Aartrijke België.
De Patrouilleurs.'De Bevrijding'
Aartrijke België.

Op de foto de doortocht van de Patrouilleurs net voor Aartrijke centrum. Ter gelegenheid van de 100e verjaardag van het bevrijdingsoffensief bracht de groep de Patrouilleurs het eindoffensief met een historische optocht onder de aandacht. Hun historische evocatie bestond uit een colonne Belgische, Britse en Franse militairen die waren uitgerust zoals in 1918. In hun zog volgde een karavaan met militair materiaal zoals veldkeukens, transportwagens, kanonnen e.a. Deze historische colonne dwarste Vlaanderen en trok langsheen diverse oude slagvelden van het bevrijdingsoffensief.

 

Tussen 13 en 19 augustus 2018 trokken ze van Lo-Reninge via Torhout tot in de Deinze. Deze groep Patrouilleurs wilde zo bij wijze van "Levende Geschiedenis" de Belgische 'piotten' van 14- 18 meer bekendheid geven bij het bredere publiek. De Patrouilleurs waren gekleed in dezelfde uniformen en uitrustingstukken als de piotten van ’18, op die manier probeerden zij de bezoekers en de jeugd uit te leggen hoe het er toen aan toe ging en welke offers onze voorouders hebben gebracht. Zij slaagden er in om te tonen hoe de Belgische militair er uit zag en werkte tijdens de Grote Oorlog.

 

 

Tijdens de oorlog waren de Patrouilleurs verkennings- en aanvalstroepen die ontstaan waren in het Belgische leger vanaf de zomer van 1917. Hun opdracht bestond erin om de vijandelijke linies of loopgraven te infiltreren. In de meeste gevallen waren ze bewapend met een dolk, een pistool en een aantal handgranaten. Zo probeerden ze nuttige informatie te verzamelen, raids uit te voeren, de tegenstander verliezen toe te brengen en om gevangenen te maken. Deze groepen of pelotons waren samengesteld met vrijwilligers. Ze leden een onafhankelijk bestaan en hielden zich uitsluitend bezig met het voorbereiden en uitvoeren van patrouilles, aanvallen, raids en hinderlagen. Ze waren ook vrijgesteld van karweidiensten!

 

Het bevrijdingsoffensief van Vlaanderen startte op 28 september 1918. Voor deze actie werd speciaal de 'Legergroep Vlaanderen' gevormd. Die bestond uit het Belgische Leger, het 2e Britse Leger, het 2e Franse Cavaleriekorps, drie Franse Legerkorpsen en twee Amerikaanse Divisies. De 'Legergroep Vlaanderen' stond onder het nominaal opperbevel van Koning Albert, maar de ware bevelhebber was de Franse divisiegeneraal Degoutte. 9 Belgische Divisies en 1 Franse, onderverdeeld in drie groepen (Zuid, Centrum en Noord), zouden in drie fasen een aanval uitvoeren vanaf hun posities tussen Wieltje en de Blankaart.

 

Het objectief van de eerste fase, van 28 september tot 4 oktober, was het veroveren van de Vlaamse heuvelkam. Die werd beschermd door opeenvolgende Duitse stellingen, op zich bestaande uit verschillende linies, uitgebouwd met loopgraven, betonnen onderstanden en mitrailleurposten. Tijdens de eerste uren in de vroege ochtend kon men door het verrassingseffect overal goed vorderen, en dat ondanks de slechte toestand van het terrein en de vele regen. Daarna kon men nog maar onregelmatig oprukken, want de Duitsers hadden zich kunnen herpakken. Nergens geraakte men door de Flandern-I-Stellung. Toch zou de eerste fase met een overwinning voor de geallieerden eindigen: de impasse was doorbroken.

 

Passendale dat sinds half april, tijdens het Duitse Lenteoffensief, weer in Duitse handen was moest ingenomen worden door de 'Groepering Zuid'. Die troepen stonden opgesteld tussen Wieltje en Langemark. Ook zij vorderden eerst goed en later dan minder vlot. Tegen de avond was hun eindobjectief nog niet bereikt. Sommige regimenten hadden wel al contact met de 2e linie van de Flandern-II-Stellung, op de kam van de heuvel. Passendale was bereikt, maar de Duitsers bezetten er de dominerende hoogten. Om 20 uur, op 28 september, had het 2e regiment grenadiers zijn objectief bereikt. Het 1e Regiment Grenadiers had ondertussen de Duitse toevoerlijn vanuit Westrozebeke uitgeschakeld. Het 4e Regiment Karabiniers had diezelfde ochtend in Beitem de vijandelijke aanvoerlijn vanuit Roeselare uitgeschakeld.  De daaropvolgende nacht vielen zij verder aan en op 29 september kon het Belgische 4e Regiment Karabiniers en het 1e en 2e Regiment Grenadiers het dorp, althans wat er nog overbleef, innemen.

