Bourlon Frankrijk.
Bourlon Wood.
Bourlon Frankrijk.

Ondanks de bloedige verliezen als gevolg van de derde slag rond Ieper openden de Britten op 20 november 1917 al weer een nieuw offensief. Dat was in Frankrijk en gericht tegen de Hindenburglinie richting Cambrai. Tijdens de slag om Cambrai werd er buitengewoon hevig gevochten om het Bois de Bourlon en het nabijgelegen dorp Bourlon. Het dorpje Bourlon ligt ongeveer zes kilometer ten westen van Cambrai. Het bezit van dit hooggelegen terrein was voor de Britten een absolute voorwaarde om het al veroverde gebied te kunnen behouden. Op zaterdag 23 november1917  begon 'de Slag om Bourlon’, in feite was dat een veldslag om een gehucht en een klein bos. Tientallen Britse tanks schoven langs de boshellingen omhoog. Er werd maar geringe tegenstand geboden en de Britten kregen het bos al na enkele uren in handen, ze bereikten in het westen en het oosten de rand van het dorp. Daar boden de Duitsers wel zwaar weerwerk en het dorp zelf kon niet worden veroverd. Tegen de avond waren de Britten zelfs vrijwel overal weer naar de bosrand teruggedreven. De volgende dag herhaalden de Britten hun aanval. Ditmaal wel met succes, tegen de avond hadden ze het dorp Bourlon in handen.  Doch de volgende ochtend, op zondag 25 november, werden ze na zware gevechten weer door de Duitsers verdreven. Twee dagen later op dinsdag 27 november 1917, probeerden de Britten het nog één keer, maar de Duitsers boden hardnekkig weerstand en de Britten slaagden er niet in het dorp te veroveren. De situatie was duidelijk; de Britten slaagden er niet in om de heuvelrug van Bourlon te veroveren.

 

 

In september - oktober 1918 werd tijdens de geallieerde opmars opnieuw zwaar gevochten rond Cambrai en uiteindelijk zou de stad pas op 9 oktober 1918 door Canadese troepen veroverd worden. Vooral de gevechten om de hoogte van Bourlon Wood waren fel. Op 27 september 1918 zou het Canadese korps de Duitsers uit het bos van Bourlon verdrijven. In de morgen van de 27e bestookte een artilleriebombardement om 05u20 de vijandelijke posities en trokken de Canadezen in de aanval. Troepen van de 4e Canadese divisie slaagden er in om rond 09u45 het zuidelijk deel van het dorp Bourlon binnen te dringen, hierbij verloren ze heel wat manschappen. Om 14 uur bereikte de 4e Canadese divisie haar doel, Bourlon Wood was ingenomen. De 15e Britse infanterie brigade moest het veroverde gebied bezetten, de 4de divisie trok verder in de aanval.

 

Bij de gevechten om Bourlon en haar bos werden twee Canadezen onderscheiden met een Victoria Cross: luitenant Graham Thomson Lyall VC en luitenant Samuel Lewis Honey VC DCM MM.

 

Graham Thomson Lyall VC werd op 8 maart 1892 geboren in Manchester, Verenigd Koninkrijk. Hij nam dienst bij de Royal Navy (Britse Marine) om te studeren voor mekanieker. Maar nadat hij last had en leed aan een oorontsteking werd hij ontslagen uit de Marine. Na zijn verhuis naar Canada studeerde hij in Toronto (Ontario) en werkte nadien in de Niagara-regio als werktuigbouwkundig ingenieur.Na het uitbreken van de oorlog nam hij dienst in het Canadese leger. Na dienst te hebben gedaan in verschillende eenheden kwam hij na zijn officiersopleiding terecht bij bij het 102e infanteriebataljon (North British Columbians) van het Canadian Expeditionary Force (C.E.F.). Op 27 september 1918 leidde luitenant Lyall zijn peloton door Bourlon Wood. Toen de op kop lopende compagnie van het bataljon problemen ondervond met een Duitse versterkte positie trok hij met zijn mannen rond om de hindernis en slaagde er in om ze te veroveren. Ze namen dertien Duitsers gevangen en maakten vier mitrailleurs en een veldkanon buit. Later op de dag toen zijn verzwakte peloton opgehouden werd door een ander vijandelijk bolwerk, viel hij in zijn eentje de Duitse post aan. Hij doodde de bevelvoerende officier, nam 45 krijgsgevangen en legde beslag op vijf mitrailleurs. Vervolgens leidde Lyall zijn mannen naar hun objectief en verzorgde de verdediging, ze namen hierbij opnieuw 47 gevangenen. Uiteindelijk zou de luitenant op 1 oktober bij Blecourt nog een goed verdedigde Duitse positie aanvallen en veroveren. Weer was de buit niet min, naast de 17 mitrailleurs namen ze ook 80 vijanden krijgsgevangen. Voor zijn actie van 27 september werd hij beloond met het Victoria Cross. In 1919 keerde hij terug naar het Verenigd Koninkrijk en nam dienst in het leger. Kolonel Graham Thomson Lyall  VC zou in actieve dienst in W.O.II, op 28 november 1941, in Egypte tijdens ‘Operation Crusader’ om het leven komen. Hij werd geveld door een hartinfarct.

