Doirani Griekenland.
Griekse Militaire Begraafplaats ' 05-09-1918'.
Doirani Griekenland.

Voor de meesten onder ons is de Slag bij Dojran ( ook Dorian geschreven) een totaal onbekend gevecht uit WOI. De strijd werd uitgevochten door eenheden van de geallieerden en de Bulgaren die verschanst zaten in hun versterkte posities nabij het Doiranmeer. De slag vond plaats op 18 en 19 september 1918.

 

Novi Dojran en Stari Dojran zijn twee gemeentes in Macedonië, die liggen aan de westelijke kant van het Doiranmeer, in het zuiden ligt de Griekse plaats Doirani. Het meer ligt op de grens tussen Macedonië en Griekenland. Het heeft een totale oppervlakte van 43,1 km²en ligt 147 meter boven de zeespiegel.

 

Tijdens W.O.I vormde het meer de zuidelijke linie van het Macedonische front. Op de zuidelijke oever van het meer vond in september 1918 de Slag bij Dojran plaats. Dat was een strijd tussen geallieerde Griekse en Britse troepen enerzijds en de Bulgaren anderzijds. Tijdens de Eerste Wereldoorlog streed het Koninkrijk Bulgarije mee aan de zijde van Centrale Mogendheden, dat vanaf 14 oktober 1915, toen het land de oorlog verklaarde aan Servië. Voor Bulgarije stopte de oorlog op 30 september 1918, toen werd de wapenstilstand van Thessaloniki werd ondertekend.

 

De Griekse en de Britse troepen vertrokken van uit hun basis bij Thessaloniki gelijktijdig vertrokken ook Servische en Franse troepen. De Griekse en Britse troepen onder leiding van generaal George Milne zetten op 18 september om 03u00 de aanval op de Bulgaarse posities in, dat terwijl de Servische en de Franse troepen onder het bevel van generaal Louis Franchet d'Espérey de Bulgaarse defensie in de Vardar Vallei probeerden te doorbreken. De Griekse troepen bestonden uit de Serres divisie onder bevel van generaal-majoor Emmanoiel Zimvrakakis (1861–1928) en de Kreta divisie onder leiding van generaal-majoor Panagiotis Spiliadis. De Griekse en de Britse troepen probeerden om de Bulgaarse posities in de heuvels boven het meer in te nemen. Het was zeker niet de eerste maal dat de geallieerden Dojran probeerden te veroveren, in 1917 hadden de Britten het tweemaal tevergeefs geprobeerd. De fortificaties waren zeer goed gebouwd, de Bulgaren hadden de eerste maanden van 1916 en begin 1917 hun posities versterkt. Het gebied rond de fortificaties was ruw met veel stenen. Onderdeel van de verdediging waren de gevaarlijke Pip rand/richel en de grote Couronné.

 

 

De eerste aanval op de heuvels werd uitgevoerde door de 22e en 26e Britse divisie leger hierbij kregen ze de steun van de Kretenzische (Kreta) divisie van het Griekse leger. Maar op moment dat zij oprukten richting de heuvels kwamen zij in een kruisvuur terecht dat vanaf de hellingen kwam. De aanvallers werden met zware verliezen teruggeslagen.Daarna werd onder de leiding van de 12e Britse divisie de Pip rand/richel aangevallen. Ze werden vanaf de verdedigingswerken op de heuvel onder mitrailleurvuur genomen, dat zorgde voor een ware slachting onder de geallieerde troepen, slechts 20% tot 30% van de troepen bereikten de loopgraven, de overlevenden trokken verder en veroverden de eerste twee Bulgaarse loopgraven. De actie ontaarde in een bloedbad en de overlevenden stapten een bijna gewisse dood tegemoet.

