Estrées Frankrijk.
Estrées Communal Cemetery.
Estrées Frankrijk.

Het dorp Estrées ligt 14 km ten noorden van St Quentin. Tijdens WOI gebruikten de Duitsers de gemeentelijke begraafplaats van Estrées om hun betreurde kameraden te begraven. Ondertussen zijn al die Duitse graven al lang verdwenen. Tijdens het Lenteoffensief in maart 1918 begroeven de Duitsers hier ook een aantal Britten, maar ook zij rusten hier niet meer, ze werden overgebracht naar de Britse begraafplaats: St. Souplet British Cemetery. Toch zijn hier nu nog elf slachtoffers van het Britse gemenebest begraven, zij sneuvelden allemaal op het einde van de oorlog, in oktober 1918.

 

Waarom zij hier nog liggen en waarom ze niet samen met de andere Britse slachtoffers werden overgebracht naar Saint Souplet, is niet duidelijk. De plaatselijke Britse verantwoordelijke van de gravendienst zal daar toen waarschijnlijk wel een goede reden toe gehad hebben, maar om die reden nu nog te achterhalen is een onmogelijke zaak.

 

Tien van de elf hier begraven Britse oorlogsslachtoffers konden geïdentificeerd worden. De gekenden zijn:

 

  1. Lance Corporal Frank Ardlie Allen, van het Tank Corps (1e bataljon). Frank was getrouwd en was 32 jaar oud toen hij op 7 oktober overleed.
  2. Private (soldaat) Rollo Neville Bray, van het 19e Australische infanterie bataljon (A.I.F.) Hij was 37 jaar toen hij op 3 oktober 1918 sneuvelde in het gevecht. Rollo was getrouwd en werd geboren in Williamstown, Victoria, Australië. 
  3. Private (soldaat) D. J. Flood van het 19e Australische infanterie bataljon (A.I.F.). Hij stierf op 3 oktober 1918.
  4. Sergeant J. Hall, van het 19e Australische infanterie bataljon, D Compagnie (A.I.F.). Hij stierf op 3 oktober 1918.
  5. Private (soldaat) William James Hawkins van het 19e Australische infanterie bataljon (A.I.F.). Hij stierf op 3 oktober 1918, hij was 26 jaar.
  6. Private (soldaat) Leonard Busk Knusden van het 19e Australische infanterie bataljon (A.I.F.). Hij stierf op 3 oktober 1918, hij was 32 jaar oud en getrouwd.
  7. Private (soldaat) Angus MacDonald van het 20e Australische infanterie bataljon (A.I.F.). De 28 jarige Angus stierf op 3 oktober 1918.
  8. Private (soldaat) Walter Thorne van het 19e Australische infanterie bataljon (A.I.F.). Hij stierf op 3 oktober 1918, hij was 29 jaar.
  9. Private (soldaat) Hector John Walker van het 25e Australische infanterie bataljon (A.I.F.). Hij overleed op 2 oktober 1918.
  10. Cavalerist Shoeing Smith E.  Waugh ( Verenigd Koningrijk) van het 11th Prince Albert's Own Hussars (11e regiment Huzaren). Hij overleed op 10 oktober 1918.

 

Op het einde van september 1918 was het Vierde Britse Leger klaar om de Hindenburglinie (= Siegfriedlinie) aan te vallen, de actie zou plaats vinden in de sector van de stad Bellicourt en het St. Quentin kanaal. Ongeveer 2.000 meter ten oosten lag de ondersteuningslijn van de Hindenburglinie en daarachter lag de Beaurevoir-lijn, dat was de laatste voorbereide Duitse defensieve positie. Het was de bedoeling om de drie defensieve linies te doorbreken en om dan zo het niet versterkte vijandelijk territorium binnen te dringen. Het Vierde Britse Leger, met inbegrip van het Australische Corps, viel aan op 29 september 1918. Tegen de 1e oktober hadden ze zich door de Hindenburglinie en haar ondersteuningslijnen geknokt en begonnen ze met de voorbereidingen om de Beaurevoir-lijn aan te vallen.

