Butte de Montsec ( Montsec) Frankrijk.
Montsec American Memorial.
Butte de Montsec ( Montsec) Frankrijk.

De woorden: “Their Devotion their Valor and their Sacrifices will live Forever" (Hun toewijding hun moed en hun offers zullen voor altijd leven") staan te lezen op het monument. Het prachtige gedenkteken op de heuvel van Montsec ( Butte de Montsec), dat men al van ver kan waarnemen, bevind zich in de Franse gemeente Montsec, departement Meuse. Het herdenkt de gevechten die de Amerikanen hier leverden om de saillant van Saint-Mihiel te bevrijden. Deze acties vonden plaats van 12 tot 15 september 1918 en van 9 tot 11 november 1918.  Het monument werd gebouwd op een 377 meter hoge getuigenberg van de Côtes de Meuse. Het monument bestaat uit een cirkelvormige zuilenrij vervaardigd in natuursteen van Euville. In het midden staat een koperen oriëntatietafel die de ligging van de dorpen in reliëf weergeeft en de gevechten van de Saillant van Saint-Mihiel lokaliseert.

 

 

Het neoclassicistische monument werd, in 1930-1932, door de Verenigde Staten gebouwd en dat naar een ontwerp van Egerton Swartwout. Het monument draagt ook de namen van de Amerikaanse eenheden die hier in 1918 in de regio meestreden. Het monument op de heuvel is vrij toegankelijk via een zeer brede trap. De Heuvel van Montsec is een geïsoleerde heuvel van waarop men een prachtig, zeer uitgespreid panorama heeft op het Meer van Madine en de Côtes de Meuse. Het monument werd tijdens de hier geleverde gevechten in 1944 (WOII) beschadigd, het werd in 1948 gerestaureerd.

 

Het Amerikaanse offensief was een deel van het Honderddagenoffensief aan het einde van de oorlog. Het stadje Saint-Mihiel ligt aan de Maas in Lotharingen en was al sinds september 1914 door de Duitsers bezet. Het vormde een uitstekende punt in de frontlijn: de saillant van Saint-Mihiel. Pas na vier jaar ondernamen de geallieerden een aanval op dit gebied. De aanval werd gepland door de Amerikaanse generaal John J. Pershing. Hij wilde de terugtrekkende Duitsers onder generaal Georg von der Marwitz aanvallen. De Amerikanen hoopten om hier door te kunnen breken en de vestingstad Metz te veroveren. De Amerikaanse luchtmacht, toen nog de United States Army Air Service kreeg in het offensief een belangrijke rol toebedeeld.

 

 

De divisies van het Duitse Ve Leger en een Oostenrijks-Hongaarse divisie zouden aangevallen worden door 14 divisies van het A.E.F. (American Expeditionary Forces) en 4 Franse divisies. De Duitse troepen bevonden zich in hun versterkte loopgravenstellingen en konden rekenen op de steun van ongeveer 330 vliegtuigen.

 

Duitse eenheden in de eerste lijn:

  • 5e Landwehr Division (5e LDW)
  • 8e Landwehr Division (8e LDW)
  • 13e Landwehr Division (13e LDW)
  • 35e Landwehr Division (35e LDW)
  • 10e Infanterie Division (10e ID)
  • 77e  Reserve Infanterie Division (77e RD)
  • 192e Infanterie Division (192e ID)
  • 255e Reserve Infanterie Division (255e RD)

Duitse eenheden in reserve:

  • 31e Reserve Infanterie Division (31e RD)
  • 88e Jäger Division (88e JD)
  • 123e Jäger Division (123e JD)

 

Niet minder dan 264.000 mannen werden hier in de strijd geworpen (216 000 Amerikanen en 48.000 Fransen), de Amerikanen hadden nog 200.000 mannen in reserve. Ze werden ondersteund door 1.481 vliegtuigen, 40% van de piloten waren Amerikanen. De geallieerden zetten ook 3100 stukken artilleriegeschut in, allemaal van Franse makelij. Ook de tanks kregen een rol toegedeeld, sommige bronnen spreken van 419 tanks andere bronnen vermelden 337 tanks ( 34 Schneidertanks, 36 Saint-Chamondtanks en 267 FT 17 Renaulttanks) ook alle tanks waren van Frans fabricaat.

