een aantal Duitsers gevangen nemen. Op 3 september werd de 27e divisie door een Britse divisie afgelost. Op 4 en 5 september werd ook de 30e divisie door Britse troepen vervangen. De beide Amerikaanse divisies werden naar Frankrijk overgeplaatst. In de regio van Ieper en de Leiestreek vielen ca. 1300 slachtoffers bij de 27e divisie en ca. 800 slachtoffers bij de 30e divisie. Bij die slachtoffers telde men 406 doden.

 

 

Vandaag herinnert een Amerikaanse gedenksteen ter ere van  de 27th en 30th Division ons aan die gevechten. De gedenksteen, een ontwerp van George Howe uit Philadelphia, werd in 1929 door de 'American Battle Monuments Commission' opgericht  en geplaatst langs de "York Road", de weg van Ieper naar Kemmel, die ter hoogte van de Vierstraat een drukke aanvoerlijn naar het front was.

 

 

Meer artikels
De Ijzeren Oogst 'The Iron Harvest'. 01-02-2016
Geluveld (Zonnebeke) België.

Langsheen het ganse voormalige Westelijke Front, liggen er nog steeds blindgangers en allerhande achtergelaten munitie.

lees meer ...
St. Mary's Advanced Dressing Station Cemetery 'John Kipling?'. 28-09-2015
Haisnes Frankrijk

 

Als zovelen popelde John Kipling (17 augustus 1897 - 27 september 1915) van enthousiasme om dienst te nemen in het Britse leger.

lees meer ...
Birr Cross Roads Cemetery 'John Neilson'. 23-10-2016
Zillebeke (Ieper) België.

Op 20 september 2015 om 11 uur vond er op de Britse begraafplaats Birr Cross Roads Cemetery, gelegen langs de Meenseweg in Zillebeke, een 'Rededication Ceremony' (herinwijdingsplechtigheid ) plaats.

lees meer ...