 

Op 3 oktober werd het offensief terug in gang getrokken. De Beaurevoir-lijn werd op verschillende plaatsen doorbroken. Montbrehain werd veroverd door de 46e Britse divisie, maar tijdens een Duitse tegenaanval speelden de Britten de Franse gemeente weer kwijt. Tijdens deze opmars was dat helemaal geen abnormale situatie. De 2e Australische divisie viel met haar 5e en 7e brigade de Beaurevoir-lijn aan, de 6e Brigade hield zich klaar om voor een eventuele ondersteuning te zorgen indien nodig. De 2.500 Australiërs vielen een front aan van 4.600 meter breed, ze moesten een goede drie kilometer oprukken en zo een front gaan vormen van zes kilometer. 45 minuten voor zonsopgang begonnen de Aussies aan hun opmars, ze slaagden erin om de versterkte posities Motte Farm en Mushroom Quarry te veroveren, dat tegen een kostprijs van 989 slachtoffers, maar voor het dorp van Beaurevoir en haar hoogten werden ze tegen gehouden. Tegen het einde van de dag werden het 22e en het 23e bataljon van de 6e Brigade opgeroepen uit de reserve en ingezet ten zuiden van Beaurevoir.

 

Op 4 oktober 1918 nam de 6e brigade de sector van de divisie over en voerde er tussen Montbrehain en Beaurevoir lokale aanvallen uit met de mannen van het 22e en het 23e bataljon. De 2e Australische divisie zou op 5 oktober afgelost worden door het IIe Amerikaanse Corps (bestaande uit de 27e en 30e Amerikaanse Divisie). Maar hun vervangers waren niet tijdig klaar en dus besliste de Britse bevelhebber van het Vierde Leger, generaal Sir Henry Rawlinson, om de Australiërs een extra dag aan de frontlijn te houden en ze op 5 oktober terug in de aanval te werpen.

 

Het gevecht bij Montbrehain was de laatste actie op het Westelijk Front waarbij  Australische infanterie werd ingezet. In de vroege ochtend van 5 oktober slaagden twee bataljons de 6e Brigade AIF, versterkt met manschappen van het 2e pionier bataljon, er in om Montbrehain te bezetten. De regio werd verdedigd door resten van de Duitse 241e, 24e en 34e divisie. De Australiërs namen 400 Duitsers gevangen. Deze briljante Australische actie eiste 430 Australische slachtoffers (andere bronnen spreken van 408 slachtoffers).

 

Het 19e Australische infanteriebataljon, waartoe zes mannen die begraven liggen in Estrées behoorden, werd in oktober 1918 ontbonden als gevolg van een tekort aan mankracht in de AIF. De meeste van de mannen bleven bij de 5e Brigade (2e Australische divisie), ze werden ter versterking toegevoegd aan de andere drie bataljons van de brigade het 17e, 18e en 20e bataljon. Het 19e bataljon telde tijdens de oorlog 3.333 oorlogsslachtoffers, waarvan 874 doden. Veel andere jongens en mannen waren voor de rest van hun leven verminkt, zowel lichamelijk als geestelijk!

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Meer artikels
Monument aux Fusillés. 28-07-2014
Ansart (Tintigny) België.

AOÛT 1914 'HIC INNOVOCOS OCCIDIT GERMANUS'  (Ici les Allemands ont tué des innocents).  Dit monument is gewijd aan de 45 burgerslachtoffers die op deze plaats in Ansart werden gefusilleerd nabij Tintigny op 22 augustus 1914.

lees meer ...
Modder 'Passion-dale'. 25-09-2017
Zonnebeke België.

Wat later de geschiedenis in zou gaan als de slag om Passendale 1917 gebeurde in drie fases.

lees meer ...
The Long Road To Passchendaele 13-11-2017
Frezenberg (Zonnebeke) België.

Het aantal slachtoffers van de Derde Slag bij Ieper of Passendale is veel hoger dan tot nu toe werd aangenomen.

lees meer ...