 

 

De Amerikaanse luitenant-kolonel George Patton (1885-1945), later een van de beroemdste generaals uit de Tweede Wereldoorlog, had twee Amerikaanse tankbataljons klaargestoomd, het 344e en het 345e bataljon van het U.S. Tank Corps, de twee bataljons vormden de 1eTank Brigade en deze stond onder bevel van Patton.. De bataljons beschikten over 144 Franse FT-17 Renaulttanks. Samen met Franse tanks moesten ze de aanval van het Amerikaanse Vierde Legerkorps ondersteunen. Het ene bataljon werd toegewezen aan de 1e divisie, het andere aan de 42e divisie. Dit waren twee van de meest ervaren Amerikaanse divisies, ook bekend als ‘The Big Red One’ en ‘The Rainbow Division’. George Patton eindigede zijn opgestelde bevelen aan zijn tankmannen met: “No tank is to be surrendered or abandoned to the enemy. If you are left alone in the midst of the enemy, keep shooting. If your gun is disabled use your pistols and squash the enemy with your tracks.” ( vrij vertaald: “Geen tank mag overgegeven of achtergelaten worden aan de vijand. Bent u alleen achtergelaten in het midden van de vijand, blijf schieten. Als je kanon is uitgeschakeld gebruik dan uw pistolen en plet de vijand met uw rupsbanden.”)

 

Op 12 september begon het Saint-Mihiel offensief met een drievoudige aanval op de saillant. De belangrijkste aanval werd aan de zuidkant uitgevoerd, deze actie werd uitgevoerd door twee Amerikaanse korpsen. Aan de rechterkant was het Ie Korps actief, dat met van rechts naar links de 82e, 90e, 5e en de 2e divisie in de frontlijn had, de 78e divisie was in reserve. Het Ie Korps bestreek het front van aan Pont-à-Mousson, in het westen van de Moezel, tot Limey. Aan de linkerkant kwam het IVe Korps in actie, dat had van rechts naar links de 89e, de 42e en de 1e divisie in de frontlijn, de 3e divisie bleef in reserve. Haar front strekte zich uit van Limey tot Marvoisin. Een secundaire actie werd uitgevoerd  aan  de westkant langs de hoogten van de Maas, vanaf Mouilly  tot Haudimont. Deze aanval werd uitgevoerd door het Ve Amerikaanse Korps met van rechts naar links de 26e U.S. divisie, de Franse 15e koloniale divisie en de 4e U.S. divisie in de spits, een deel van de 4e divisie bleef in reserve. Het IIe Franse koloniale korps, met van rechts naar links de  Franse 39e koloniale divisie, de Franse 26e divisie en de Franse 2e cavalerie divisie  in lijn, voerde een actie uit  richting de heuveltoppen, zo wou men de vijand in het saillant  houden.  De Amerikaanse 35e, 80e en 91e divisie werden in reserve gehouden. Deze bovenvermelde eenheden behoorden allemaal, ook de Franse, tot het First U.S. Army ( 1e Amerikaanse Leger) van Generaal Pershing.

 

De Amerikanen waren goed voorbereid, de manschappen waren geoefend en de opdrachten van generaal Pershing waren gedetailleerd. De coördinatie van de drie rijen diep optrekkende tanks en de infanterieaanval in combinatie met de strijdlust van de initiatiefrijke Amerikaanse officieren die hun mannen in het gevecht zouden voorafgaan moest zeker voor het nodige elan zorgen. Maar het weer was allesbehalve ideaal, zowel tijdens de dag als de nacht viel bij momenten veel regen en was er heel wat wind. De regenval zorgde voor modder. Op sommige plaatsen zakten de mannen bijna tot aan de knieën in de modder en het water. Sommige van de infanteristen zouden last krijgen aan de voeten, de eerste tekenen van 'trench foot' staken de kop op, en dat nog voor er loopgraven gedolven werden. Na vijf dagen van regen was de grond bijna onbegaanbaar dat zowel voor de tanks als de infanterie. Heel wat tanks zouden uitvallen door water in de motor, andere zouden in de modder blijven vaststeken.

 

Als bevelvoerder van de tankbrigade lag de taak van de tijdelijk tot luitenant-kolonel benoemde Patton feitelijk achter het front en was het aan de commandanten van zijn twee tankbataljons om de strijd te velde te leiden. Maar Patton wou en zou de strijd fysiek van nabij meemaken en ingrijpen waar nodig. Radiocommunicatie met de tanks bestond nog niet en dus volgde Patton de gevechtsvoertuigen te voet of liftte hij en zat bovenop een tank. Dit leidde tot een discussie met generaal Rockenbach die Patton had bevolen om bereikbaar te blijven en niet op het slagveld aanwezig te zijn. Een van de tankbataljons diende de aanval van de 42e divisie te ondersteunen. In die divisie functioneerde brigadegeneraal Douglas MacArthur (die later een belangrijke rol zou spelen in W.O.II en de Koreaanse oorlog) als chef van de divisiestaf. Vijf jaar ouder, hoger in rang en met een mogelijk nog groter ego dan dat van Patton hadden die twee een als historisch bestempelde ontmoeting op een heuveltje bij het dorp Essey. Ze observeerden  de situatie terwijl de obussen rondom hen insloegen.