 

Terwijl dit zich afspeelde werd aan de rechterkant een Grieks regiment teruggedrongen. Een eenheid uit Zuid Wales had de laatste verdedigingslinie, de Grand Couronné bereikt. De moed van de Welsh was ongelofelijk, zij bestormden de heuvel en probeerden  om langs de verdediging van de grote Couronné te komen, het werd een heuse slachtpartij. Van het hele bataljon kwam slechts één officier en achttien mannen terug naar het kamp. De Bulgaren verdedigden zich moedig en verbeten en dat tegen een vijand wiens troepen zes keer groter waren dan hun eigen strijdkrachten.De verliezen van de geallieerden waren enorm, ze verloren rond de 20.000 militairen, terwijl de Bulgaren slechts 2.000 a 5.000 militairen verloren. De reden hiervoor was dat in de nacht van 16 september de geallieerden de Bulgaarse posities met zware artillerie hadden bestookt, het totale gewicht van de  afgeschoten projectiel werd geschat op 30.000 ton. De geallieerden geloofden dat er nog maar weinig overlevenden zouden zijn, maar door de goed geconstrueerde schuilplaatsen verloren de Bulgaren slechts 9 militairen en waren er slechts veertig gewonden. Hierdoor degenereerde de aanval in een volledige ramp, want de Griekse en Britse militairen waren immers een gemakkelijke prooi voor de goed verschanste Bulgaren.

 

Na een dag vechten hadden de aanvallers slechts een kleine vooruitgang geboekt die winst werd verwezenlijkt door de Griekse troepen die op rechts opereerden.De volgende dag viel de 65e infanteriebrigade ( 22e divisie) de Pip rand/richel aan. De aanval ontaarde opnieuw in een nederlaag, waaruit slechts de helft van de aanvallers levend terugkwam, maar ze bereikten de stad Dojran en een paar heuvels daar boven. Dit betekende weinig tot niets voor de Bulgaren, die daar slechts een klein garnizoen hadden. Na een tijdje werd het stil in de Bulgaarse verdedigingswerken, de Griekse en Britse troepen rukten op en troffen er verlaten Bulgaarse posities aan. De Servische en Franse legers hadden het Oostenrijks-Hongaarse en Bulgaarse leger in de Vardar vallei verslagen en trokken op naar Dojran. Toen de Duitse adviseurs van de Bulgaren dit vernamen, hadden zij opdracht gegeven tot het terugtrekken van het Bulgaarse leger zodat het niet ingesloten zou worden.

 

De geallieerden bleven dieper doordringen op het Bulgaars grondgebied. Sommigen dachten dat het Bulgaarse leger aan het muiten geslagen was en dat de hoofdstad Sofia bedreigd werd. Op 30 september gaven de Bulgaren zich in Thessaloniki over. Bulgarije had in de oorlog zware verliezen geleden, men telde er 87.500 gedode militairen en 275.000 burgerdoden. De Bulgaren verloren ook al hun land aan de Egeïsche Zee aan Griekenland en enkele gebieden in het noordwesten aan Servië.

 

De Griekse militaire W.O.1 begraafplaats is gelegen nabij het Griekse dorp Doirani en het Dojranmeer. Dit oord is de rustplaats voor 102 officieren en manschappen van het Griekse leger die zijn gestorven op het slagveld rond Dojran in september 1918. Opmerkelijk is dat op iedere grafsteen op de begraafplaats de sterfdatum van 5 september 1918 is genoteerd.

 

 

Meer artikels
Italiaanse begraafplaats 'Di qui non si passa'. 17-10-2016
Monte Pasubio Italië.

De Italiaanse militaire begraafplaats “Di qui non si passa” (“ Van hieruit zal niemand passeren”) ligt op de top '2035' in Pasubio.

lees meer ...
Essex Farm Cemetery 'Snow & Roses'. 14-12-2015
Boezinge ( Ieper) België.

Arthur Gorden Cohen was van Russisch Joodse afkomst en werd geboren in de loop van de winter van 1892 – ‘93 in het Britse Bradford.

lees meer ...
Necropolis van Grimde. 12-06-2017
Grimde (Tienen) België.

Na de Duitse inval in de ochtend van 4 augustus 1914 verwachtte het Belgische leger steun van Groot-Brittannië en Frankrijk maar men wist dat die steun niet direct ter plaatse zou zijn!

lees meer ...