 

 

Op 28 september 1918, kreeg soldaat 2é klas Achiel Vermoere tijdens een stormloop op een Duits mitrailleursnest in Passendale een geweerkogel in de buik en werd geëvacueerd naar het Belgisch militair hospitaal van Beveren-aan-de-IJzer. Hij overleed daar op 24 oktober 1918 om 3 uur 's nachts. Achiel deed dienst bij het 1e Grenadiers (2e Bn / 5e Cie), hij was de ongehuwde zoon van Joseph en Juliana Vermeersch en verdiende de kost als landbouwer. Op 27 september 1916 trad hij als milicien in dienst van het Belgisch leger. Na zijn opleiding in het kamp van Saint-Lô (Normandië) werd hij toegevoegd aan het 1e Regiment Grenadiers. Het slachtoffer werd op 26 oktober 1918 begraven op het kerkhof van Beveren-aan-de-IJzer, en op 27 augustus 1924 herbegraven op de Belgische militaire begraafplaats van De Panne, grafnummer K - 90. Het Belgisch leger verloor op 28 september 16.000 manschappen (doden, gewonden, vermisten en krijgsgevangenen), dat was het hoogste aantal mannen dat het Belgisch leger op één dag verloor tijdens W.O.I. Achiel Vermoere was een van hen.

 

 

Maar de dag nadien vielen nog heel wat slachtoffers, één van hen was landbouwer Arthur Victor Fermon. Arthur werd geboren op 24/11/1891 te Kerksken en was ongehuwd. Hij was soldaat milicien 2de klasse CS1915 (Speciale contingenten dienstplichtigen) bij het 1e Regiment Grenadiers, 1e Bataljon, 1e Compagnie, stamnummer 135/54662. Victor kwam op 06 juli 1915 terecht in het opleidingscentrum te Parigny L’Eveque. Het jaar nadien werd hij tijdens de frontdienst ziek en werd op 8 september 1916 weggevoerd naar het hospitaal van Calais (Fr). Naar zijn familie schreef hij het volgende: “ Zij hebben gisteren naar mijn water gezien en ik geloof dat ik te flauw ben, daarmee zal ik hier voor ne tijd weg zijn. Ik zal u dan wat meer schrijven als ik ginder toekom. Ik sluit en groet u vriendelijk. Uwen broeder en schoonbroeder, Arthur.” Na zijn herstel keerde hij op 24 november 1916 terug naar zijn eenheid. Op 9 december stond hij terug aan het front. Arthur sneuvelde op 29 september 1918 te Passendale. Volgens gegevens vermeld achteraan een foto die in handen is van de familie werd hij eerst te Passendale begraven.

 

 

In enkele dagen was de hele heuvelrug ingenomen. De snelle opmars had te maken met de erbarmelijke toestand van het Duitse leger. Stellingen waren zwak bezet en de manschappen boden relatief weinig weerstand. De slechte terreinomstandigheden, die in 1917 tijdens de Slag bij Passendale een groot struikelblok waren, zorgden nu schijnbaar voor weinig hinder. Dit lag niet alleen aan het doorzettingsvermogen van de geallieerden, maar ook aan de weloverwogen acties, de zorgvuldige voorbereidingen en het gericht inzetten van de artillerie. De landschapseigenschappen werden optimaal gebruikt. De Groepering Zuid trok verder over Moorslede, drong plaatselijk door in de Flandern-II-Stellung en hield Westrozebeke onder schot. Voorbij de heuvelrug ging het moeizamer omdat het landschap grotendeels gespaard bleef van de allesverwoestende kracht van de artillerie en ook omdat de Duitsers zich telkens op een nieuwe verdedigingslijn konden terugtrekken.  De geallieerden moesten adempauzes inlassen om hun artillerie naar voren te brengen, troepen af te lossen en de nodige aanvoerroutes aan te leggen.

 

 

 

Meer artikels
Vuurfakkels. 25-01-2016
Passendale België.

Ieder jaar op 10 november vindt in Passendale de 'Passchendaele Ceremony' plaats.

lees meer ...
Russiche Kapel. 31-10-2016
Vrsic Slovenië.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd de strijd tussen de Oostenrijks-Hongaarse en de Italiaanse legers aan de rivier de Isonzo in een reeks van 12 veldslagen beslecht.

lees meer ...
Tyne Cot Cemetery 'Remembrance Ceremony'. 02-11-2015
Passendale (Zonnebeke) België.

Nacht over Passendale

lees meer ...