 

Samuel Lewis Honey VC DCM MM, werd geboren in Conn (Ontario) op 9 februari 1894. Eind januari 1915 nam hij als soldaat dienst in het Canadian Expeditionary Force. Honey werd in 1917 voor zijn heldendaden tijdens de aanval op Vimy Ridge, in april van hetzelfde jaar, onderscheiden met de MM (Military Medal). Nadien promoveerde hij tot officier en diende bij het 78e infanterie bataljon (78th Battalion - Winnipeg Grenadiers) .

 

Luitenant Honey zou ook nog onderscheiden worden met het Victoria Cross, die kreeg hij toegekend voor zijn voorbeeldige en moedig gedrag tijdens de offensieve operaties op Bourlon Wood, van 27 tot 30 september 1918. Nadat alle andere officieren uitgeschakeld waren nam hij het commando van zijn compagnie over. Terwijl ze onder hevig vijandelijk vuur lagen reorganiseerde hij vakkundig de opmars en behaalde het vooropgesteld objectief. Toen zijn eenheid slachtoffers begon te lijden ten gevolge van uit de flanken vurende mitrailleurs, lokaliseerde hij eerst de posities van de mitrailleurnesten en viel ze dan aan. Hierbij werden tien Duitsers gevangengenomen. Luitenant Honey en zijn mannen consolideerden hun positie en sloegen achtereenvolgens vier tegenaanvallen af. Later, na het maken van een eenzame nachtverkenning om een vijandelijke post te vinden, keerde hij met een aantal van zijn mannen terug en veroverde de vijandelijke post. Op 29 september leidde Lt. Honey opnieuw zijn compagnie in een aanval, hun doel was weer een versterkte Duitse positie. Luitenant Honey werd op 30 september gewond en stierf nog dezelfde dag. Samuel Lewis Honey ligt begraven op het Queant Communal Cemetery British Extension in de gemeente Queant, (Departement du Pas-de-Calais).

 

Aan het einde van de Eerste Wereldoorlog werden er 8 locaties uitgekozen voor de oprichting van een Canadees oorlogsgedenkteken: Bourlon Wood, Courcelette, Dury, Hill 62 (Zillebeke), Le Quesnel, Passendale, Sint-Juliaan en Vimy. In 1920 schreef de pas opgerichte 'Canadian Battlefields Monument Commission' een wedstrijd uit, waarop werd gereageerd met 162 ontwerpen. Het winnende ontwerp van Walter S. Allward werd in Vimy geplaatst. De tweede plaats werd toegekend aan Frederick C. Clemesha uit Regina: zijn ontwerp zou op 6 locaties uitgevoerd worden, dus ook in Bourlon Wood..Dit monument herdenkt de oversteek van het Canal du Nord op 27 september 1918 en de verovering van het Bois de Bourlon.  In Sint-Juliaan staat  Het Canadese monument ' The Brooding Soldier'.

 

 

Na de verovering van het dorp door de 3e en 4e Canadese divisie op 27 september 1918 werd in oktober door de Canadian Corps Burial Officer (officier verantwoordelijk voor het begraven van de slachtoffers) bij het bos een begraafplaats aangelegd. In 1919 werden hier ook drie chinezen van het werkkorps (C.L.C.) te ruste gelegd. Nu worden hier nabij de 250 doden herdacht, 235 van hen konden geïdentificeerd worden.

Meer artikels
Deutscher Soldatenfriedhof Neuville-St-Vaast. 26-09-2016
Neuville-St-Vaast Frankrijk.

Vaak laten bezoekers van een joods graf een steentje achter op de zerk, een teken dat men er is geweest en de doden heeft herdacht.

lees meer ...
Never Forgotten Always Remembered Each + Everyone. 30-04-2018
Passendale België.

Nergens in ons land zijn de klaprozen zo dieprood en zo bloedrood, als in de Westhoek.

lees meer ...
Nécropole Nationale de Wisches. 18-08-2014
Wisches Frankrijk.

Toen Frankrijk in 1871 Elzas-Lotharingen aan Duitsland moest afstaan, schoof de Frans-Duitse grens een flink stuk naar het westen op. Lag die oorspronkelijk aan de Rijn, nu liep die over de toppen van de Vogezen. Grote steden als Metz en Thionville in het noorden, Straatsburg, Colmar en Mulhouse in het zuiden werden Duits. Maar ook kleinere steden als Thann kregen een ander landsbestuur. De fraaie grenspalen met de adelaar en het opschrift Deutsches Reich stonden echter nóg verderop in de richting Parijs! 

lees meer ...