 

 

Patton toonde in Essey zijn individuele moed door een mogelijk ondermijnde brug over de rivier Rupt de Mad te verkennen. Gelukkig bleek de brug niet ondermijnd te zijn en konden zijn tanks veilig over de brug rijden. De 42e divisie had nog nooit met tanks getraind of gevochten. Dit tekort aan ervaring zou in het verder verloop van de opmars duidelijk worden, bij het dorp Pannes weigerde de infanterie zelfs de tanks te ondersteunen. Door de hevige regenval waren de wegen veranderd in een modderige brij waarin nogal wat tanks bleven vaststeken. Ook de onvermijdelijke mechanische problemen en het Duits artillerievuur zorgden voor de uitschakeling van een aantal tanks. Daarbij kwam dan ook nog de kwestie van het brandstofgebrek, want door het slechte terrein lag het verbruik veel hoger dan voorzien. Overpompen van brandstof uit een vastgelopen tank kon nog wel voor wat extra kilometers zorgen; doch tegen het einde van de dag waren er nog slechts weinig tanks operationeel. Ondanks alles was Patton toch tevreden over de strijdlust van zijn tankcrews, niemand van hen had zich overgegeven. Of Pattons tanks nu daadwerkelijk bijdroegen tot de verovering van de saillant van Saint-Mihiel blijft voor discussie zorgen onder historici. De Britse literatuur doet soms nogal laatdunkend over dit gebeuren, ze gebruiken zinnen als bijvoorbeeld: “Op de eerste dag bleven ze steken in de modder en op de tweede dag raakten ze zonder brandstof!” Dat klopt wel met de werkelijkheid. Ook door het feit dat de opmars van de Amerikaanse divisies die geen tankondersteuning hadden niet onderdeed voor die van de 1e en 42e divisie die wel hadden, kan de rol van de tanks niet significant geweest zijn. Maar aangezien alle nieuwe wapens moeten worden uitgetest, en waar kan dat beter dan op een slagveld, was hun oorlogsavontuur bij Saint-Mihiel voor Patton en zijn tankmannen een broodnodige en leerrijke ondervinding. Alleen zo konden ze ervaren hoe de Renaulttanks zich op een modderig slagveld manifesteerden en hoe de samenwerking met de infanterie verliep.

 

Ondanks de goede voorbereiding en de inzet van de manschappen was het offensief slechts een gedeeltelijk succes; de Duitsers werden teruggeworpen maar zij konden zich weer ingraven. Op 16 september was Saint-Mihiel  en haar omgeving bevrijd maar de Amerikanen waren er niet in geslaagd om door te bereken tot in Metz. De geallieerden verloren 7.000 man, de Duitsers en Oostenrijkers betreurden 2.000 doden en 5.500 gewonden. Ongeveer 15.000 Duitsers en Oostenrijkers werden gevangengenomen en ze verspeelden ook 450 artilleriestukken. In een Duits verslag over het Amerikaanse optreden in de saillant van Saint-Mihiel stond o.a. vermeld dat de Amerikanen goed gebruik maakten van hun mitrailleurs, ze hadden er immers heel veel. Ook de artillerie kreeg een pluim voor het nauwkeurig beschieten van de Duitse posities en haar coöperatie met de infanterie. Die laatste gaf blijk geleerd te hebben van de tactiek die gebruikt werd door de Duitse stormtroepen. Wanneer Amerikaanse eenheden in het vuur van een sterke mitrailleurpost terecht kwamen, dan trokken ze zich terug en lieten ze het werk om de mitrailleurpost uit te schakelen over aan de artillerie. Maar over de tanks schreven  de Duitsers dat die slechts sporadisch werden ingezet en dat de massale infanterie-eenheden alleen al voldoende waren om de slag te winnen. Dit was zeker opmerkelijk omdat de Duitsers vaak de schuld van een veldslag nederlaag toeschreven aan de inzet van geallieerde tanks.

 

 

 

Meer artikels
'Alle aquile del VI Alpini'. 22-06-2015
Verona Italië.

Ondanks dat zij samen met Duitsland en Oostenrijk-Hongarije een bondgenootschap vormden bleven de Italianen in het begin van de oorlog neutraal.

lees meer ...
Chapelle de Souvenir 'A nous le Souvenir, à eux l'Imortalité'. 20-02-2017
Serre en Puissieux Frankrijk.

De dorpen Hébuterne en Serre leenden hun namen aan een ingrijpende actie (de Tweede Slag van Artois ( Artesië)) die hier door de Fransen van 7 tot 13 juni 1915 uitgevochten werd.

lees meer ...
Aachen Waldfriedhof. 08-10-2018
Aken Duitsland.

Net buiten het centrum van Aken ligt het ‘Aachen Waldfriedhof’.

lees meer ...